• Zorg dat de veiligheidsinrichtingen, de ventilatiesleu-
ven en de motorbehuizing zo stof- en vuilvrij mogelijk
zijn. Wrijf het product met een schone doek* af en
blaas deze met perslucht* bij lage druk uit. Wij advise-
ren u, om het product direct na elk gebruik te reinigen.
• Maak het product regelmatig schoon met een vochtige
doek en een beetje zachte zeep. Gebruik geen reini-
gingsmiddelen of oplosmiddelen; deze kunnen de
kunststofonderdelen van het product aantasten. Zorg
ervoor dat er geen water in het product kan komen.
10.1.1
Brandstoffilterelement (1a) reinigen
(afb. 5)
Aanwijzing:
Bij het brandstoffilterelement gaat het om een filterbeker,
die zich direct onder de tankdop bevindt en alle gevulde
brandstof filtert.
1. Open de tankdop (1) door deze linksom te draaien.
10.2.1
Onderhoudsschema
De volgende onderhoudstermijnen absoluut in acht nemen om een storingsvrij bedrijf te waarborgen.
LET OP! Bij de eerste inbedrijfstelling moet motorolie en brandstof worden bijgevuld.
Controle van de motorolie
Verversen van de motorolie
Reiniging van het oliefilter
Controle van het luchtfilter
Reiniging van het luchtfilter
Visuele controle op het apparaat
Brandstoftank, brandstoffilterelement reini-
gen
10.2.2
Controleer het oliepeil (afb. 9)
1. Open de onderhoudsdeur (4).
2. Draai de oliepeilstok (9a) los.
3. Veeg de oliepeilstok (9a) met een schone, pluisvrije
doek schoon.
4. Voer de oliepeilstok (9a) weer in, zonder de oliepeil-
stok (9a) weer vast te schroeven.
5. Trek de oliepeilstok (9a) eruit en lees in horizontale
stand het oliepeil af. Het oliepeil moet binnen de mid-
delste markering op de oliepeilstok (9a) staan.
6. Als het oliepeil te laag is, voeg dan de aanbevolen
hoeveelheid motorolie toe zoals beschreven in Mo-
torolie bijvullen (afb. 5).
7. Schroef de oliepeilstok (9a) vervolgens weer vast.
10.2.2.1
Olieverversing (afb. 9)
De motorolie heeft invloed op de prestaties en levensduur
van het product.
Vervang de motorolie na de eerste 20 bedrijfsuren, daar-
na steeds na 100 uur resp. om de drie maanden.
Het verversen van de motorolie moet bij een bedrijfswar-
me motor worden uitgevoerd.
1. Open de onderhoudsdeur (4).
2. Verwijder het brandstoffilterelement (1a). Reinig deze
niet in ontvlambaar oplosmiddel of een oplosmiddel
met een hoog vlampunt.
3. Plaats het brandstoffilterelement (1a) terug.
4. Sluit de tankdop (1) weer door deze recht te plaatsen
en rechtsom te draaien. Zorg ervoor dat de tankdop
(1) volledig gesloten is om lekken en verdamping te
voorkomen.
10.2
WAARSCHUWING
Draag bij onderhoudswerkzaamheden altijd veiligheids-
handschoenen en luchtwegbescherming!
Benodigd gereedschap:
• Steeksleutel SW 10/12 mm (13)
• Steeksleutel SW 14/17 mm (14)
• Opvangbak*
• Lap/doek*
Voor elk ge-
na een bedrijfstijd
bruik
van 20 uur
X
eenmalig
X
X
2. Zorg voor een opvangbak om de verbruikte olie in op
te vangen.
3. Open de olieaftapplug (10). Gebruik een steeksleutel
SW 14/17 mm (14).
4. Draai de oliepeilstok (9a) los.
5. Wacht tot alle motorolie in de opvangbak is afgetapt.
6. Demonteer de bout van het oliefilter (10a). Gebruik
een steeksleutel SW 10/12 mm (13).
7. Draai het oliefilter (10a) er uit en reinig deze met die-
sel of een borstel.
8. Plaats het oliefilter (10a) terug. Monteer de bout van
het oliefilter (10a). Gebruik een steeksleutel SW 10/12
mm (13).
9. Vul de olietank (9) zoals onder Motorolie bijvullen (afb.
5) beschreven.
10. Start de motor zoals onder Motor starten beschreven.
11. Laat de motor kort warmlopen.
12. Meng het oliepeil zoals beschreven in 10.2.2.
13. Voer de afgewerkte olie op correcte wijze af.
www.scheppach.com
Onderhoud
na een bedrijfstijd van 100 uur
Evt. filterinzetstuk vervangen
X
X
X
X
NL | 83