3.1.2
Voer de volgende stappen uit om de tekortlimiet naar wens aan te passen.
3.1.2.1
3.1.2.2
3.1.2.3
3.1.2.4
Het tekort op nul stellen
3.2
Druk op het pictogram voor 'TEKORT OP NUL ZETTEN' op het procedurescherm om het tekort op nul te
stellen.
WAARSCHUWING!
Het op nul stellen van het tekortdisplay moet gebeuren naar goeddunken van de arts.
De intra-uteriene druk aanpassen
3.3
Over intra-uteriene druk
3.3.1
3.3.1.1
3.3.1.2
3.3.1.3
De druk aanpassen:
3.3.2
3.3.2.1
Nederlands
Fluent Pro-vloeistofmanagementsysteem
Druk op het pictogram voor 'LIMIET WIJZIGEN' op het tabblad Systeem op het
procedurescherm.
Afbeelding 45: Scherm voor wijzigen van tekortlimiet
Om de tekortlimiet in stappen van 50 ml aan te passen, drukt u op het pictogram '(-)' of '(+)'.
Druk op het pictogram van de gewenste vooraf ingestelde limietoptie (1000, 1500, 2000 of
2500 ml) om deze te selecteren.
Druk op het pictogram voor 'GEREED' om de limiet in te stellen en het scherm voor het
wijzigen van de tekortlimiet te sluiten.
De standaard intra-uteriene druk aan het begin van een nieuwe procedure is 80 mmHg.
De druk kan worden aangepast van 40 mmHg tot 150 mmHg in stappen van 5 mmHg.
De werkelijke intra-uteriene druk wordt weergegeven in de hoek rechtsboven van het
scherm.
Druk op het pictogram '(-)' of '(+)' om de drukinstelling aan te passen.
WAARSCHUWING!
De distensiedruk van de baarmoederholte moet zo laag zijn als nodig om de
baarmoederholte te verwijden en moet idealiter onder de gemiddelde arteriële druk (MAP,
mean arterial pressure) blijven.
Tijdens de procedure
39