9
Bediening
Voor het starten van de motor moet worden gewaarborgd
dat het vermogen van de verbruiker voldoet aan de capa-
citeit van de generator. Het nominale vermogen mag niet
worden onderschreden. Sluit voor het starten van de mo-
tor geen verbruiker aan!
Controle voor gebruik
• Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.
• Controleer alle zijdes van de motor op olie of brand-
stoflekken.
• Controleer het motoroliepeil.
• Controleer het brandstofpeil – de brandstoftank moet
minstens halfvol zijn.
• Controleer de conditie van het luchtfilter.
• Controleer de conditie van de brandstofleidingen.
• Let op tekenen van schade.
• Controleer of alle veiligheidsafdekkingen zijn aange-
bracht en of alle schroeven, moeren en pennen zijn
aangedraaid.
• Zorg voor voldoende ventilatie van het product.
• Aangesloten verbruikers verwijderen.
9.1
Spanningsmeter (3e) (afb. 8)
De spanningsmeter (3e) is bij een draaiende motor actief
en geeft het uitgangsvermogen aan.
9.2
Omschakelaar (15) voor 230 V~,
400 V~ en 12 V DC aansluitingen
(19) (afb. 3)
De generator is voor 230 V~ en 400 V~ wisselspanningen
geschikt.
LET OP
De omschakeling is uitsluitend toegestaan bij een volle-
dig gescheiden belasting.
• Als u de omschakelaar (15) naar links zet, kunt u het
230 V~ stopcontact gebruiken.
• Als u de omschakelaar (15) naar rechts zet, is het 400
V~ stopcontact actief.
• Op de 12V DC aansluitingen min-pool (19) en plus-
pool (20) kan een accu van 12V worden opgeladen.
Gebruik hiertoe een adapterkabel (niet bij de levering
inbegrepen).
• U kunt de 12 V spanning gelijktijdig met 230 V of met
400 V gebruiken.
LET OP
De stroomgenerator mag niet op het elektriciteitsnet
worden aangesloten als huishoudelijke noodstroom-
voorziening. Er kunnen daardoor beschadigingen aan
de generator of aan de elektrische apparaten worden
veroorzaakt.
9.3
Stroomonderbreker 230 V / 400 V
(3n/3g) (afb. 8)
De overbelastingsbeveiliging wordt actief bij een te hoge
vermogensafname en schakelt de 230 V (3m) resp. 400 V
(3h) contactdozen uit. De stroomonderbreker 230 V/400 V
(3n/3g) wordt hierbij automatisch in de stand "OFF" gezet.
Mocht de stroomnoderbreker (3n/3g) geactiveerd zijn, ga
dan als volgt te werk.
1. Schakel het product uit zoals beschreven in Motor uit-
schakelen (afb. 1, 3).
2. Koppel de verbruiker los van het product.
3. Wacht een minuut.
4. Schakel de stroomonderbreker 230 V / 400 V (3n/3g)
in "ON".
5. Start het product op zoals beschreven in 9.6.1.
LET OP
Defecte stroomonderbreker mogen alleen door gelijk-
soortige stroomonderbrekers met hetzelfde vermogen
worden gebruikt. Neem hiervoor contact op met de
klantenservice.
9.4
"RESET"-knop (3l) voor 12 V
(afb. 8)
Als de overbelastingsbeveiliging is geactiveerd, brengt de
"RESET"-knop (3l) het uitgangsvermogen van de genera-
tor weer tot stand. Het is dan niet nodig om de motor op-
nieuw te starten.
1. Wacht een minuut.
2. Druk op de "RESET"-knop (3l).
3. Het uitgangsvermogen wordt weer tot stand gebracht.
9.5
Oliecontrolelampje (3c) en
automatische olie-uitschakeling
(afb. 8)
Het oliecontrolelampje (3c) brandt bij het starten rood.
Als voldoende olie is bijgevuld, gaat het oliecontrolelamp-
je (3c) na het starten weer uit.
Bij een te laag oliepeil brandt het oliecontrolelampje (3c)
nog steeds rood en start het product niet.
Als het oliepeil tijdens het gebruik onder de gedefinieerde
minimumniveau valt, zal het oliecontrolelampje (3c) rood
gaan branden. De automatische olie-uitschakeling scha-
kelt het product uit om schade aan de motor te vermijden.
Het starten is pas weer mogelijk als er motorolie is bijge-
vuld (zie hoofdstuk Motorolie bijvullen (afb. 5)).
9.6
Product in-/uitschakelen (afb. 8, 9)
GEVAAR
Gevaar voor vergiftiging!
Gebruik het product alleen buitenshuis en nooit in ge-
sloten of slecht geventileerde ruimten.
Sluit voor het starten van de motor geen verbruiker op de
generator aan.
Laat de generator kort (ca. 30 seconden) onbelast lopen,
voordat u hem uitzet, zodat deze kan "nakoelen". Schakel
nu de aangesloten verbruiker uit.
www.scheppach.com
NL | 81