Zodra het werk klaar is, moet de vloerpoetsmachine gereinigd worden.
!
GEVAAR!
VOOR DE REINIGING VAN DE VLOERPOETSMACHINE IS HET
EERST NODIG TE CONTROLEREN OF DE MACHINE NIET IN WER-
KING IS.
• Onderbreek de rotatie van de borstels en de aanzuiging door op de betreff ende knoppen op het
startpaneel te drukken, zie "Componenten - Punt 1 en 2".
• Voor de machines die met een accu gevoed worden mag de elektrische installatie niet onder
spanning staan, draai de sleutel op stand "0" en trek hem naar buiten.
• Voor de machines die gevoed worden met "kabel 230V.AC" moet de kabel uit het stopcontact
getrokken worden.
!
LET OP! MACHINES MET EEN BATTERIJLADER AAN BOORD
LET ER BIJ HET SCHOONMAKEN VAN DE MACHINE OP DAT ER
GEEN WATER IN DE BATTERIJLADER KOMT.
Reiniging van de borstel
Voor een goede reiniging van de borstel moet de staat van slijtage ervan gecontroleerd worden, als de
borstel in goede staat verkeerd kan hij gedemonteerd worden en met een waterstraal gewassen wor-
den, is de borstel daarentegen versleten, dan moet hij worden vervangen, zie "Onderhoud - Demontage
en vervanging van de borstel (Fig.8)".
De vloerzwabber reinigen
Voor een goede droging moet de vloerzwabber goed schoon zijn, handel als volgt:
• Til de vloerzwabber op door hendel 1 op te tillen.
• Demonteer de vloerzwabber door de instructies die in het hoofdstuk "voorbereiding van de vlo-
erpoetsmachine - montage van de vloerzwabber" staan in omgekeerde volgorde uit te voeren.
• Reinig zorgvuldig de binnenkant van de vloerzwabber met een waterstraal.
• Controleer de rubber elementen van de vloerzwabber, als die versleten zijn probeer ze dan om
te keren en eventueel te vervangen, als ze nog in goede staat verkeren, reinig ze dan met een
waterstraal.
• Monteer de vloerzwabber opnieuw.
Reiniging van de opvangtank (vuil water) en het fi lter
• Leeg opvangtank 2 volledig zoals beschreven wordt in de paragraaf "Einde werk".
• Til het deksel van de opvangtank op, demonteer het onderliggende fi lter 3 en was het met een
waterstraal.
• Reinig de binnenkant van tank 2 en slang 2a met een waterstraal.
• Hermonteer het geheel.
!
LET OP!
DE REINIGING VAN DE OPVANGTANK EN VAN HET BIJHORENDE
FILTER MOET UITGEVOERD WORDEN WANNEER DE TANK VOL
IS, AAN HET EINDE VAN HET WERK EN ALS DE MACHINE NIET
VAAK GEBRUIKT WORDT.
Reiniging van de oplossingtank (schoon water) en het fi lter
!
LET OP!
DE REINIGING VAN DE OPLOSSINGTANK (SCHOON WATER) 4
MOET UITGEVOERD WORDEN WANNEER DE MACHINE NIET
VAAK GEBRUIKT WORDEN. OM TE VOORKOMEN DAT HET REI-
NIGINGSMIDDEL EEN AFZETTING VORMT, MAG DE OPLOSSING
(H2O + REINIGINGSMIDDEL) NIET GEDURENDE LANGE TIJD IN
DE TANK BLIJVEN.
• Neem dop 5 weg voor de lediging, was de tank via vulopening 6 met een waterstraal.
• Schroef dop 7 los, trek fi lter 7a naar buiten en reinig het.
!
GEVAAR VAN VORST!
BIJ TEMPERATUREN VAN 0°C OF LAGER, ALS DE WERKZAAMHE-
DEN STOPGEZET WORDEN OF INDIEN DE MACHINE TIJDENS
EEN BEPAALDE PERIODE NIET WORDT GEBRUIKT, MOET HET
WATER IN DE TANKEN EN RELATIEVE BUIZEN GECONTROLEERD
WORDEN EN EVENTUEEL VERWIJDERD WORDEN.
REINIGING VAN DE VLOERPOETSMACHINE
!
LET OP!
WAS DE MACHINE NOOIT MET WATERSTRALEN.
2a
7a
64
FIG.7
1
7
6
3
2
4
5