93014.15.12
van deze fouten opgetreden is, zal de controller, in plaats van het afsluiten via
een VSD-storing, resetten en vervolgens de compressor opnieuw opstarten.
Als de compressor uitgerust is met een PORO (power out restart-optie), zal
de compressor een PORO-herstart uitvoeren. Op een unit zonder PORO, start
de controller de compressor 10 seconden nadat de controller gereset is op.
Een unit mag dit niet meer dan vijf keer binnen één uur uitvoeren. Als de
unit binnen één uur alle vijf mogelijkheden heeft gebruikt, zal een eventuele
zesde storing als een reguliere VSD-storing worden beschouwd.
Lage carterdruk
Dit komt voor als de compressor draaiende is en de carterdruk onder 1 psi
gedurende 15 seconden gedaald is.
Controleer Motorrotatie
Dit komt voor als de controller een negatieve snelheidswaarde vanaf de VSD
tijdens de opstart heeft gelezen.
VSD-communicatiestoring
Dit komt voor als de controller geen respons van de VSD heeft ontvangen
nadat het informatieverzoek was afgegeven. Deze storing treedt na ongeveer
8 seconden op.
VSD-initialisatiestoring
Deze storing komt voor als er, na de inschakeling van stroomtoevoer, geen
communicatie tussen de controller en de VSD tot stand is gekomen.
Koelfilter vervangen
Dit komt voor als de rustmodus aan staat. Deze uitschakeling is bedoeld
als een herinnering voor de onderhoudsmedewerkers van Ingersoll Rand
om rustmodus alleen tijdens het installeren van nieuwe koelfilters in te
schakelen.
Incorrect VSD-type
Deze storing komt voor als het, na de inschakeling van stroomtoevoer,
blijkt dat het type VSD niet geschikt is voor de grootte van de betreffende
compressor. De controller bepaalt dat door het type compressor met de ID-
bordbesturing te vergelijken.
Stroomonderbreking controle
Dit komt voor als de compressor zou moeten draaien maar de AC-
ingangsspanning, zoals afgelezen vanaf de VSD, onder 100 VAC is gezakt.
Deze uitschakeling kent een 2-seconde vertraging voor het geval dat de
stroomtoevoer snel terugkeert. Een fasemonitor is een mogelijke veroorzaker
van deze uitschakeling.
Stopstoring
Dit komt voor als de compressor stopgezet zou moeten worden maar de
motorsnelheid nog niet onder de minimum instelling voor motorsnelheid
is gezakt. De controller zal voor het activeren van deze uitschakeling eerst 4
seconden wachten om de compressor te stoppen.
Hoge tussentrapse druk
Dit komt voor als de compressor, als onderdeel van een twee-staps unit,
draaiende is en de interstage-druk boven 75 psi is gerezen.
Hogedrukdaling koelfilter
Dit komt voor als de unit minstens zeven seconden draaiende is, de
temperatuur van het geïnjecteerde koelmiddel minstens 140°F bedraagt, een
waarschuwingsbericht voor het vervangen van koelfilter reeds is opgetreden,
de motorsnelheid minstens gelijk is aan de minimumsnelheid en de
drukdaling in het koelfilter (5CPT - 6CPT) hoger is dan 5 psi.
Hoog inlaatvacuüm
Dit komt voor als de compressor belast draait, de motorsnelheid minstens
de minimumsnelheid heeft bereikt en de inlaat vacuüm hoger is dan 1,8 psi
(vacuüm).
Hoge carterdruk
Dit komt voor als de compressor draaiende is, en één van de volgende
drie situaties zich heeft voorgedaan: (1) De carterdruk is 25 psi hoger dan
de doeldruk. (2) De gemeten afscheiderdruk hoger is dan 25 psi en de
afvoerdruk van het huis minstens 65 psi is. () De carterdruk hoger is dan 168
psi.
80447188 Rev B
List met hinders tijdens opstarten
Hoge uitlaattemperatuur luchteinde
Dit komt voor als 2ATT hoger is dan 95% van 228 °F.
Hoge carterdruk
Dit komt voor als de carterdruk (APT) 25 psi is, of hoger dan de
standaarddruk van de compressor.
Wacht op VSD-commando
Dit komt voor als de VSD-compressor geen respons heeft gegeven aan de
initiële communicatieaanvraag vanuit de controller.
Uitsch.Gesch
Pagina's 1-4 (max .)
Afbeelding 44: Uitsch .gesch
De pagina's in de map met uitschakelingengebeurtenissen, tot de laatste
15 gebeurtenissen die de controller heeft gehad, en de tijd voor elke
gebeurtenis. De uitschakelingen zijn opgenomen op volgorde, waarbij
nummer 1 het meest recente geval betreft en nummer 15 het oudste. Als een
nieuwe gebeurtenis plaatsvindt, neemt het de eerste positie in de lijst en alle
overige gebeurtenissen worden naar de volgende plaats geschoven.
De paginanummers in de titelbalk zijn bedoeld om door de gebeurtenissen
te bladeren, waarbij elke pagina hooguit zeven gebeurtenissen bevat. Op
pagina één zijn de gebeurtenissen 1 t/m 5 vermeld, op pagina twee worden
de gebeurtenissen 6 t/m 10 vermeld, enz.
De volgende acties zulen een gebeurtenis genereren:
•
Stroom aan
•
Stroom uitgeschakeld
•
Druk op de startknop
•
Druk op de stopknop
•
Druk op de knop Laden
•
Druk op de knop Lossen
•
Waarschuwing
•
Uitschakeling
•
Starthinder
Active uitschakelingen worden roodgemarkeerd terwijl de opgeloste
waarschuwingen een rode tekst bevatten.
In de geschiedenis uitschakelingen worden er tevens ten tijde van
de uitschakeling de compressorgegevens opgeslagen ten behoeve
van de diagnostiek en het verhelpen van storingen. Navigeer naar de
uitschakelingen en druk op 'Enter' om dialoogbox met de geschiedenis
uitschakelingen te activeren.
NL
NL-29