7.
Spoel de schuimstof filter (4c) onder stromend wa-
ter uit en laat deze drogen.
8.
Plaats het papierfilter (4d) en het schuimstoffilter
(4c) weer terug.
9.
Bevestig de filterelementen met de binnenste vleu-
gelmoer (4b).
10. Plaats het luchtfilterdeksel (4) weer terug en zet
het vast met de buitenste vleugelmoer (4a).
m LET OP: Laat de motor nooit draaien zonder of met
een beschadigd luchtfilterelement (4c, 4d). Hierdoor
kan er vuil in de motor terechtkomen, wat schade aan
de motor kan veroorzaken. De garantie van de fabri-
kant vervalt hierdoor.
12.7 Bougie reinigen/vervangen (afb. 18)
m LET OP: Vervang de bougie alleen als de motor
koud is!
Controleer de bougie voor de eerste keer na 10 be-
drijfsuren op verontreiniging en reinig deze eventueel
met een koperdraadborstel. Vervang, indien nodig, de
bougie daarna elke 50 bedrijfsuren.
1.
Maak de bougiekabel los en verwijder het eventu-
ele vuil in de buurt van de bougie.
2.
Draai de bougie (24) er met de meegeleverde bou-
giesleutel uit.
3.
Controleer de isolator. Vervang de bougie bij be-
schadigingen zoals bijv. scheuren of houtsplinters.
4.
Reinig de bougie-elektroden met een staalborstel.
5.
Controleer de elektrodenafstand en stel deze af
met een voelermaat. Om de motor efficiënt te laten
draaien, moet de bougie de juiste elektrodenaf-
stand (0,7 - 0,8 mm) hebben.
6.
Schroef de bougie (24) er met de hand weer in en
draai deze ongeveer 1/4 slag vast met de bijgele-
verde bougiesleutel.
7.
Plaats de bougiekabel op de bougie (24).
m LET OP!
Een losse bougie kan oververhit raken en zo de motor be-
schadigen. En een te strak vastgedraaide bougie kan de
schroefdraad in de cilinderkop beschadigen.
12.8 Reinigen van de vlotterkamer
m LET OP: Demonteer de vlotterkamer alleen als de
motor koud is!
1.
Draai de benzinekraan (15) dicht.
2.
Draai de aftapplug (15a) op de vlotterkamer los en
laat de brandstof in een geschikte bak lopen.
3.
Plaats de aftapplug (15a) terug.
4.
Draai de bevestigingsschroef (15b) van de vlotter-
kamer los.
5.
Schroef de vlotterkamer en de radiale afdichting los.
6.
Reinig de onderdelen.
7.
Plaats de vlotterkamer met de radiale afdichting
terug met behulp van de bevestigingsschroef
(15b).
13. Opslag
m GEVAAR!
Brand- en explosiegevaar!
Bij het opslaan van het product in de buurt van moge-
lijke ontstekingsbronnen, kan er een brand of explosie
ontstaan. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs
de dood.
- Verwijder mogelijke ontstekingsbronnen, zoals bijv.
ovens, heetwaterboilers met gas, gasdrogers, etc.
AANWIJZING!
Risico op materiële schade!
Als het product niet correct wordt opgeslagen, kan dit
tot motorschade leiden.
- Bewaar het product beschermd tegen vuil, stof en
vocht.
13.1 Opslag bij langere bedrijfsonderbrekingen:
Als de trilplaat langer dan 30 dagen niet gebruikt zal
worden, volg dan de onderstaande stappen om deze
klaar te maken voor opslag.
1.
Maak de benzinetank volledig leeg (zie hoofdstuk
13.4). Opgeslagen benzine die ethanol of MTBE
bevat zal binnen 30 dagen schraal worden. Schra-
le benzine heeft een hoog rubbergehalte en kan
daardoor de carburateur verstoppen en de brand-
stoftoevoer beperken.
2.
Laat de olie uit de motor lopen, terwijl deze nog
warm is. Vul met nieuwe olie. (Zie hoofdstuk 13.3.)
3.
Gebruik schone doeken om de trilplaat schoon te
maken.
m Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen
4.
of reinigingsmiddelen op oliebasis bij het reini-
gen van de plastic onderdelen. Chemische stof-
fen kunnen kunststoffen beschadigen.
5.
Bewaar de trilplaat rechtop in een schoon en
droog gebouw met goede ventilatie.
Bewaar het apparaat en de bijbehorende accessoires
op een donkere, droge en vorstvrije en voor kinderen
ontoegankelijke plaats. De optimale opslagtempera-
tuur ligt tussen 5 en 30 ˚C.
www.scheppach.com
NL | 99