FR
EN
DE
ES
IT
Nederlands(Vertaling van de originele instructies)
dan de druk in de tanks door de kettingolie- en
brandstofdoppen los te draaien en terug vast te draaien.
Laat de motor afkoelen vooraleer u de kettingzaag
opbergt.
67$7,21$,5 72(5(17$/ $$13$66(1
Zie figuur 15
Wanneer de motor start, draait en versnelt, maar
Q
niet stationair wil draaien, draai dan de stationair
toerentalschroef "T" in wijzerzin om het stationair
toerental te verhogen.
Wanneer de ketting draait bij stationair toerental,
Q
draai dan de stationaire toerentalschroef "T"
in tegenwijzerzin om het stationair toerental te
verlagen en de kettingbeweging te stoppen. Als
de kettingzaag nog steeds draait bij stationair
toerental, neem dan contact op met een erkend
Ryobi-onderhoudscetrum voor aanpassingen en
stop het gebruik tot het apparaat is hersteld.
:$$56&+8:,1*
'( =$$*.(77,1* 0$* %,- 67$7,21$,5
72 ( 5 ( 1 7$ / 1 2 2 , 7 ' 5 $ $ , ( 1 $ O V G H
zaagketting draait bij stationair toerental kan dit
leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
'8:(1 (1 75(..(1
Zie figuur 16
De reactiekracht is altijd tegenovergesteld aan de richting
waarin de ketting beweegt. De gebruiker moet dus
EHGDFKW ]LMQ RP GH FRQWUROH RYHU GH 75(.NUDFKW WH
behouden, wanneer met de onderkant van het zaagblad
wordt gezaagd, en bedacht zijn om de controle over de
DUWkracht te behouden, wanneer met de bovenkant van
het zaagblad wordt gezaagd.
2SPHUNLQJ Uw kettingzaag werd in de fabriek volledig
getest. Het is normaal om wat olieresidu op de zaag aan
te treffen.
9225=25*60$$75(*(/(1 7(*(1 7(58*6/$*
Zie figuren 17-18
Draaiende terugslag treedt op wanneer de bewegende
ketting in contact komt met een voorwerp in de
terugslaggevarenzone van het zaagblad. Het resultaat is
een bliksemsnelle, achterwaartse reactie waardoor het
zaagblad omhoog en achterwaarts in de richting van de
gebruiker springt. Door deze reactie kan men de controle
verliezen wat kan leiden tot ernstige verwondingen.
9225%(5(,',1* 9225 =$*(1
-8,67( *5,3 23 '( +$1'*5(3(1
Zie figuur 19
Raadpleeg de "Algemene veiligheidsvoorschriften" voor
een geschikte veiligheidsuitrusting.
'UDDJ DQWLVOLSKDQGVFKRHQHQ YRRU PD[LPDOH JULS
Q
en bescherming.
Hou de zaag altijd met beide handen stevig vast.
Q
NL
PT
SV
DA NO
FI
HU CS RU
RO PL
Hou altijd uw linkerhand op de voorste handgreep
en uw rechterhand op de achterste handgreep
zodat uw lichaam zich links van de zaaglijn
bevindt.
:$$56&+8:,1*
Gebruik nooit een linkshandige (kruislingse)
greep of een houding waardoor uw lichaam of
arm de zaaglijn kruist.
Houd de kettingzaag altijd stevig vast wanneer de
Q
motor draait. De vingers moeten de handgreep
omsluiten en de duim moet zich onder de
handgreep bevinden. Met deze greep is de kans
het kleinst dat deze wordt verbroken door een
terugslag of een andere plotselinge reactie van
de zaag. Elke greep waarbij vingers en duim zich
aan dezelfde kant van het handgreep bevinden, is
gevaarlijk omdat een lichte terugslag van de zaag
verlies van de controle kan betekenen.
:$$56&+8:,1*
Zie figuur 20
%HGLHQ GH JDVKHQGHO 1,(7 PHW XZ OLQNHUKDQG
waarbij u de voorste handgreep met uw
UHFKWHUKDQG YDVWKRXGW =RUJ HUYRRU GDW JHHQ
enkel lichaamsdeel zich in zaaglijn bevindt, terwijl
u de zaag bedient.
-8,67( =$$*+28',1*
Zie figuur 21.
Breng uw gewicht in evenwicht met beide benen
Q
op een stevige ondergrond.
Houd uw linkerarm met de elleboog gestrekt om de
Q
kracht van een eventuele terugslag op te vangen.
Houd uw lichaam links van de zaaglijn.
Q
Houd uw duim aan de onderkant van de
Q
handgreep.
9 2 2 5 = 2 5 * 6 0 $ $7 5 ( * ( / ( 1
:(5.7(55(,1
Zie figuur 22.
=DDJ DOOHHQ KRXW of materialen die gemaakt zijn
Q
van hout.
Laat nooit kinderen de zaag bedienen. Laat de
Q
kettingzaag niet gebruiken door iemand die de
gebruiksaanwijzing niet heeft gelezen of geen
adequate instructies voor het veilig en correct
gebruik van deze kettingzaag heeft gekregen.
Hou helpers, omstanders, kinderen en dieren,
Q
op een 9(,/,*( $)67$1' van het zaaggebied.
7LMGHQV KHW YHOOHQ YDQ ERPHQ PRHW GH YHLOLJH
afstand minstens tweemaal zo lang zijn als de
KRRJVWH ERPHQ LQ KHW YHOJHELHG 7LMGHQV KHW
kortzagen, dient u een afstand van 5 meter tussen
de werkers aan te houden.
=DDJ DOWLMG PHW EHLGH EHQHQ RS HHQ VWHYLJH
Q
ondergrond om te voorkomen dat u uit evenwicht
wordt getrokken.
SL
HR ET
LT
LV
9 2 2 5
SK BG
+ ( 7