93014.15.12
NL
Bereik (in seconden) 2 - 60
Auto-Restart Delay (Vertraging automatisch opnieuw starten): de tijd
die de uitlaatdruk van de compressor lager moet zijn dan de waarde voor het
inschakelpunt voordat de compressor automatisch opnieuw wordt gestart.
Bereik (in seconden): 0 - 60
COM Control (COM-beheer): door dit instelpunt in te schakelen, kan de
compressor worden beheerd met een serieel apparaat of Ethernet-apparaat,
zoals een X8I. Dit is hetzelfde als de optie 'Sequencer' op oudere Intellisys-
controllers.
Remote Start/Stop (Starten/stoppen op afstand): wanneer dit instelpunt
wordt ingeschakeld, kan de compressor worden gestart en gestopt met de
digitale ingangen op de controller.
Enable PORO (PORO inschakelen): wanneer dit instelpunt wordt
ingeschakeld, kan een belaste compressor na een stroomstoring automatisch
opnieuw worden gestart. Als u deze functie wilt inschakelen, moet u de
PORO-optie hebben aangeschaft en geïnstalleerd.
PORO Time (PORO tijd): de tijd na het verhelpen van de stroomstoring
en het opstarten van de controller voordat de compressor een PORO-start
uitvoert. Tijdens deze periode weerklinkt de PORO-claxon.
Bereik (in seconden): 10 - 600
Low Ambient Temp (Lage omgevingstemperatuur): de temperatuur
waaronder de optie voor de lage omgevingstemperatuur wordt
ingeschakeld.
Bereik (in °F): 0 - 60
Scheduled Start Day (Geplande startdag): dag (of dagen) van de week
waarop een geplande start wordt uitgevoerd. De compressor zal starten
wanneer de waarde van de ingebouwde klok overeenkomt met de datum,
het uur en de minuut van de ingestelde starttijd. Als u deze functie wilt
inschakelen, moet u de optie Scheduled Start/Stop (Geplande start/stop)
hebben aangeschaft en geïnstalleerd.
Scheduled Start Hour (Gepland startuur): het uur waarop een geplande
start wordt uitgevoerd. Als u deze functie wilt inschakelen, moet u de
optie Scheduled Start/Stop (Geplande start/stop) hebben aangeschaft en
geïnstalleerd.
Scheduled Start Minute (Geplande startminuut): de minuut waarop een
geplande start wordt uitgevoerd. Als u deze functie wilt inschakelen, moet u
de optie Scheduled Start/Stop (Geplande start/stop) hebben aangeschaft en
geïnstalleerd.
Scheduled Stop Day (Geplande stopdag): dag (of dagen) van de week
waarop een geplande stop wordt uitgevoerd. De compressor zal stoppen
wanneer de ingebouwde klok overeenstemt met de datum, het uur en de
minuut van de ingestelde stoptijd. Als u deze functie wilt inschakelen, moet u
de optie Scheduled Start/Stop (Geplande start/stop) hebben aangeschaft en
geïnstalleerd.
Scheduled Stop Hour (Gepland startuur): het uur waarop een geplande
start wordt uitgevoerd. Als u deze functie wilt inschakelen, moet u de
optie Scheduled Start/Stop (Geplande start/stop) hebben aangeschaft en
geïnstalleerd.
Scheduled Stop Minute (Geplande startminuut): de minuut waarop een
geplande start wordt uitgevoerd. Als u deze functie wilt inschakelen, moet u
de optie Scheduled Start/Stop (Geplande start/stop) hebben aangeschaft en
geïnstalleerd.
Denk eraan dat de geplande start- en stopdagen, -uren en -minuten
exact moeten overeenstemmen om gepland starten/stoppen uit te
schakelen .
* Lage omgevingstemperatuur kan slechts worden ingesteld als de
fabrieksinstellingen voor lage omgevingstemperatuur aan zijn.
** Een 0-waarde deactiveert de Eerste/Laatste functie.
NL-40
Pagina 7 Sensoren Kalibreren
Afbeelding 75 : Sensoren Kalibreren
De sensoren kunnen alleen worden gekalibreerd wanneer de machine is
gestopt en er geen druk op de sensor staat. Een kalibratie is alleen vereist
als een sensor is vervangen, de controller is vervangen, de software van de
controller is bijgewerkt of als de gebruiker vermoedt dat de sensor verkeerde
waarden meet. Het kalibreren van een sensor begint nadat u het vakje
naast de sensornaam hebt aangevinkt. Mogelijk dat het selectievakje zo
snel wordt weergegeven dat het vakje niet zichtbaar is. U kut de kalibratie
controleren door te kijken of er voor de sensor nu een waarde van nul wordt
weergegeven.
Alle onderstaande sensoren kunnen worden gekalibreerd.
•
Sump Pressure (Carterdruk)(APT): alleen voor units waarvoor het
fabrieksinstelpunt Enable APT (APT inschakelen) is ingeschakeld.
R4–11-units hebben doorgaans geen APT geïnstalleerd.
•
Uitlaatdruk huis (4APT)
•
Nakoeler uitlaatdruk (7APT) - Alleen bij units met geïntegreerde droger
Denk eraan dat indien een sensor momenteel een waarde aangeeft die +/-
10% van het nulbereik ligt, de sensor niet kan worden gekalibreerd en dat er
een waarschuwing in het gebeurtenissenlogboek wordt geregistreerd. Zorg
ervoor dat de sensor eerst aan de omgevingstemperatuur is blootgesteld
voordat u aan de kalibratie begint.
Map Gebeurtenissen
Pagina 1 tot max . 50
Afbeelding 76 : Map Gebeurtenissen
De pagina's in de map met Gebeurtenissen bevatten de laatste 250
gebeurtenissen die zich voordeden in de controller, en de datum en tijd van
elke gebeurtenis. De gebeurtenissen worden weergegeven in de volgorde,
waar nummer 1 betrekking heeft op de meest recente gebeurtenis en het
nummer 250 op de oudste. Als een nieuwe gebeurtenis plaatsvindt, neemt
deze de eerste positie in de lijst en alle overige gebeurtenissen worden naar
de volgende plaats geschoven.
De paginanummers in de titelbalk zijn bedoeld om door de gebeurtenissen
te bladeren, waarbij elke pagina hooguit vijf gebeurtenissen bevat. Op
pagina één zijn de gebeurtenissen 1 t/m 5 vermeld, op pagina twee worden
de gebeurtenissen 6 t/m 10 vermeld, enz.
De datum en tijd voor de gebeurtenis kunnen worden bekeken door naar de
gebeurtenis te bladeren en op de pijl-rechts op de navigatietoets te drukken.
Om het venster met de datum en tijd te sluiten, drukt u op de toets Enter.
80447188 Rev B