5.2 Veiligheid van personen
• Werk niet alleen met de kettingzaag! Anders bestaat
het gevaar dat bedieningspersoneel, helpers of toe-
schouwers letsel kunnen oplopen. Deze kettingzaag
is ontworpen voor gebruik met twee handen.
• Draag uw persoonlijke beschermingsuitrusting
(PBM), bestaande uit: Snijbestendige schoenen,
snijbestendige broek, goed zichtbaar vest of jas
in signaalkleuren, handschoenen en een helm met
vizier en gehoorbescherming.
• Als u de kettingzaag start of er mee gaat zagen,
mogen geen andere personen zich in de nabijheid
ophouden. Zorg dat toeschouwers en dieren geen
toegang hebben tot het werkbereik.
• Als de motor draait, moeten alle lichaamsdelen
van de kettingzaag buiten het bereik blijven.
5.3 Veiligheidsinstructies voor omgang met ont-
stekingsgevoelige bedrijfsmiddelen
1. WAARSCHUWING! Benzine is licht ontvlam-
baar.
2. Bewaar de benzine in reservoirs die speciaal
hiervoor zijn vervaardigd.
3. Vul benzine uitsluitend in de buitenlucht en rook
hierbij niet.
4. Vul benzine bij voordat u de motor start. Verwij-
der nooit de brandstof-tankdeksel of vul benzine
bij, terwijl de motor draait of nog heet is.
5. Als brandstof wordt gemorst, moet u niet probe-
ren om de motor te laten draaien, maar brengt
u de machine uit het bereik van de plek waar de
brandstof is gemorst en vermijdt u alle ontste-
kingsbronnen tot alle brandstofdampen zijn ver-
dampt. Breng de brandstof-tankdeksel en de slui-
ting van de jerry-can goed aan.
Vullen van brandstof
• Voor het vullen moet altijd de motor worden uit-
geschakeld.
m LET OP! Tankdop altijd voorzichtig openen, zo-
dat de bestaande overdruk langzaam kan afbou-
wen.
• Tijdens werkzaamheden met het apparaat ont-
staan hoge temperaturen in de behuizing. Laat het
apparaat voor het tanken altijd volledig afkoelen.
m LET OP! Bij onvoldoende afkoeling van het ap-
paraat kan de brandstof tijdens het tanken ontste-
ken en tot ernstige brandwonden leiden.
• Let op dat de tank niet met te veel brandstof wordt
gevuld. Als u brandstof morst, moet het brandstof
direct worden verwijderd en moet het apparaat
worden gereinigd.
• De brandstof-tankdeksel altijd goed sluiten, om het
losraken door eventuele trillingen tijdens het ge-
bruik van het apparaat te vermijden.
m GEVAAR
Tank de machine niet vol nabij open vuur.
Speciale veiligheidsbepalingen tijdens het ge-
bruik van verbrandingsmotoren
m GEVAAR
Verbrandingsmotoren vormen tijdens het gebruik en tij-
dens het tanken een bijzonder gevaar. Lees de waar-
schuwingen en neem deze in acht. Het niet in acht ne-
men kan leiden tot ernstig of zelfs dodelijk letsel.
1. Er mogen geen veranderingen op het apparaat
worden aangebracht.
2. m LET OP! Gevaar voor vergiftiging, uitlaat-
gassen, brandstoffen, smeeroliedamp, zaagstof
en smeermiddelen zijn giftig, uitlaatgassen mo-
gen niet worden ingeademd.
3. m LET OP! Gevaar voor brandwonden, uit-
laatsysteem, aandrijfmotor niet aanraken.
4. Het apparaat niet in ongeventileerde ruimtes of in
licht ontvlambare omgeving gebruiken.
5. m Explosiegevaar! Het apparaat nooit in ruim-
tes met licht ontvlambare stoffen gebruiken.
6. Tijdens het transport moet het apparaat tegen
wegslippen en kantelen worden beveiligd.
7. Let op dat bij het tanken geen brandstof op de
motor of in de uitlaat wordt gemorst.
8. Reparatie- en instelwerkzaamheden mogen uit-
sluitend door geautoriseerd vakpersoneel wor-
den uitgevoerd.
9. Raak geen mechanisch bewegende of hete on-
derdelen aan. Verwijder geen veiligheidsafdek-
kingen.
10. Bij de technische gegevens onder geluidsvermo-
genniveau (L
gegeven waarden geven een emissieniveau weer
en hoeven niet persé veilige werkniveaus te zijn.
Aangezien een samenhang bestaat tussen de
emissie- en immissieniveaus, kan deze niet be-
trouwbaar voor het bepalen van eventuele ver-
eiste aanvullende voorzorgsmaatregelen worden
gebruikt. Invloedfactoren op het actuele immis-
sieniveau van de arbeid, sluiten de eigenschap-
pen van de werkruimte, andere geluidsbronnen,
enz. zoals bijv. het aantal machines en ande-
re naastgelegen processen en tijdmarge dat een
gebruiker aan het lawaai wordt blootgesteld, uit.
Bovendien kan het toegestane immissieniveau
per land verschillen. Deze informatie zal voor de
exploitant van de machine de mogelijkheid geven
om een betere inschatting van de risico's en ge-
varen uit te voeren.
11. Steek nooit voorwerpen door de ventilatiesleu-
ven. Dit geldt ook als het apparaat is uitgescha-
keld. Het niet in acht nemen kan tot letsel of scha-
de aan het apparaat leiden.
www.scheppach.com
) en geluidsdrukniveau (L
wA
) aan-
pA
NL | 83