4.
Breng een doorzichtig verband aan op de uitgangsplaats van de katheter en op de getunnelde toegangsplaats, volgens het standaardprotocol van de instelling.
WAARSCHUWING: Gebruik geen scherpe instrumenten in de buurt van de verlengslang of het katheterlichaam.
WAARSCHUWING: Gebruik geen schaar om het verband te verwijderen.
WAARSCHUWING: Alcohol of alcoholhoudende antiseptica mogen gebruikt worden om de katheter/huidplaats te reinigen; er moet echter op gelet worden dat er
geen langdurig of overmatig contact met de oplossing(en) is.
WAARSCHUWING: Aceton en PEG-bevattende zalven kunnen leiden tot falen van dit hulpmiddel en mogen niet gebruikt worden met polyurethaan katheters.
5.
Noteer de katheterlengte en het katheterlotnummer in het dossier van de patiënt. Noteer in de tabel dat aceton en PEG-bevattende zalven niet met dit
hulpmiddel gebruikt mogen worden.
VERZORGING VAN DE INSTEEKOPENING
1.
Maak de huid rond de katheter schoon.
WAARSCHUWING: Gebruik van zalven/crèmes op de plaats van de wond wordt niet aanbevolen.
2.
Bedek de uitgangslocatie met occlusief verband en laat verlengstukken, klemmen en kapjes bloot liggen voor toegang door het dialyseteam.
3.
Wondverbanden moeten schoon en droog gehouden worden.
LET OP: De patiënten mogen niet zwemmen of het verband weken, tenzij op aanwijzing van een arts.
VOORZORGSMAATREGEL: Als door overvloedige transpiratie of per ongeluk nat worden het verband niet meer goed hecht, moet het medisch en verplegend
personeel het verband onder steriele omstandigheden verwisselen.
DE KATHETER VERWIJDEREN
Zoals bij alle invasieve ingrepen, zal de arts de anatomische en fysiologische behoeften van de patiënt beoordelen om de meest geschikte techniek voor het
verwijderen van de katheter te bepalen. De witte implanteerbare retentiemanchet vergemakkelijkt de ingroei van weefsel, daarom moet de katheter operatief
verwijderd worden.
WAARSCHUWING: Alleen een arts die vertrouwd is met de juiste verwijderingstechnieken mag proberen een geïmplanteerde chronische dialysekatheter te
verwijderen.
LET OP: Bekijk altijd het instellingsprotocol, de mogelijke complicaties en de behandeling daarvan, de waarschuwingen en de voorzorgsmaatregelen vóór het
verwijderen van de katheter.
VERKLARINGEN OMTRENT VOORZORGSMAATREGELEN BETREFFENDE DE BEHANDELING MET HEMODIALYSE
•
Hemodialyse moet worden uitgevoerd op aanwijzing van een arts volgens een goedgekeurd instellingsprotocol.
•
De heparineoplossing moet vóór de behandeling uit elk lumen verwijderd worden om systemische heparinisatie van de patiënt te voorkomen. Aspiratie moet
gebaseerd zijn op het protocol van de instelling.
•
Voordat de dialyse begint, moeten alle aansluitingen op de katheter en de extracorporale circuits zorgvuldig worden onderzocht.
•
Accessoires en onderdelen die samen met deze katheter worden gebruikt, moeten voorzien zijn van luerlock-adapters.
•
Er moet regelmatig een visuele inspectie worden uitgevoerd om lekken op te sporen en bloedverlies of luchtembolie tot een minimum te beperken.
•
Het herhaaldelijk te vast aandraaien van bloedlijnen, spuiten en doppen zal de levensduur van de connector verkorten en kan leiden tot mogelijk falen van de
connector.
•
Als er een lek in de katheterslang of -hub ontstaat, of als een connector tijdens het inbrengen of het gebruik van een onderdeel losraakt, klemt u de katheter af
en neemt u alle nodige stappen en voorzorgsmaatregelen om bloedverlies of luchtembolie te voorkomen.
•
Om het risico op luchtembolie zo klein mogelijk te houden, moet u de katheter steeds afgeklemd houden als hij niet aan een spuit, een infuusslang of bloedlijnen
vastzit.
