FR
EN
DE
ES
IT
Nederlands (Vertaling van de originele instructies)
zo schade door oververhitting veroorzaakt. Wanneer het
gras rond de maaikop vastraakt, LEGT U DE MOTOR
STIL, trekt u de stekker uit het stopcontact en verwijdert
u het gras.
Wanneer u op halve kracht verder maait, kan
smeermiddel uit de carburator sijpelen.
MAAILIJN OPSCHUIVEN
(Reel Easy lijntrimmerkop)
De maailijn kan worden opgeschoven door de maaikop
op het gras te tikken terwijl de motor op volle kracht
draait.
Draai de motor op volle kracht.
Q
Tik de knop op de grond om de lijn op te schuiven. De
Q
lijn schuift vooruit telkens u de grond raakt. Hou de
knop niet tegen de grond.
OPMERKING: Het snijblad voor de maailijn op de
grasbeschermkap zal de lijn op de juiste lengte
afsnijden.
OPMERKING: Wanneer de lijn teveel wordt ingekort,
is het mogelijk dat u de lijn niet naar voor kunt
schuiven door op de grond te tikken. Indien dit het
geval is, stopt u de motor en schuift u de lijn manueel
naar voor.
MAAILIJN MANUEEL OPSCHUIVEN
Stop de motor en trek de stekker uit het stopcontact.
Q
Druk de knop in terwijl u aan de lijn(en) trekt om ze
Q
manueel naar voor te schuiven.
OPMERKING: Pro Cut II
voren worden gebracht. Om de lijn te vervangen,
verwijzen wij naar het hoofdstuk Lijn in Pro Cut
II
TM
lijntrimmerkop installeren, later in deze
gebruiksaanwijzing.
MAAITIPS:
Zie figuren 9 – 11.
Vermijd warme oppervlakten door het toestel
Q
steeds van uw lichaam weg te houden. (goede
bedieningshoudingen worden in figuur 9 getoond.)
Hou de graskantmaaier in een hoek tot het
Q
maaioppervlak; dit is de beste maaipositie.
De graskantmaaier snijdt wanneer u het toestel van
Q
links naar rechts beweegt. Op deze manier voorkomt
u dat er afval bij de bediener terechtkomt. Vermijdt
het maaien in de gevaarlijke zone, aangeduid in de
illustratie.
Gebruik de top van de lijn om te maaien; forceer de
Q
maaikop niet in het ongemaaide gras.
Draadafsluitingen en hekken veroorzaken bijkomende
Q
slijtage en zelfs breuk. Stenen muren, dorpels en
hout kunnen de lijn snel doen verslijten.
Vermijd bomen en struikgewas. Boomschors,
Q
houtschilfers, afrasteringspalen en platen kunnen
NL
PT
SV
DA
NO
TM
lijn kan niet naar
FI
HU CS RU
RO PL
makkelijk door de maailijn beschadigd worden.
SNIJBLAD VOOR DE MAAILIJN
Zie figuur 12
De graskantmaaier is uitgerust met een snijblad voor
de maailijn op de beschermkap. Schuif de lijn naar voor
totdat ze op lengte door het snijblad wordt afgesneden
voor de beste maaiprestaties. Schuif de lijn telkens naar
voor als u hoort dat de motor sneller dan normaal draait
of wanneer de maaiprestaties verminderen. Zo houdt u
de lijn lang en verkrijgt u de beste prestaties.
STARTEN EN STOPPEN
Zie figuren 13-15.
Wanneer u de graskantmaaier voor het eerste opstart of
wanneer de batterijspanning laag is, kan het nodig zijn,
het toestel manueel te starten.
MANUELE START:
Koudstart:
Druk de graskleptrigger NIET in tot de motor start en
draait.
Leg de graskantmaaier op een vlak, effen oppervlak
Q
neer.
VOORAF – Druk de knijppeer minstens 7 keer in,
Q
zodat de brandstof duidelijk zichtbaar wordt.
Plaats de starthendel in de START positie.
Q
Zorg ervoor dat de ontstekingsschakelaar (nummer 6)
Q
in de middelste positie staat.
TREK aan de trekstart tot de motor start.
Q
Wacht 6-10 seconden en druk dan de knijppeer
Q
zachtjes in om te werken.
OPMERKING: Wanneer u de knijppeer indrukt en
loslaat, schuift de starthendel naar de RUN-positie.
Warmstart:
Zorg ervoor dat de ontstekingsschakelaar (nummer 6)
Q
in de middelste positie
TREK aan de trekstart tot de motor start.
Q
Motor stilleggen:
Schuif de ontstekingsschakelaar (nummer 6) in de
Q
'O'-positie en de motor zal stilvallen.
ELEKTRISCHE START:
ZORG ERVOOR DAT DE BATTERIJEN VOLLEDIG
W E R D E N O P G E L A D E N – Z I E ' B AT T E R I J E N
OPLADEN'
Koudstart:
Druk de graskleptrigger NIET in tot de motor start en
Q
draait.
Plaats de batterijen op het toestel zoals getoond in
Q
figuur 8.
Leg de graskantmaaier op een vlak, effen oppervlak
Q
neer.
91
SL
HR ET
LT
LV
SK BG