93014.15.12
Mapnavigatie En Pictogrammen
Druk op de knoppen NAAR RECHTS of NAAR LINKS om te bewegen door de
tabmappen op het LCD-scherm. U navigeert van de laatste naar de eerste
map en terug.
Tabel 29 : Pictogrammen op de mappenbalk
Mapnaam
Pictogram Beschrijving
Thuis
Operatorin-
stellingen
Gebeurtenissen
Uitsch.gesch
Onderhoud
Algemene
instellingen
Integral
sequencing
Status
Fabrieksin-
stellingen
Paginanavigatie
Als de gewenste map is geselecteerd, druk op de toets OMLAAG om te gaan
naar het geselecteerde gebied op de pagina en gebruik daarna de RECHTS-
en LINKS-toetsen om gewenste pagina te selecteren. Met behulp van de
toets OMHOOG gaat u terug naar de map-tabs.
Tabel 30 : Paginapictogrammen op de titelbalk
Pictogram
Start van het paginaselectiegebied.
Geeft aan dat er meer pagina's beschikbaar zijn als u naar
rechts navigeert.
Geeft aan dat er meer pagina's beschikbaar zijn als u naar
links navigeert.
Parameters Weergeven
Nadat de gewenste pagina is geselecteerd, kunt u met behulp van de
OMLAAG-toets de paginaparameters selecteren. Iedere keer dat u op de toets
OMLAAG drukt, beweegt de cursor naar de volgende parameter. Met behulp
van de OMHOOG-toets kunt u teruggaan naar de vorige parameter.
De cursor wordt omgedraaid en zodra u de laatste parameter hebt
geselecteerd en op de toets OMLAAG hebt gedrukt, navigeert de cursor naar
de mappenbalk. Als u de eerste parameter hebt geselecteerd en op de toets
OMHOOG gedrukt, gaat de cursor naar het paginaselectiegebied.
Eenmaal geselecteerd, kunt u de parameters bekijken door op ENTER te
drukken. Gebruik de navigatietoetsen om wijzigingen aan te brengen
en geef de instelling vervolgens op door nogmaals op de toets ENTER te
drukken. Als u de parameter hebt geopend, drukt u op ENTER en opent u de
huidige instelling in het controleprogramma; u kunt daarna met de cursor
terugnavigeren naar de geselecteerde parameter op de pagina.
Als de cursor zich op een parameter bevindt die een geactiveerd/
gedeactiveerd vak bevat, drukt u op ENTER en zal de instelling omschakelen.
Dit pictogram
wordt weergegeven in verschillende invoervensters (zie
Afbeelding 69 hieronder). Als u met de cursor daarop gaat staan en op ENTER
drukt, wordt de invoer geannuleerd evenals alle wijzigingen die u hebt
gemaakt.
80447188 Rev B
System performance and status main
information. The first page of this folder is
the default page when the controller first
powers up.
Systeemopties en configuratie-
instellingen.
Systeemgebeurtenissenlog.
Details over de meest recente
uitschakelingen.
Status van en notificatie van installatie van
compressor-onderhoudsitems.
Algemene instellingen zoals taal, tijd en
meeteenheden.
Status en configuratie van Integral
Sequencing-communicatie.
Metingen of status van/m.b.t. alle analoge
en digitale I/O's.
Instelparameters voor compressor. Laat
tevens de gegevens van hardware- en
softwareversies zien.
Beschrijving
Afbeelding 69 : Numeriek invoervenster
OPMERKING
Niet alle pagina's hebben instelbare parameters . Sommige pagina's
bevatten informatie die alleen-lezen is .
Dashboardpictogrammen
Het dashboard is bedoeld om een snel overzicht van systeemstatus te
geven. De volgende tabel toont standaard dashboardpictogrammen en hun
beschrijving. Let op: de kleur van deze pictogrammen verandert op basis van
de status die door de toepassing tijdens de uitvoering is bepaald.
Tabel 31 : Dashboardpictogrammen van de Xe-70M
Naam
Pictogram Beschrijving
Afstands-
Bediening op afstand is ingeschakeld. De
bediening
functies Start/Stop, COM-beheer, Integral
Sequencing of Webbeheer kunnen op
afstand worden bediend.
Onderhoud
Herinnering aanstaande of verlopen
vereist
onderhoudsbeurt
(d.w.z.: een lucht- of oliefilter moet worden
vervangen).
Ontladen
Compressor is niet geladen.
of
Geladen
Compressor is geladen.
Dashboardstatusberichten
Het dashboard geeft ook de huidige bedrijfsstatus van de compressor weer.
Tijdens het gebruik van de machine kunnen zich de volgende statussen
voordoen:
Klaar om te starten: er zijn op dit moment geen omstandigheden die de
•
compressor doen starten of verhinderen om te starten. De machine kan
op elk moment worden gestart door op de startknop te drukken
•
Starten: er is een startopdracht gegeven aan de compressor en de
startprocedure wordt uitgevoerd. De duur van deze procedure hangt af
van het type starter van de machine.
•
Laadvertraging: de compressor wacht na het opstarten even voordat
de machine wordt belast. Dit zorgt ervoor dat de machine bedrijfsklaar is
voordat deze wordt belast.
Draaiend onder belasting: de compressor werkt en produceert lucht.
•
De inlaatklep staat open en het aflaatventiel is gesloten.
Draaiend zonder belasting: de compressor werkt maar produceert geen
•
lucht. De inlaatklep is gesloten en het aflaatventiel is geopend.
•
Herlaadvertraging: dit is een korte periode nadat de compressor is
ontladen, voordat deze weer mag worden geladen. Dit biedt de inlaat- en
omloopkleppen de tijd om in de juiste stand te komen.
Auto-Restart (Automatisch opnieuw starten): de compressor is
•
gestopt omdat de druk tot boven het uitschakelpunt of het punt voor
automatisch stoppen is gestegen terwijl automatisch opnieuw starten is
ingeschakeld. De compressor zal automatisch opnieuw starten wanneer
de druk het inschakelpunt bereikt of de doeldruk bereikt.
Stoppen: de compressor heeft de opdracht gekregen om te stoppen en
•
de stopprocedure wordt uitgevoerd.
Afkoelen: na het stoppen van de motor moet de compressor enige tijd
•
stilstaan voordat deze opnieuw kan worden gestart. Als er tijdens de
afkoelperiode een startopdracht wordt ontvangen, wordt de compressor
na het einde van de afkoelperiode opnieuw gestart.
•
Niet klaar: de compressor heeft een omstandigheid ontdekt waardoor
deze niet kan starten. Deze omstandigheid moet worden opgelost
voordat de machine kan starten, maar moet niet worden bevestigd.
NL
NL-7