93014.15.12
De achtergrondverlichting wordt ingeschakeld zodra op een
controllertoets wordt gedrukt .
De start-, stop-, belasting-, ontlasting-, reset- en bevestigings-
toets op de controller blijven ook functioneel wanneer de
achtergrondverlichting is uitgeschakeld . Het is aanbevolen om
op enter of op een van de navigatietoetsen te drukken om de
achtergrondverlichting terug in te schakelen .
Pagina 4 - Adresinstellingen Seriële Poort
Afbeelding 112 : Adresinstellingen Seriële Poort
Met deze pagina kan de gebruiker de netwerkadressen instellen voor de RS-
485-netwerken waarmee de controller kan communiceren.
Active Protocol (Actief protocol): hiermee kan de seriële poort worden
geconAfbeeldingerd voor Airbus-protocollen (die worden gebruikt voor
systeemcontrollers voor de X-serie en integrale sequencing) of Modbus-
protocollen. Beschikbare opties zijn: Airbus485 en Modbus Slave
MODBUS Address (MODBUS-adres): hier kunt u de ID van het Modbus-
knooppunt voor de controller instellen om te communiceren met een
Modbus-compatibel apparaat. Deze waarde kan tussen 1 en 254 zijn.
RS-485 Address (RS-485-adres): hier kunt u het Airbus-adres instellen
waarmee de controller over een Integral Sequencing-netwerk of een
systeemcontrollernetwerk van de X-serie kan communiceren.
Pagina 5 En 6 – Ethernet-Instellingen (Alleen Eco-Module)
Deze pagina's hebben alleen effect wanneer de ECO-module is aangeschaft.
Afbeelding 113 : Ethernet-Instellingen (Alleen Eco-Module)
IP Address Setting (Instelling IP-adres): wanneer DHCP niet is
ingeschakeld, wordt met dit instelpunt het IP-adres van de controller
ingesteld.
IP Address Actual (Daadwerkelijk IP-adres): wanneer DHCP niet is
ingeschakeld, komt dit overeen met het ingestelde IP-adres. Als DHCP
geactiveerd is, zal het adres dat aan de controller toegekend is door DHCP-
server hier verschijnen.
Default Gateway Setting (Standaard gatewayinstelling: instelpunt voor
de standaard gateway.
Default Gateway Actual (Werkelijke standaard gateway): huidige
instelling voor de standaard gateway.
Subnet Mask Setting (Instelling subnetmasker): instelpunt voor het
subnetmasker.
Subnet Mask Actual (Werkelijk subnetmasker): huidige instelling voor het
subnetmasker.
80447188 Rev B
OPMERKING
WAARSCHUWING
MAC Address (Mac-adres): dit is het unieke MAC-adres voor de controller.
Dit kan niet worden gewijzigd.
Enable DHCP (DHCP inschakelen): de controller toestaan om automatisch
een IP-adres van het LAN-netwerk (Local Area Network) te ontvangen.
Toepassen: nadat de gewenste instellingen zijn bewerkt, gaat u naar de
optie voor het accepteren van de instellingen en drukt op Enter om de
ingestelde variabelen op te slaan.
Cancel (Annuleren): alle aangebrachte wijzigingen in de Ethernet-
instellingen negeren.
Map Integral Sequencing
Afbeelding 114 : Map Integral Sequencing
Dankzij Integral Sequencing kan de compressor in een netwerk worden
geplaatst met maximaal drie andere compressoren (vaste of variabele
snelheid) om een stabiele systeemdruk aan te houden door compressoren te
laden en te ontladen indien nodig. Als u integral sequencing wilt gebruiken,
hebt u geen extra hardware nodig. Het enige wat u nodig hebt, is een seriële
tweeaderige aansluitkabel om alle compressors in het systeem in serie te
verbinden met poort X04 op de controller.
Om ervoor te zorgen dat een compressor onderdeel vormt van een integral
sequencing-systeem, moet het instelpunt COM control (COM-beheer) o
het tabblad met bedieningsinstellingen worden ingeschakeld en moet de
compressor worden gestart via de lokale starttoets. Daarnaast adviseren
we de functie Auto-Restart (Automatisch opnieuw starten) in te schakelen,
aangezien het integral sequencing-systeem de machines alleen maar belast
en ontlast en nooit start of stopt. Integral sequencing is afhankelijk van
Auto-Restart (Automatisch opnieuw starten) voor het uitschakelen van de
compressormotor wanneer deze compressor niet nodig is.
Het adres van de compressor in het Integral Sequencing-systeem wordt
bepaald door het RS-485-adres dat in de map Algemene instellingen
NL
NL-55