93014.15.12
NL
Verbinding Met Het Modbus-Netwerk
De controller van de Xe-70M is ontworpen als interface voor elk apparaat dat
compatibel is met de Modbus RTU-master waarvoor een Belden 9841-kabel
of gelijkwaardige RS-485-kabel wordt gebruikt. Om verbinding met het
netwerk te maken, moet de kabel worden aangesloten op poort X04 op de
controller, zoals hieronder wordt weergegeven:
L2
L1
RS-485 Netwerk
De RS485-datacommunicatie en andere laagspanningssignalen
kunnen onderhevig zijn aan elektrische storing. Dit kan zich uiten in
periodieke defecten of anomalie die moeilijk gediagnosticeerd kunnen
worden. Om deze mogelijkheid te voorkomen, moet u altijd kabels met
aardebeveiliging gebruiken die aan één kant stevig zijn vastgezet aan een
goede aarding. Bedenk bovendien zorgvuldig hoe u de kabels wilt verleggen
tijdens de installatie.
1.
Leid nooit een kabel van de RS485-datacommunicatie of een
laagspanningssignaalkabel langs een hoogspanningsstroomkabel. Als
het nodig is het pad van een stroomkabel (stroomkabels) te kruisen,
kruis dan altijd in een rechte hoek.
2.
Als noodzakelijk is dat de kabel de loop van de stroomkabels over korte
afstand volgt (bijvoorbeeld: van een compressoreenheid tot de muur
langs een opgehangen kabelgoot), maak dan de RS485- of signaalkabel
aan de buitenkant van de geaarde kabelgoot vast zodat de kabelgoot
een geaarde afscherming vormt tegen elektrische storing.
.
Leid indien mogelijk nooit een RS485- of een signaalkabel langs
apparatuur of toestellen die een bron van elektrische storing kan
/ kunnen zijn (bijvoorbeeld: driefasige voedingstransformator,
hoogspannings-schakeltoestel, frequentieomvormer-aandrijfmodule,
antenne voor radiocommunicatie).
NL-60
MODBUS-AANSLUITING EN -BESTURING
Afbeelding 126
Xe70M Phoenix 2 Pin
Connector
2
1
2
1
X04
L2
L1
Afbeelding 127
Modbus Adresselectie
Elke compressor die is aangesloten op het MODBUS-netwerk zal een uniek
toegewezen adres hebben, te beginnen met compressor 1 en sequentieel
toenemend tot het aantal compressoren dat is aangesloten op het MODBUS-
netwerk.
Het Modbus-adres voor elke compressor wordt ingesteld op het tabblad
Algemene instellingen, pagina 4. De standaardinstelling voor het Modbus-
adres van de controller is 1.
Daarnaast moet het actieve protocol zijn ingesteld op de Modbus Slave.
Afbeelding 128
Modbus-Masterinstellingen
Om goed met de controller van de Xe-M te kunnen communiceren, moet de
Modbus-master voor de communicatie als volgt zijn geconAfbeeldingerd:
Baudrate – 9600
Databits – 8
Stopbits – 1
Pariteit – Geen
De volgende navraagparameters worden aangeraden voor een optimale
werking van het systeem:
Pollingrate: Niet minder dan 500 ms
Time-out: 500 ms
Nieuwe pogingen: 2
80447188 Rev B