Gebruiksaanwijzing voor de K-MINC-2000
Informatie
Op het tabblad Informatie worden de details van de MINC+ en
informatie over de netwerkverbinding weergegeven.
Onder de kop Apparaat:
• Naam incubator – Door de kliniek toegewezen naam van de incubator.
• Serienummer – Serienummer incubator.
• Versie FW – De firmwareversie van het Core Controller-systeem van
de MINC+.
• Versie DishTrace MINC+ – Het versienummer van de DishTrace
MINC+-software.
• Laatste onderhoud – Datum van de laatste onderhoudsbeurt.
• Fabricagedatum – Datum waarop het hulpmiddel is vervaardigd.
• Eerst verbonden op – Datum van eerste verbinding met netwerk.
Onder de kop Netwerkverbinding van de incubator:
• IP-adres – Netwerk-IP-adres van de incubator.
• Verbonden – Datum en tijd van verbinding van de
geselecteerde incubator.
• Duur – Duur van de verbinding van de geselecteerde incubator.
5.5.7 Een rapport over dekselopeningen genereren
1. Selecteer op het scherm Incubators het tabblad Geschiedenis.
2. Klik op de knop Rapport. Als de knop Rapport niet wordt
weergegeven, klikt u op de knop Resetten.
3. Selecteer de startdatum voor het rapport. De einddatum van het
rapport mag ten hoogste drie maanden na de startdatum liggen. Klik
op OK.
4. Selecteer de map of locatie op de drive waar u het rapport
wilt opslaan. Dit kan niet het bureaublad zijn of de map Mijn
documenten.
5. Klik op OK. Na het opslaan van het rapport verschijnt er een bericht.
Het rapport is in PDF-indeling.
5.5.8 Een activiteitslogboek van de incubator exporteren
1. Selecteer op het scherm Incubators het tabblad Geschiedenis.
12
2. Klik op de knop Exporteren. Als de knop Exporteren niet wordt
weergegeven, klikt u op de knop Resetten.
3. Selecteer de startdatum voor het rapport. De einddatum van het
rapport mag ten hoogste drie maanden na de startdatum liggen. Klik
op OK.
4. Selecteer de map of locatie op de drive waar u het rapport wilt opslaan.
Dit kan niet het bureaublad zijn of de map Mijn documenten.
5. Klik op OK. Na het opslaan van het rapport verschijnt er een bericht.
Het rapport is in CSV-indeling.
5.5.9 Bestanden
Schaalbestanden voor alle MINC+-hulpmiddelen die op het netwerk
zijn aangesloten kunnen worden opgezocht en bekeken op het
tabblad Bestanden.
5.5.10 Zoeken naar een schaalbestand
Schaalbestanden worden weergegeven onder de kop Recente
bestanden, waar de ID schaal, ID patiënt, Naam patiënt en Eerste
check-in voor elke schaal worden weergegeven, en de kolommen
Status, Locatie en Weergave Om afzonderlijke bestanden te bekijken
klikt u op de pijl onder Weergave voor elke rij.
1. Selecteer een van de volgende velden in het vervolgkeuzemenu in
de linkerbovenhoek van het scherm:
• ID schaal
• ID patiënt
• Naam patiënt (alleen voor- of achternaam)
• Naam incubator
2. Typ informatie in het desbetreffende veld (bijv. ID schaal, ID patiënt)
of typ het begin van de informatie om alle exacte treffers in de
schaalbestanden weer te geven.
3. Selecteer de gewenste Startdatum en Einddatum voor
de zoekopdracht.
4. Klik op de knop Zoek om de resultaten weer te geven. Klik op Wissen
om de schaalbestanden opnieuw weer te geven.
5.5.11 Een nieuw schaalbestand toevoegen
Met behulp van deze optie kunnen meerdere schaalbestanden worden
toegevoegd. Na het opslaan van de bestanden worden ze uitgezonden
naar alle incubators op het netwerk.
1. Selecteer op het scherm Bestanden de knop Toevoegen in de
rechter onderhoek. Het scherm Voeg bestand toe verschijnt:
2. Voer in ten minste één van de volgende velden schaalinformatie in:
Voornaam, Achternaam, ID patiënt en/of ID schaal. Na het invullen
van de vereiste velden klikt u op Opslaan.
3. Er verschijnt een dialoogvenster: 'Wilt u de data echt opslaan?' Klik
op Ja.
4. Er verschijnt een dialoogvenster ter bevestiging dat het
schaalbestand is aangemaakt en uitgezonden naar alle verbonden
incubators. Klik op OK. Het nieuwe schaalbestand wordt toegevoegd
aan de tabel Recente bestanden, met de status niet-toegewezen.
5.5.12 Een schaalbestand bewerken
1. Dubbelklik op het scherm Bestanden op de rij of selecteer onder
Weergave het pictogram 'Klik om details te bekijken' van de
bestandsrij die u wilt bewerken.
2. Het scherm Schaalbestand wordt geopend zoals getoond in
paragraaf 5.5.13.
3. Selecteer het bewerkingspictogram rechtsboven op het scherm op
de balk met schaalinformatie.
4. Het scherm Bestand bewerken verschijnt. Plaats de cursor in het/de
te bewerken veld(en) en wijzig de informatie naar behoefte.
5. Klik op Opslaan. Er verschijnt een dialoogvenster: 'Wilt u de data
echt opslaan?' Klik op Ja.
6. Er verschijnt een dialoogvenster ter bevestiging dat het
schaalbestand is gewijzigd en wordt uitgezonden naar alle
verbonden incubators. Klik op OK.
7. Het scherm Schaalbestand wordt weer geopend en toont de
gewijzigde informatie. Klik op het pictogram Terug linksboven
op de informatiebalk om terug te keren naar het scherm
Recente bestanden.
5.5.13 Schaalbestanden en schaalrapportage
Dubbelklik op het scherm Bestanden op de rij of selecteer onder
Weergave het pictogram 'Klik om details te bekijken' van de rij van
het schaalbestand dat u wilt bekijken of waarvoor u een rapport wilt
genereren. Het hieronder getoonde scherm Schaalbestand wordt
weergegeven. De informatiebalk Schaalbestand toont incubatie-
informatie met betrekking tot de geselecteerde schaal. Het tabblad
Geschiedenis toont een grafisch temperatuurprofiel met alarmen
voor de incubatieperiode van de schaal. Als u de muisaanwijzer
op een afzonderlijke alarmmarkering houdt, krijgt u aanvullende
informatie. Het tabblad Voorvallen toont een lijst met voorvallen in
verband met de geselecteerde schaal, zoals het in- of uitchecken van
de schaal, dekselopeningen en eventuele alarmen die zich tijdens de
incubatieperiode hebben voorgedaan.
12-23
Nederlands