Herunterladen Inhalt Inhalt Diese Seite drucken

Edwards PASCAL Gebrauchsanweisung Seite 48

Inhaltsverzeichnis
Verfügbare Sprachen
  • DE

Verfügbare Sprachen

  • DEUTSCH, seite 18
Stap
Procedure
8
Als op basis van de beoordeling van de behandelend arts
drukbewaking wordt gebruikt om de atriale druk continu te
beoordelen tijdens de procedure, volgt u de gebruiksaanwijzing
van de fabrikant van de drukbewaking . Verbind een met vloeistof
gevuld drukbewakingsinstrument met de stuurbare katheter .
Aspireer en kalibreer vervolgens op het hartniveau van de
patiënt voordat u de meting uitvoert .
Opmerking: Drukbewaking moet worden gebruikt in
combinatie met echocardiografie. De druk moet in
overeenstemming worden gebracht met
echocardiografie en Doppler-metingen. Zorg er bij de
beoordeling van atriale druk voor dat de distale punt van
de implantaatkatheter volledig bloot ligt van de
stuurbare katheter.
9
Voer het implanteersysteem op indien nodig . Manipuleer de
stuurbare katheter en geleideschacht (buigen-strekken, in
tegengestelde richtingen draaien, opvoeren en terugtrekken)
indien nodig totdat het implantaat in het midden van de
doelcoaptatiezone met het juiste traject is gecentreerd .
LET OP: Als er te veel gemanipuleerd wordt, kan dit leiden
tot losraken of verstoring van een eerder geplaatst
hulpmiddel, beschadiging van de hartstructuur waarvoor
chirurgische reparatie of een andere interventie nodig is.
Opmerking: Een radiopake markeringsband op de
stuurbare katheter geeft aan waar het einde van het
flexiegedeelte zich bevindt en kan onder fluoroscopie
worden gevisualiseerd.
10
Voer de bedieningsknop op om het implantaat in de juiste positie
te krijgen klaar voor het vastleggen van het klepblad .
Opmerking: Trek aan de pin van de schuifregelaar en
verplaats één schuifregelaar om met behulp van
beeldvorming te bepalen welke implantaatsluiting deze
regelt en zet de pin van de schuifregelaar vast voor een
triscupidalisprocedure, na het plaatsen van het
implantaat in de juiste positie voor het vastleggen van
het klepblad.
11
Draai, indien nodig, aan de implantaatkatheter om de paddles
te richten .
12
Voer het implantaat op door de klep totdat de paddles zich onder
de vrije rand van de klepbladen bevinden .
13
Controleer de locatie en richting van het implantaat en pas de
positie indien nodig enigszins aan .
LET OP: Overmatige manipulatie van het implantaat
onder de klepbladen kan tot gevolg hebben dat het
implantaat in de peesdraden (chordae tendineae)
verstrikt raakt; verstrengeling van de peesdraden kan
leiden tot beschadiging van het hart, verergering van
regurgitatie, problemen bij of onvermogen om het
implantaat te verwijderen waarvoor extra
interventie nodig is.
14
Trek het implantaat terug onder beeldvorming totdat de
klepbladen zich tussen paddles en sluitingen bevinden .
Stap
Procedure
15
Voer de schuifregelaar(s) op zodat de klepbladen tussen de
sluitingen en paddles worden vastgezet .
Dit kunt u doen voor beide klepbladen tegelijkertijd (met de pin
van de schuifregelaar gekoppeld om beide sluitingen te
verplaatsen) of elk klepblad afzonderlijk (met de pin van de
schuifregelaar ontkoppeld om afzonderlijke sluitingen te
verplaatsen) .
16
Controleer het inbrengen van de klepbladen onder
beeldvorming .
Als de klepbladen niet tussen sluitingen en paddles vastgezet
zijn, trekt u de schuifregelaars terug om de klepbladen los te
maken en probeert u het opnieuw .
17
Sluit het implantaat zodra de klepbladen tussen de sluitingen en
paddles zijn vastgezet .
18
Voer de implantaatkatheter een beetje op om de spanning op de
klepbladen te verminderen .
19
Beoordeel de regurgitatie en herpositioneer waar nodig . Zorg
zodra de positie van het implantaat is bevestigd, dat het
implantaat in gesloten positie is .
Trek, indien herpositionering binnen het ventrikel nodig is, de
schuifregelaars terug en voer de bedieningsknop op om het
implantaat in de juiste positie te stellen voor het vastleggen van
het klepblad . Pas de richting van sluitingen en implantaat naar
behoefte aan .
Als het implantaat opnieuw in het atrium gepositioneerd moet
worden, trekt u de schuifregelaars terug en voert u de
bedieningsknop in om het implantaat langzaam onder
fluoroscopische geleiding in de langgerekte positie te zetten,
waarbij u ervoor zorgt dat de bedieningsdraad niet buigt, en
trekt u het implantaat terug in het atrium .
LET OP: Als het implantaat niet in de langgerekte positie
wordt geplaatst bij het terugtrekken in het atrium
tijdens herpositionering, kan dit leiden tot schade aan de
klepbladen of een verstrengeling van peesdraden.
LET OP: Als de klepbladen niet worden losgemaakt van de
sluitingen en paddles voordat u ze opnieuw positioneert,
kan dit leiden tot schade aan de klepbladen.
48
Inhaltsverzeichnis
loading

Inhaltsverzeichnis