• Zodra de motor is uitgegaan, drukt u de gashendel-
blokkering (8) en de gashendel (10) gelijktijdig in.
De koudstarthendel (choke) (7) springt automatisch
in de bedrijfsstand "warme start".
• Trek nu opnieuw snel aan het starterkoord (13) tot
de motor start.
Als de motor ook na meerdere pogingen niet aan-
springt, dient u hoofdstuk "Verhelpen van storingen"
te raadplegen.
m LET OP!
Trek het starterkoord (13) er altijd recht uit. Houd de
greep van het starterkoord (13) vast tot de starter-
koord (13) weer opwikkelt. Laat het starterkoord (13)
nooit terugschieten.
AANWIJZING
Bij hoge buitentemperaturen kan het voorkomen dat
ook bij een koude motor zonder choke moet worden
gestart!
• Laat de kettingrem los door de voorste handbe-
scherming (3) naar achteren te trekken (zie afb. 14).
VOORZICHTIG! De kettingrem is nu gelost en de
zaagketting (1) start nu.
AANWIJZING
Als de zaagketting (1) bij stationair toerental zich be-
weegt of als de motor bij het wegnemen van gas uit
zichzelf uitgaat, moet een instelling aan de carbura-
teur worden aangebracht (zie hoofdstuk "Onderhoud
van de carburateur").
• Til de kettingzaag op.
• Houd met de linkerhand de voorste handgreep (4)
vast.
• Houd met de rechterhand de achterste handgreep
(9) vast. Hierbij liggen de handpallen op de gashen-
delblokkering (8) en met uw wijsvinger bedient u de
gashendel (10).
• Na hernieuwde bediening van de gashendel (10)
loopt de motor bij stationair toerental.
• Laat de motor kort warmlopen.
Starten bij warme motor
(Het apparaat stond minder dan 15–20 minuten stil)
• Druk de voorste handbescherming (3) naar voren
tot deze vastklikt. De zaagketting (1) werd door de
kettingrem geblokkeerd.
• Schakel de aan/uit-schakelaar (11) op "ON" (11a).
• De koudstarthendel (choke) (7) moet voor het star-
ten van de warme motor niet worden aangetrokken.
• Zet de punten van uw schoen in de achterste hand-
bescherming (9) (zie afb 13).
92 | NL
• Houd de kettingzaag bij de voorste handgreep (4)
vast en trek het starterkoord (13) er langzaam tot
aan de eerste weerstand uit.
• Trek nu hard en snel aan het starterkoord (13). Het
apparaat moet na 1-2 keer trekken starten. Als het
apparaat na 6 keer aantrekken nog altijd niet start,
herhaalt u de werkwijze onder "Starten bij koude
motor".
Stoppen van de motor (afb. 10)
1. Laat de gashendel los en wacht tot de motor in
stationair toerental draait.
2. Zet de aan/uit-schakelaar op "Stop" om de motor
te stoppen. (Afb.10/pos.11b)
m AANWIJZING
Om de motor in een noodsituatie te stoppen, activeert u
de kettingrem en zet u de aan/uit-schakelaar op "Stop".
9. Reiniging
m AANWIJZING
Trek voor alle reinigings- en onderhoudswerkzaam-
heden de bougiestekker los. (Afb.19)
Reiniging
• Zorg dat de veiligheidsinrichtingen, de ventilaties-
leuven en de motorbehuizing zo stof- en vuilvrij
mogelijk zijn. Wrijf het apparaat met een schone
doek schoon of blaas het met perslucht bij een la-
ge druk uit. LET OP! Draag een veiligheidsbril!
• Wij adviseren om het apparaat direct na elk ge-
bruik te reinigen.
• Reinig het apparaat regelmatig met een vochtige
doek en wat zachte zeep. Gebruik geen reinigings-
of oplosmiddelen. Deze kunnen de kunststofonder-
delen van het apparaat aantasten. Let op dat er
geen water in het apparaat terecht komt.
10. Onderhoud en instandhouding
Luchtfilter (afb. 16-18)
• Reinig het luchtfilter (H) na elk gebruik.
• Schroef de bevestigingsmoer van het behuizings-
deksel luchtfilter (afb.18/pos.6) los en verwijder het
behuizingsdeksel. (zie afb. 16)
• Verwijder het luchtfilter (H).
• Reinig het luchtfilter. Was het luchtfilter met een
schoon, warm sopje. Laat het filter volledig aan
de lucht drogen.
• Plaats het luchtfilter weer terug. Plaats het behui-
zingsdeksel luchtfilter weer terug. Let op dat het
behuizingsdeksel luchtfilter goed wordt geplaatst
(S-V). Haal de bevestigingsmoer behuizingsdeksel
luchtfilter aan. (zie afb. 16)
www.scheppach.com