ruimte biedt om de Airbag (11) te laten uitzetten nadat deze is opgeblazen.
Volg bij twijfel de onderstaande procedure om te controleren of je bovenkleding compatibel
is met het systeem. Denk eraan dat je een bovenkleding kiest met de juiste pasvorm en als
er beschermers op de bovenkleding zitten, dat de beschermers correct zijn geplaatst. Als
de bovenkleding die u hebt gekozen van leer of een ander, niet-rekbaar materiaal is, moet
deze voorzien zijn van rekbare panelen zodat de opgeblazen airbag (11) er na het uitwerpen
in past; als deze niet van rekbare panelen is voorzien, moet u deze NIET dragen en in plaats
daarvan een ander kledingstuk kiezen dat aan de criteria voldoet en dat kan uitzetten om
de opgeblazen airbag (11) bij het uitwerpen te kunnen opvangen. Als de systeemairbag
(11) wordt opgeblazen, bedekt hij de schouders, de borst en de hele rug; daarom mag het
systeem niet in beschermende kleding worden gebruikt als deze kleding onvoldoende ruimte
biedt voor het opblazen van de airbag (11), om ongemak bij het opblazen te voorkomen.
Hieronder vind je richtlijnen om te controleren of je bovenkleding compatibel is met het
systeem.
BELANGRIJK!
Het systeem moet worden gedragen met elk buitenkledingstuk dat aan de
volgende criteria voldoet: meet de omtrek van de borst (A) en de breedte
van het kledingstuk op de borst (B). Het kledingstuk is compatibel met het
systeem als B groter is dan A gedeeld door 2 plus 16 cm (B > 0,5 x A + 16 cm
of B > 0,5 x A + 6,30 in) (Figuur 22).
Figuur 22: Referenties voor de borstomtrek (A) en de borstbreedte (B) van het kledingstuk
A
B
35 NL