93014.15.12
NL
klep een kwartslag en wacht een minuut. Herhaal deze incrementele
bewegingen tot de gewenste temperatuur is bereikt.
4.
Plaats een bord "Waarschuwing - niet bijstellen" bij de klep of plaats
een slot.
Aangeraden waterkwaliteit
Waterkwaliteit wordt vaak over het hoofd gezien tijdens het uitvoeren
van de inspectie van koelsysteem van een compressor met waterkoeling.
Waterkwaliteit bepaalt hoe effectief warmtetransfer en waterdoorvoer zullen
zijn gedurende de levensloop van de compressor. Men moet zich realiseren
dat de kwaliteit van het water dat in alle koelingsystemen gebruikt wordt
niet constant zal blijven tijdens de werking van het systeem. Verdamping,
corrosie, chemische- en temperatuurveranderingen, luchttoevoer en
-doorvoer, kalkaanslag en ecologische vervuiling zullen de kwaliteit van
water verlagen. Het eerste probleem dat bij een watergekoeld systeem
ontstaat heeft te maken met de verlaging van de snelheid waarmee
warmte overgebracht wordt; vervolgens ontstaat er een gereduceerde
waterdoorvoersnelheid of verhoogde drukdaling met, uiteindelijk, de schade
aan het systeem als gevolg.
Substantie
Langelier-index (LI)
Ammoniak [NH], ppm
Ammoniak [NH4-1], ppm
Chloriden [Cl-], ppm
Koper [Cu], ppm
Opgeloste zuurstof (DO) [O2], ppm
IJzer en mangaan [Fe + Mn], ppm
Nitraat [NO-], ppm
Olie & vetten, ppm
Siliciumdioxide (silica) [SiO2], ppm
Sulfaten [SO4-2], ppm
Geïntegreerde Droger
Sluit geen condensdroger uit een andere onder druk staande drainagelijn
op een gesloten elektrische kring aan. Zorg ervoor dat de uitstroom uit de
condensdrains onbelemmerd is. Sluit de condensbuizen op een dergelijke
manier aan dat geluidsniveaus tijdens drainage minimaal zijn.
Zorg ervoor dat alle condens op een verantwoorde manier is verwijderd,
conform alle toepasselijke normen en regelgevingen (lokale, provinciale,
nationale, federale, enz.).
De omgevingstemperatuur rondom de droger en compressor mag
geen compacte of gasachtige vervuilers bevatten. Alle gecomprimeerde
en gecondenseerde gassen kunnen zuren of chemische producten
genereren die de compressor of de onderdelen binnenin de droger kunnen
beschadigen. Let bijzonder op wanneer u werkt met zwavel, ammoniak,
chloor en met de installaties in de kustomgeving.
NL-10
Tabel 3: Aanvaardbare maximumgrenzen voor koelwateringrediënten
AANVAARDBARE MAXIMUMGRENZEN
Testinterval
Zoetwater (warmtewisselaar met
messingplaat
Maandelijks
0 tot 1
Maandelijks
<1
Maandelijks
<2
Maandelijks
<80
Maandelijks
<0,01
Wekelijks
<0,1
Maandelijks
<0,
Maandelijks
<100
Maandelijks
<5
Maandelijks
<0
Maandelijks
<70
Kalkaanslag: Kalkaanslag dat wordt gevormd hindert een effectief
warmtetransfer; het is echter goed ter preventie van de corrosie. Daarom is
een dun gelijk laagje kalk gewenst op de binnenste oppervlaktes. Misschien
is de grootste boosdoener als het om kalkaanslag gaat de bezinking van
kalk in het water. Dit proces is afhankelijk van temperatuur en de pH-waarde
van water. Hoe groter de pH-waarde, des te groter de kans op kalkaanslag.
Kalkaanslag kan onder controle worden gehouden door middel van
waterbehandeling.
Corrosie: In tegenstelling tot kalkaanslag, kan de corrosie het probleem
opleveren. Chloriden kunnen problemen veroorzaken vanwege hun grootte
en conductiviteit. Lage pH-waarden zijn gunstig voor corrosie, net als de
grote hoeveelheden opgelost zuurstof.
Vervuiling: Biologische en organische stoffen (slijm) kunnen tevens
problemen opleveren; deze problemen zijn echter in een omgeving waar
temperatuur verhoogd is, zoals tijdens de koelingsprocedures, geen
hoofdzaak. Mochten er desondanks problemen ontstaan, zoals verstopping,
is het mogelijk om commerciële shockbehandelingen toe te passen.
Om ervoor te zorgen dat het koelingsysteem van de compressor lang
en naar behoren werkt, is het raadzaam om onderstaande waarden voor
verschillende waterbestanddelen aan te houden:
Vuil water / zeewater (warmtewisselaar met
huls en buis)
-0,5 tot 2,5
<2
<5
<1000
<0,5
<
<2
<125
<5
<100
<250
Omgevingsbeperkingen
Het standaard compressorhuis is ontworpen voor de volgende
omstandigheden:
•
Alleen voor gebruik binnen
•
In zones die niet worden beschouwd als zones met een hoog stofrisico.
•
Omgevingstemperatuur variëert tussen 2 en 46 oC (5-115oF)
Ingersoll Rand biedt de volgende opties aan voor eenheden met vaste
snelheid om de omgevingsbeperkingen uit te breiden.
•
Aanpassingen voor gebruik buiten
•
Optie lage temperatuur (-2 tot 46 oC / -15 tot 115oF) op zeeniveau
•
Optie hoge temperatuur (2 tot 55 oC / 5 tot 11oF) op zeeniveau)
•
Stofluchtfilter
•
Stofhuisfilter
80447188 Rev B