Herunterladen Inhalt Inhalt Diese Seite drucken

Scheppach CSP560S Originalbetriebsanleitung Seite 82

Vorschau ausblenden Andere Handbücher für CSP560S:
Inhaltsverzeichnis
Verfügbare Sprachen
  • DE

Verfügbare Sprachen

  • DEUTSCH, seite 1
14. Werk met de ketting niet naast of in de nabijheid
van ontvlambare vloeistoffen of gassen, onge-
acht of dit binnenshuis of buitenshuis is. Er be-
staat hierbij gevaar op explosie en/of brand.
15. Vul geen brandstof, olie of smeermiddel bij als de
kettingzaag draait.
16. Gebruik uitsluitend geschikt zaagmateriaal: Zaag
alleen in hout. Gebruik de kettingzaag niet voor
werkzaamheden waarvoor deze niet geschikt is.
Zaag met de kettingzaag bijv. geen plastic, met-
selwerk of niet bij de bouw behorende materialen.
17. Het motorapparaat genereert giftige uitlaatgas-
sen zodra de motor loopt. Werk nooit in afgeslo-
ten of slecht geventileerde ruimtes.
18. Om aanzienlijke schade of defecten te constateren,
is het noodzakelijk om het apparaat voor gebruik en
na vallen aan een inspectie te onderwerpen.
19. Als bij het vullen van de olie- of brandstoftank
vloeistof wordt gemorst, moet het apparaat voor
ingebruikname worden gereinigd.
Als gebruiker van een kettingzaag moet u meer-
dere punten in acht nemen, om uw zaagwerk-
zaamheden vrij van ongevallen en zonder letsels
te kunnen uitvoeren.
1. Een goede basiskennis van terugslagen kan het
verrassingsmoment verminderen of uitsluiten.
Plotselinge niet-overwogen reacties dragen bij tot
ongevallen.
2. Houd de kettingzaag bij een draaiende motor met
beide handen goed vat, waarbij de rechterhand
de achterste handgreep en de linkerhand de
voorste handgreep vasthoudt. Duimen en vingers
moeten de handgrepen van de kettingzaag goed
omsluiten. Een vaste greep helpt u om terugsla-
gen op te vangen en de controle over de ketting-
zaag te behouden. Laat niet los.
3. Controleer of het bereik waarin u werkt, vrij is van
obstakels is. De punten van het geleideblad mag
tijdens het zagen met de kettingzaag geen boom-
stam, tak of dergelijke aanraken.
4. Zaag met een hoge motorsnelheid.
5. Buig niet te ver naar voren of zaag niet boven
schouderhoogte.
6. Slijp en onderhoud de kettingzaag conform de
aanwijzingen van de fabrikant.
7. Als het apparaat tijdens het zagen vastklemt, moet
deze direct worden uitgeschakeld en voorzichtig
worden losgemaakt. Aansluitend moet het appa-
raat op schade (bijv. verbogen geleideblad) wor-
den gecontroleerd en moet er een testrun worden
uitgevoerd.
Plaats de kettingzaag rechtstreeks met de
klauwaanslag op het te zagen hout om de zaag-
snede te geleiden. Ook wordt aanbevolen om de
klauwaanslag te gebruiken om takken met een
grote diameter af te zagen.
82 | NL
De klauwaanslag moet stevig tegen het hout wor-
den geplaatst voordat het hout met de draaien-
de kettingzaag wordt afgezaagd. Til het uiteinde
van de kettingzaag op met de achterste greep en
geleid deze met de beugelgreep. De klauw fun-
geert hierbij als draaipunt. De verplaatsing vindt
plaats door licht op de greep te drukken. De zaag
kan op die manier gemakkelijk worden terugge-
trokken. Schuif de klauw in en breng de achter-
ste greep weer omhoog.
Gebruik uitsluitend toegestane combinaties van
zaagketting en geleideblad (zie hoofdstuk 15)!
De in de leveringsomvang opgenomen zaagblad en
zaagkettingset zijn optimaal afgestemd op de ket-
tingzaag.
Bij het koppelen van componenten, die niet bij elkaar
horen, kunnen de zaagblad en zaagkettingset reeds
na een korte bedrijfstijd onherstelbaar worden be-
schadigd en letsel veroorzaken.
m AANWIJZING
De volgende bijlage is voornamelijk voor de eind-
gebruiker of de gelegenheidsgebruiker bestemd.
De kettingzaag is voor een incidenteel gebruik door
huiseigenaren, tuinbezitters en kampeerders ontwor-
pen en is geschikt voor alle algemene werkzaamhe-
den, bijv. het kappen van bomen, brandhout zagen
enz. De zaag is niet bestemd voor langdurige werk-
zaamheden. Bij langdurige werkzaamheden kan
door trillingen in de handen van de gebruiker storin-
gen in de doorbloeding (witte vinger syndroom)
ontstaan. Het witte vinger syndroom is een vaatziek-
te waarbij kleine bloedvaten in de vingers en tenen
acuut verkrampen. De desbetreffende lichaamsdelen
worden dan niet meer voldoende van bloed voorzien
waardoor ze een bleke kleur krijgen. Het frequente
gebruik van trillende apparaten kan zenuwbeschadi-
gingen veroorzaken bij personen met een verminder-
de doorbloeding (bijv. rokers, diabetici).
Als u ongewone beperkingen bespeurt, stopt u direct
de werkzaamheden en raadpleegt u een arts. Neem
de volgende aanwijzingen in acht om de risico's te be-
perken:
• Houd uw lichaam en met name uw handen bij koud
weer warm.
• Las regelmatig pauzes in en beweeg hierbij de
handen om de doorbloeding te bevorderen.
• Zorg voor zo min mogelijke trillingen van de ma-
chine door regelmatig onderhoud en stevig beves-
tigde delen op het apparaat.
www.scheppach.com
Inhaltsverzeichnis
loading

Diese Anleitung auch für:

5910132903

Inhaltsverzeichnis