93014.15.12
NL
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK VAN COMPRESSOREN MET VARIABELE SNELHEIDSREGELAAR (VSD)
Basisbediening
De taalinstellingen en meeteenheden die op de controlemechanisme
te lezen zijn zullen worden ingesteld door de fabriek . Neem contact
op met uw lokale Ingersoll Rand onderhoudsvertegenwoordiger
indien u deze instellingen wilt laten wijzigen .
Vooraleer te starten
Controleer of het koelmiddelpeil tenminste in het midden van het kijkglas
zich bevindt en vul bij indien nodig. Raadpleeg de onderhoudsprocedures
voor het instellen van het correcte peil.
Zorg ervoor dat de isolatieklep voor uitlaatlucht open is. Schakel de
elektrische hoofdschakelaar in. De controlebord licht op om aan te geven dat
de lijn- en controlevoltage aanwezig zijn.
Het schermcontrast kan worden bijgesteld door het kleine schroefje vast te
draaien dat zich bevindt aan de rechterzijde van het controlemechanisme,
kijkend vanaf de ingangsdeur van de starterkastje.
Aanvangscontrole
Het controlemechanisme verricht aanvangscontroles wanneer de
compressor pas ingeschakeld is of als deze gereset moest worden. Terwijl
de aanvangscontrole plaatsvindt, verschijnt het bericht "Machine wordt
gecontroleerd" op het controlemechanisme.
Tijdens de aanvangscontrole controleert het controlemechanisme of
het controlesysteem op de juiste manier werkt. Mochten het voorkomen
dat, tijdens deze controle, enige onderdelen niet functioneren, vindt
uitschakeling plaats en de eenheid start niet.
Nadat de aanvangscontrole afgerond is, verschijnt het bericht "GERED VOOR
OPSTART"op het scherm van het controlemechanisme. Deze procedure duurt
10 seconden.
Opstart
De compressor wordt voor het eerst opgestart doordat de operator de lokale
startknop indrukt of doordat een opstartopdracht op afstand is ontvangen.
De compressor start in een geladen modus op en de motorsnelheid wordt tot
minimumsnelheid opgevoerd. Als de minimum snelheid is bereikt, begint de
compressor de druk met behulp van eigen snelheidsregelaar te controleren.
Wanneer de systeemdruk op het gewenste niveau is gekomen, begint de
compressor de snelheid te verlagen. Als de systeemdruk het instelpunt
voor onmiddelijke stopzetting heeft bereikt, stopt de compressor. Als de
systeemdruk het instelpunt voor automatische stopzetting heeft bereikt
en de compressor onder de minimum snelheid draait, zal de compressor
stoppen indien de afblaasmodule uitgeschakeld is. Als de afblaasmodule
ingeschakeld is, zal de compressor de afblaasklep openen en gedurende 10
seconden open laten, of totdat de druk in de separatortank naar 2,4 bar (5
psi) is gedaald, en zal daarna stoppen. De compressor start opnieuw als de
systeemdruk onder de doeldruk is gedaald.
Als u de compressor voor de eerste keer inschakelt, controleert u
of de condensatorventilator van de droger de juiste kant op draait .
Als de ventilator niet de kant opdraait die is aangegeven op de
sticker met het draaipijltje, wisselt u twee van de draadjes om bij de
stroombron of bij de schakelaar van de startbox in het pakket . Voer de
juiste stopprocedure uit en sluit het apparaat af van de stroombron
(lockout/tagout) voordat u wijzigingen aanbrengt in de bedrading .
NL-12
OPMERKING
OPMERKING
Stopsequentie
De compressor kan ter plekke of op afstandworden stilgezet , als gevolg
van een afsluiting wegens uitschakeling, of een noodafsluiting. Al
bovengenoemde omstandigheden doen de compressor onmiddellijk
stoppen, met uitzondering van de afsluiting ter plekke of op afstand. Tijdens
de afsluiting ter plekke of op afstand opent de afblaasklep en de zompressor
draait nog 10 seconden lang, of totdat de druk in de separatortank onder
2,4 bar (5 psi) is gedaald. De compressor stopt indien de systeemdruk een
van de twee instelpunten - automatische stop of onmiddellijke stop - heeft
bereikt. Indien de compressor om deze reden stopt, start hij automatisch
weer op wanneer de systeemdruk onder de doeldruk valt.
OPMERKING
Druk op de noodstopknop onderaan het instrumentpaneel indien de
compressor als gevolg van een noodsituatie stopgezet moet worden .
Opwarmmodus
Er moet een opwarmcyclus worden voorzien wanneer de temperatuur van
de luchtuitlaat van de compressor tijdens twee opeenvolgende werkcycli
niet de vereiste opwarmingstemperatuur bereikt (82°C/180°F). In plaats van
te stoppen blijft de compressor tijdens een opwarmcyclus draaien terwijl de
afblaasklep open staat. De compressor draait in de modus vaste snelheid op
minimale snelheid. De ventilator draait op minimumsnelheid. De compressor
draait ongeveer vijf minuten lang. Tijdens de opwarmcyclus wordt op de
controller het bericht "Warm Up Mode" weergegeven. Indien er tijdens deze
periode een drukval is, keert de compressor terug naar normale werking.
Sturing ventilator
De ventilatorsnelheid kan in bepaalde omstandigheden variëren om de
benaderingstemperatuur nakoeling en de injectietemperatuur van het
koelmiddel mee te sturen. De ventilatormotor heeft een eigen motor
aan variabele snelheid die stijgt en daalt bij de start en de stop van de
compressor.
E-Stop
Druk op de noodstopknop onderaan het instrumentpaneel indien de
compressor als gevolg van een noodsituatie stopgezet moet worden .
Hierdoor wordt de functie van de knop normaal lossen/stoppen
uitgeschakeld en de compressor stopt onmiddellijk.
OPMERKING
Het is normaal dat de koelventilator van de aandrijving blijft draaien
wanneer de aandrijving is gestopt . Zelfs wanneer er een noodstop is
gemaakt, kan de ventilator blijven draaien .
Herstart na afloop van noodstopsituatie
Als de eenheid uitgeschakeld is doordat een storing in de compressor is
opgetreden, dient u de storing te identificeren en te repareren voordat u een
herstartpoging doet.
Als de eeiheid om veiligheidsredenen uitgeschakeld moest worden,
zorg ervoor dat deze op een veilige manier kan werken voordat u de
herstartprocedure toepast.
Raadpleeg voordat u de compressor opstart de instructies met de titel
VOOR HET STARTEN en OPSTARTVOLGORDE beschreven aan het begin van dit
hoofdstuk.
80447188 Rev B