KEUZE VAN HULPMIDDEL
Zie de catalogus van Össur voor een lijst met aanbevolen componenten.
Gebruik titanium adapters van Össur die weerbestendig zijn.
Gebruik schroeven met een corrosiewerende coating.
Opmerking: de installatie en het aandraaien van de stelschroeven moeten worden uitgevoerd volgens de instructies in de respectieve, meegeleverde
documenten.
UITLIJNINSTRUCTIES
Bankuitlijning (afb. 3))
Uitlijndoel
De uitlijningsreferentielijn (B) moet:
– door het middelpunt van de koker lopen ter hoogte van de zitbeenknobbels (D)
– door de knieas lopen (A)
– vallen op het 1/3-merkteken aan de binnenkant van de voetcover.
Opmerking: geef prioriteit aan uitlijning van de knie boven uitlijning van de voet als onderdelen niet passen.
Uitlijninstructies
1. Plaats de voet zo, dat de uitlijningsreferentielijn (B) op het 1/3-merkteken aan de binnenkant van de voetcover valt (met de voetcover en de schoen
aan). Houd rekening met de externe rotatie van de voet.
2. Gebruik de toepasselijke adapters om de knie met de voet te verbinden en de juiste hoogte van het midden van de knie te bepalen.
3. Plaats de knie zo, dat de uitlijningsreferentielijn door de knieas (A) loopt
4. Plaats aan de zijkant van de koker een eerste merkteken in het midden van de koker ter hoogte van de zitbeenknobbels (D). Plaats een tweede
merkteken distaal in het midden van de koker (E). Trek een lijn door beide merktekens.
5. Plaats de koker zo dat de uitlijningsreferentielijn (B) door het eerste merkteken in het midden van de koker loopt ter hoogte van de
zitbeenknobbels (D).
6. Stel de kokerflexie af op 5° naast de bestaande stand (d.w.z. heupflexiecontractie) en stel de hoogte in van de volledige prothese.
7. Gebruik de toepasselijke adapters om de knie met de koker te verbinden.
Let op: zorg ervoor dat bij maximale flexie er een minimale afstand van 3 mm (1/8") tussen het hulpmiddel en de aansluiting blijft (afb. 4). Als contact
tussen het hulpmiddel en de koker niet kan worden vermeden vanwege het volume van de koker, zorg er dan voor dat het contactpunt zich op het
frame van het hulpmiddel direct onder het interfacepaneel bevindt. Houd het contactvlak vlak en zacht voor de drukverdeling.
Statische uitlijning
Het hulpmiddel inschakelen
– Zorg dat de patiënt met zijn gewicht gelijk verdeeld over beide benen staat.
– Controleer of de protheselengte juist is.
– Controleer interne/externe rotatie.
– Controleer of de teen en hiel correct zijn belast.
Dynamische uitlijning
1. Houd het hulpmiddel ingeschakeld.
2. Zorg ervoor dat de patiënt bekend is met de werking van het hulpmiddel.
3. Vraag de patiënt om met zijn of haar gewone looppatroon tussen de leggers van een brug te lopen. Zo kan de patiënt wennen aan het hulpmiddel.
4. Pas indien nodig de dynamische uitlijning aan.
– Zorg ervoor dat de beweging in de zwaaifase en de standfase in de voortgangslijn blijft.
– Zorg tevens voor symmetrie in de lengte van de stappen.
5. De Össur Logic-app moet tijdens de dynamische uitlijning worden gebruikt voor het instellen van hulpmiddelparameters.
Opmerking: gebruik de functie "Automatische aanpassing" in de Össur Logic-app om het hulpmiddel aan te passen voor basisgebruik. Gebruik de
functie "Geavanceerde instellingen" om het hulpmiddel nauwkeuriger af te stemmen.
Als na beoordeling van de patiënt de stabiliteit moet worden aangepast, kan de referentielijn tot 5 mm anterieur of 5 mm posterieur van de knie-as
worden verschoven.
Let op: als de uitlijningsreferentielijn zich meer posterieur van het midden van de knie bevindt, ervaart de patiënt meer standflexie tijdens de
belastingsrespons. Extra vrijwillige controle is nodig om de stabiliteit van de knie te behouden als het hulpmiddel is uitgeschakeld.
Let op: fouten die kunnen optreden tijdens het uitlijnen en afstellen kunnen leiden tot storingen van het hulpmiddel en vallen.
Na de uitlijning
Na de uitlijning moet de zorgverlener:
100