Herunterladen Diese Seite drucken

Ingersoll-Rand R30 Produktinformationen Seite 1045

Contact-cooled rotary screw air compressor
Vorschau ausblenden Andere Handbücher für R30:
93014.15.12
Locatie In Fabriek
1.
Compressor
2.
Luchtontvanger
.
Luchtdroger
4.
Persluchtfilters
5.
Systeemvraagpunten
6.
Ventilatie/afvoerklep
7.
Isolatieklep
8.
Luchtontvanger ("Vloeistoftank")
De klant kan een flexibel element tussen de machine en het druksysteem
installeren om trillingsoverdracht te voorkomen.
De compressor mag worden geplaatst op alle gelijke vloeren die geschikt
zijn voor het gewicht van de compressor. Een droge, goed geventileerde
plaats met een zo zuiver mogelijke atmosfeer is aanbevolen.
Het gebied dat werd geselecteerd voor de plaatsing van het product
moet vrij zijn van stof, chemicaliën, metaalvijlsel, verfdampen en
verfnevel.
Harde oppervlakken kunnen lawaai weerkaatsen met een schijnbare
toename van het decibelniveau. Wanneer geluidsisolatie belangrijk is, kan
een laag rubber of kurk onder de compressor worden geïnstalleerd om
lawaai te verminderen. Flexibele leidingen zijn mogelijk nodig.
Raadpleeg de tekening met algemene plaatsingsinstructies voor
minimale ruimtelijke eisen voor normale werking en onderhoud.
Er moet een minimale ruimte vrij worden gehouden voor de
controlepaneeldeur, zoals vereist conform de nationale en lokale
regelgeving.
Omgevingstemperaturen hoger dan 46° C (115° F) dienen te worden
vermeden, evenals de ruimtes met hoge vochtigheidsgraad.
De aanbevolen vrije ruimte rondom de compressor is minstens
1 m (3,3 ft) . Indien de ruimte aan de voorkant beperkt is moet de
uitlaat worden weggeleid (eventueel met verlengstukken) van de
compressor .
Schroefcompressoren mogen niet worden aangesloten op
luchtsystemen met zuigermachines zonder een isolatiemiddel in de
vorm van een gezamenlijke ontvangertank aan te brengen . Het is
raadzaam om beide compressoren door middel van buizen aan de
gemeenschappelijke opvangtank aan te sluiten, maar wel met behulp
van individuele luchtaansluiting .
De compressor wordt geleverd met aangebrachte beschermteugels .
Zorg ervoor dat deze tijdens het gebruik van de compressor
verwijderd zijn zodat het aandrijfsysteem vrij kan bewegen . De kleur
van iedere beschermteugel is geel .
80447188 Rev B
Afbeelding 1: Typisch luchtsysteem
1
7
8
6
Toets
OPMERKING
INSTALLATIE
4
3
Ontlaad- En Condensaatleidingen
Wanneer een nieuwe compressor (1) geïnstalleerd wordt, is het van belang
om het hele luchtsysteem te controleren. Op die manier zorgt men dat het
systeem veilig is en doeltreffend functioneert.
Speciale aandacht dient te worden besteed aan vloeistoftransport. Het is
altijd goed of luchtdrogers () te installeren omdat deze, mits een geschikt
model is uitgekozen en op een geschikte manier geïnstalleerd, alle
vloeistoftransport tot nul kunnen reduceren.
Een ontvanger (2) is zeker aan te raden om ervoor te zorgen dat het totale
systeemvolume voldoende blijft.
Uitlaatbuizen dienen tenminste dezelfde dimensies te hebben als de
uitlaataansluiting van de compressor. Alle buizen en koppelstukken dienen
geschikt te zijn voor de hoeveelheid uitlaatdruk. Uitlaatbuizen mogen geen
ontoelaatbare druk op de compressor uit te oefenen.
Het is raadzaam om lijnfilters te plaatsen (4).
Plaats in ieder geval een optie (6) voor het ventileren van uitlaatbuizen die
zich stroomafvaarts t.o.v. de controleklep voor minimum druk, aangebracht
op de afscheidtank, bevinden, en stroomopvaarts t.o.v. de eerste isolatieklep
(7).
Dit product is voorzien van een interne uitlaat-controleklep. Een externe
controleklep is niet vereist. Er moet een isolatieklep (7) worden geplaatst op
een afstand van max. 1m (6 inch) van de compressoruitlaat.
Aan deze eenheid mag geen plastic of pvc-buis worden gemonteerd
of gebruikt voor leidingen die van de compressor vertrekken, tenzij
het gaat om condensafvoerlijnen .
De uitlaatlucht bevat een zeer kleine hoeveelheid
compressorsmeerolie en men dient ervoor te zorgen dat de uitrusting,
welke zich stroomafwaarts bevindt, daartegen bestaand is .
Wanneer twee rotatieeenheden parallel naast elkaar worden bediend,
zorg dan ervoor dat een isolatieklep (7) en drainageopvangbak (6) op elke
afzonderlijke compressor aangebracht is, voor de gemeenschappelijke
opvangtank. Zorg ervoor dat er afvoerpijpen zijn geplaatst om te voorkomen
dat er water in de compressor terechtkomt terwijl deze niet in werking is.
Een vloeistoftank (8) is aanbevolen in die gevallen waar de luchtdroger
gebruik maakt van een regenererend droogmiddel om kortsluiting in de
compressor te voorkomen tijdens de spoelcyclus wanneer de persluchtvraag
in de fabriek laag is.
De ingebouwde nakoeler verlaagt de uitlaatluchttemperatuur onder de
vochtpunt (voor meeste omgevingstemperaturen). Daarom wordt een
aanzienlijke hoeveelheid water in condens omgezet. Teneinde dit condens
kwijt te raken, is iedere compressor met ingebouwde nakoeler voorzien van
een combinatieeenheid separator/opvangbak.
Een afdruipvoorziening en isolatieklep dienen vlakbij de compressoruitlaat
te worden aangebracht. Een drainageleiding dient te worden aangesloten op
de condensdrainage op de sokkel.
2
4
OPMERKING
OPMERKING
NL
5
NL-5
loading

Diese Anleitung auch für:

R37R45R55R75R90R110 ... Alle anzeigen