Herunterladen Inhalt Inhalt Diese Seite drucken

Voorzorgsmaatregelen; Mogelijke Bijwerkingen; De Katheter Voorbereiden; Procedure - Spectranetics Quickcat Gebrauchsanweisung

Extraktionskatheter
Inhaltsverzeichnis
Verfügbare Sprachen
  • DE

Verfügbare Sprachen

  • DEUTSCH, seite 30
o
Als de instroming in de spuit eindigt of vermindert, mag NIET worden geprobeerd het afnamelumen van de
QuickCat™-afnamekatheter te spoelen terwijl de katheter zich in het lichaam van de patiënt bevindt.
Ernstig letsel of overlijden kan hiervan het gevolg zijn.
o
Gebruik geen verbogen, geknikte of beschadigde katheter, aangezien dat kan leiden tot vaatletsel en/of blokkering
tijdens het opvoeren of terugtrekken van de katheter.
o
Gebruik de katheter niet voor afgifte of infusie van diagnostische, embolische of therapeutische middelen
in bloedvaten.

VOORZORGSMAATREGELEN

o
Controleer vóór ingebruikneming of alle verbindingen tussen de componenten goed zijn aangesloten en het systeem
volledig is gevuld. Anders is mogelijk het vacuüm aangetast..
o
Draai de hemostaseklep niet overmatig strak op de katheterschacht, aangezien de katheter daardoor schade kan
oplopen.
Ga bij het opvoeren of terugtrekken van de QuickCat™-afnamekatheter door een pas aangelegde stent met
o
medicatieafgifte extra voorzichtig te werk.
o
Het hulpmiddel mag niet opnieuw worden gesteriliseerd, bewerkt of gebruikt.
Laserablatiekatheter
o
Dit instrument NIET opnieuw steriliseren of hergebruiken, aangezien de prestaties van het instrument hierdoor
kunnen verslechteren en het risico van kruisbesmetting door verkeerde herverwerking hierdoor toeneemt.
Hergebruik van dit instrument voor eenmalig gebruik kan leiden tot ernstig of dodelijk letsel bij de patiënt en doet de
garanties van de fabrikant teniet.
o
Vervang geen systeemonderdelen door onderdelen van andere herkomst.

MOGELIJKE BIJWERKINGEN

o
Bloeding/hematoom op de aanprikplaats
o
Ontwrichting van anastomosen
o
Abrupte sluiting of totale occlusie van de behandelde graft of het behandelde bloedvat
o
Distale embolisatie van weefselresten, met als gevolg verstoring van de pulmonale bloedsomloop en/of ischemie
van een extremiteit
o
Lokale of systemische infectie
o
Arteriële spasmen
o
Vorming van arterioveneuze fistels
o
Geneesmiddelreacties, schadelijke reactie op contrastmiddel
o
Acuut myocardinfarct
o
Ontleding, perforatie, ruptuur of ander letsel van bloedvaten
o
Het zichtbaar worden van eerder uitgevoerde operaties
o
Overlijden

DE KATHETER VOORBEREIDEN

1.
Open met steriele hulpmiddelen de verpakking en plaats de tray in de steriele zone.
2.
Neem de katheter uit de beschermfolie en controleer de katheter op buigingen en knikken.
3.
Vul de 30 ml vacuümspuit met 5-10 ml normale fysiologische zoutoplossing.
4.
Sluit de vacuümspuit aan op de afsluiter, de afsluiter op de extensielijn en de extensielijn op de aansluiting van de
QuickCat™-afnamekatheter. Overtuig u ervan dat alle verbindingen goed vast zitten.
5.
Spoel het systeem met een fysiologische zoutoplossing, zodat volledige ontluchting gewaarborgd is.
6.
Draai de afsluiter dicht.
7.
Maak de 30 ml vacuümspuit los spuit eventuele resterende zoutoplossing eruit.
8.
Sluit de lege 30 ml vacuümspuit weer op de systeemset aan.

PROCEDURE

1.
Canuleer het beoogde bloedvat volgens standaard methoden met een voerdraad en een geleidekatheter
(binnendiameter ≥ 1,73 mm [0,068 inch]) met aangesloten hemostaseklep.
Plaats de QuickCat™-afnamekatheter op de voerdraad.
2.
WAARSCHUWING: Indien tijdens het manoeuvreren met de katheter weerstand wordt ondervonden, moet de
oorzaak daarvan worden vastgesteld voordat de katheter verder wordt opgevoerd of teruggetrokken. Wanneer de
katheter tegen weerstand in wordt gemanipuleerd, kan dat beschadiging van de katheter of van bloedvaten tot
gevolg hebben. Als de katheter geknikt raakt tijdens het gebruik, verwijdert u deze voorzichtig uit het lichaam van de
patiënt en vervolgt u de procedure met een nieuwe QuickCat™afnamekatheter.
Voer de QuickCat™-afnamekatheter onder fluoroscopische observatie op naar de beoogde behandelplaats.
3.
4.
Draai de hemostaseklep strak genoeg aan om terugstroming te voorkomen, maar niet zo strak dat het voortbewegen
van de katheter wordt belemmerd.
5.
Trek de zuiger van de 30 ml spuit terug tot het gewenste af te nemen volume, met de afsluiter in gesloten stand.
Draai de zuiger rechtsom om de spuit in de gewenste stand te vergrendelen.
6.
Controleer fluoroscopisch of de katheter de juiste positie heeft.
P003602-09
02Dec11
(2011-12-02)
19/84
Inhaltsverzeichnis
loading

Inhaltsverzeichnis