4. Bedien de gashendel en geef vol gas voordat u
met zagen begint.
5. Druk de behuizing van de kettingzaag tegen de
boomstam, als u met zagen begint.
6. Geef tijdens het zagen vol gas.
7. Laat de kettingzaag voor u werken. Oefen slechts
lichte druk naar beneden uit.
8. Laat de gashendel los zodra u uw werk hebt be-
eindigd, zodat de motor stationair draait. Als u
het apparaat met vol gas zonder last verder laat
draaien, ontstaat onnodige slijtage.
9. Om niet de controle te verliezen als de zaagket-
ting uit het hout komt, mag u tegen het einde
van de zaagsnede geen druk op de kettingzaag
uitoefenen.
10. Controleer na het starten de instelling voor het
stationair toerental. De zaageenheid moet bij sta-
tionair draaien stilstaan. Als de snij-inrichting bij
het stationair toerental draait, moet u het statio-
nair toerental verlagen (zie "Stationair toerental
instellen").
11. Stop de motor voordat u de kettingzaag neerzet.
12. Als het apparaat tijdens het zagen vastklemt,
moet deze direct worden uitgeschakeld en voor-
zichtig worden losgemaakt. Aansluitend moet het
apparaat op schade (bijv. verbogen geleideblad)
worden gecontroleerd en moet er een testrun
worden uitgevoerd.
13. Controleer voor uitvoering van de definitieve
zaagsnede, of toeschouwers, dieren of hinder-
nissen in het valbereik beschikbaar zijn.
14. Onder spanning staande takken moeten van on-
deraf worden gezaagd, zodat de kettingzaag niet
vastklemt.
15. Om tijdens het "doorzagen" volledige controle te
behouden, moet tegen het einde van de zaagsne-
de de aanpersdruk worden gereduceerd, zonder
de stevige greep aan de handgrepen van de ket-
tingzaag losser te maken. Let op dat de zaagket-
ting niet in aanraking komt met de grond.
Terugslag (kickback)
• Bij werkzaamheden met de kettingzaag kan een
gevaarlijke terugslag ontstaan.
• Deze terugslag ontstaat, als het bovenste bereik
van het uiteinde van het zaagblad onvoorzien in
aanraking komt met hout of andere vaste voorwer-
pen.
• Voordat de zaagketting in de verwerkingszone
wordt geplaatst, kan deze zijwaarts wegslippen of
kan de motorzaag gaan stuiteren
(LET OP! Verhoogde terugslagrisico!)
• De motorzaag wordt hierbij ongecontroleerd, met
hoge energie, in de richting van de zaaggeleider
geslingerd resp. gaat versnellen (gevaar voor ver-
wonding!).
86 | NL
Om terugslag te vermijden, moet het volgende in
acht worden genomen:
• Insteekwerkzaamheden (het direct plaatsen met
het uiteinde van het zaagblad in het hout) mogen
alleen door speciaal geschoolde personen worden
uitgevoerd!
• Neem altijd het uiteinde van het zaagblad in acht.
Let op bij het vervolgen van reeds gestarte zaags-
nedes.
• Met een draaiende zaagketting begint u het zagen!
• Zaagketting altijd juist slijpen. Hierbij moet met na-
me ook worden gelet op de juiste hoogte van de
dieptebegrenzing!
• Nooit meerdere takken in één keer doorzagen! Bij
het snoeien er op letten dat er geen andere tak
wordt geraakt.
• Bij het afkorten dienen de ernaast gelegen stam-
men in acht worden genomen.
Bomen vellen: alleen als u hiervoor de juiste trai-
ning hebt gevolgd
m VOORZICHTIG
Pas op voor afgebroken en dode takken die tijdens
het zagen naar beneden kunnen komen en ernstig
letsel kunnen veroorzaken. Zaag niet in de buurt van
gebouwen of elektriciteitsleidingen als u niet weet in
welke richting de gevelde boom zal vallen. Werk niet
's nachts, omdat het zicht dan minder is. Werk even-
min als het regent, sneeuwt of stormt, omdat de val-
richting van de boom dan onvoorspelbaar is.
• Plan uw werkzaamheden met de kettingzaag vooruit.
• Het werkgebied rond de boom moet vrij zijn, zodat
u stevig kunt staan.
• De gebruiker van de machine moet zich altijd op
het hoger gelegen niveau van het werkgebied be-
vinden, omdat de boom na het vellen waarschijnlijk
naar beneden zal rollen of glijden.
De volgende omstandigheden kunnen van in-
vloed zijn op de richting waarin een boom valt:
• Windrichting en -snelheid.
• Helling van de boom. De helling is niet altijd herken-
baar door oneffen of hellend terrein. Bepaal de hel-
ling van de boom met een schietlood of waterpas.
• Takgroei (en dus gewicht) aan slechts één kant.
• Omringende bomen of obstakels.
Zoek naar beschadigde en rotte delen van de
boom. Als de stam rot is, kan deze plotseling breken
en op u vallen. Zorg ervoor dat er voldoende ruim-
te is voor de vallende boom. Houd een afstand van
2 1/2 boomlengte aan tot de dichtstbijzijnde persoon
of andere voorwerpen. Motorgeluid kan waarschu-
wingssignalen overstemmen.
Verwijder vuil, stenen, losse schors, spijkers, nietjes
en draad uit het zaaggebied.
www.scheppach.com