•
Sluit alle klemmen in het midden van de verlengslang. Het herhaaldelijk klemmen in de buurt van of op de luerlock-connectoren kan leiden tot slangmoeheid en
mogelijke ontkoppeling.
•
Het herhaaldelijk op dezelfde plaats vastklemmen van de slang kan de slang verzwakken. De verlengslang kan insnijdingen of scheuren vertonen als er te hard
aan getrokken wordt of als hij in aanraking komt met ruwe randen.
HEPARINISATIE NA DIALYSE
Volg het institutionele protocol voor de heparineconcentratie. Als de katheter niet onmiddellijk voor behandeling gebruikt moet worden, volg dan de voorgestelde
richtlijnen voor de doorgankelijkheid van de katheter.
1.
Zuig de heparine/zoutoplossing op in twee spuiten, die overeenkomen met de hoeveelheid die op de klem van de arteriële en veneuze verlengslang is
aangegeven. Zorg ervoor dat de spuiten ontlucht zijn.
2.
Bevestig een spuit met heparine-oplossing.
3.
Open de klem van de verlengslang.
4.
Aspireer om er zeker van te zijn dat er geen lucht in de patiënt wordt geïnjecteerd.
5.
Injecteer de heparineoplossing in elk lumen met een snelle bolustechniek.
VOORZORGSMAATREGEL: Om de doorgankelijkheid tussen de behandelingen te behouden, moet in elk lumen van de katheter een heparineslot worden gezet.
6.
Sluit de klemmen op de verlengslang.
VOORZORGSMAATREGEL: Klemmen op de verlengslang mogen alleen open zijn voor aspiratie, spoelen, en dialysebehandeling.
7.
Verwijder de spuiten.
VOORZORGSMAATREGEL: In de meeste gevallen zal gedurende 48-72 uur geen heparinespoeling meer nodig zijn, op voorwaarde dat de lumina niet geaspireerd of
gespoeld zijn.
8.
Zorg ervoor dat de luers afgedopt zijn.
VULVOLUMES KATHETERPRESTATIES
•
De vulvolumes van zowel de arteriële als de veneuze lumina
staan op elke verlengslangklem gedrukt.
DOORSTROOMSNELHEID
•
Typische doorstroomsnelheid vs. druk met de ProGuide
14,5 FR X 28 cm (tip tot hub) katheter (met gaatjes aan
de zijkant)
OPLOSSEN VAN PROBLEMEN BIJ ONVOLDOENDE DOORSTROMING
De behandeling voor onvoldoende doorstroming wordt door
de arts bepaald. Er mag geen buitensporige kracht worden
gebruikt om een verstopt lumen door te spoelen. Onvoldoende
bloeddoorstroming kan veroorzaakt worden door een afgesloten
lumen ten gevolge van stolling of fibrineschede, of doordat de
arteriële opening tegen de aderwand ligt. Als manipulatie van
de katheter of het omkeren van de arteriële en veneuze lijnen
niet helpt, kan de arts proberen het stolsel op te lossen met een
trombolytisch middel.
BEHANDELING VAN EENRICHTINGSOBSTRUCTIES
Er is sprake van eenrichtingsobstructies wanneer een lumen
gemakkelijk kan worden gespoeld, maar bloed niet kan
worden geaspireerd. Deze omstandigheid wordt meestal
veroorzaakt door een verkeerde positie van de tip. Een van
de volgende aanpassingen kan de obstructie oplossen:
•
De katheter opnieuw positioneren
•
De patiënt opnieuw positioneren
•
De patiënt laten hoesten
•
Als er geen weerstand is, spoel de katheter dan krachtig met steriele normale zoutoplossing om te proberen de tip van de vaatwand weg te krijgen.
INFECTIE
Katheter-gerelateerde infectie is een ernstig probleem van inwendige katheters. Volg het instellingsprotocol bij het verwijderen van de katheter.
SYMBOOL
Voor eenmalig gebruik
Let op: volgens de federale wetgeving (VS) mag dit hulpmiddel alleen door of op voorschrift van een arts
worden verkocht.
Gesteriliseerd met ethyleenoxide
Niet gebruiken als de verpakking beschadigd is
Niet-pyrogeen
Let op: Raadpleeg de begeleidende documentatie. Lees de instructies voor gebruik.
Stroomsnelheid vs. druk
MILLILITER PER MINUUT
BETEKENIS