9.2
Brandstof bijvullen (afb. 4)
GEVAAR
Brand- en explosiegevaar!
Vul de brandstof alleen bij als de motor is uitgeschakeld
en afgekoeld. Rook niet wanneer u het product tankt.
GEVAAR
Brand- en explosiegevaar!
Brandstof kan zich bij het vullen ontsteken en eventueel
exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs
de dood.
Aanwijzing:
Gebruik geen 2-takt olie dat een mengverhouding van
100:1 adviseert. Als de motor beschadigd is als gevolg
van onvoldoende smering, wordt de motorgarantie van de
fabrikant ongeldig.
Gebruik nooit olie van een 4-taktmotor of watergekoelde
2-taktmotor. Hierdoor kan de bougie verontreinigd raken,
de uitlaat geblokkeerd raken of de zuigerveer verstopt ra-
ken.
• Gebruik altijd een vers brandstof/oliemengsel.
• Houd uit de buurt van hitte, vlammen en vonken.
• Vul brandstof alleen in de open lucht bij.
• Draag veiligheidshandschoenen.
• Vermijd huid- en oogcontact.
• Start het product met een afstand van min. 3 m tot de
vullocatie van de brandstof.
• Let op voor ondichte plekken. Start de motor niet als
er brandstof uitloopt.
• Gebruik voor het tanken een geschikte trechter of een
invoerbuis, zodat er geen brandstof op de verbran-
dingsmotor en behuizing kan terechtkomen.
Vul de brandstoftank niet te vol!
1. Meng de brandstof zoals beschreven onder 9.1.
2. Reinig altijd het gebied rondom de tankdop (2a) voor
het bijvullen, zodat er geen vuil in de brandstoftank (2)
terechtkomt. Gebruik hiervoor een droge, niet-pluizen-
de doek.
3. Draai de tankdop (2a) linksom en maak hem open. De
tankdop (2a) is via een verlieszekering verbonden met
de brandstoftank (2) en kan zo niet vallen.
4. Vul de brandstoftank met het brandstofmengsel. Mors
geen brandstof en maak de brandstoftank niet hele-
maal tot aan de rand vol.
5. Veeg gemorste brandstof direct weg.
6. Draai de tankdop (2a) rechtsom, dus met de klok
mee, om de tank af te sluiten.
10 Bediening
LET OP
Het product voor de ingebruikstelling in ieder geval
volledig monteren!
GEVAAR
Gevaar voor letsel!
Als het product vastzit, probeer het product er dan niet
met geweld uit te trekken.
–
Zet de motor af.
–
Gebruik een hefboomarm of wig om het product vrij
te krijgen.
WAARSCHUWING
Controleer de veiligheidsvoorzieningen regelmatig voor
elk gebruik. Defecte veiligheidsvoorzieningen kunnen
leiden tot ernstige letsels!
WAARSCHUWING
Risico op letsel door terugslag!
–
Gebruik het product nooit met één hand!
GEVAAR
Gevaar voor vergiftiging!
Gebruik het product alleen buitenshuis en nooit in ge-
sloten of slecht geventileerde ruimten.
Werkzaamheden die in deze gebruikshandleiding niet zijn
beschreven, mogen alleen worden uitgevoerd door een
gespecialiseerde werkplaats.
10.1
Motor starten (afb. 5)
LET OP
–
Laat het starterkoord niet terugschieten. Dit kan tot
schade leiden.
–
Bij koel weer kan het noodzakelijk zijn om het start-
proces meerdere te herhalen.
AANWIJZING
Als de motor voor de eerste keer wordt gestart, zijn er
meerdere pogingen nodig, totdat de brandstof van de
tank naar de motor is verplaatst en deze aanspringt.
WAARSCHUWING
Als het inzetgereedschap niet correct wordt gemon-
teerd, kan dit tot ernstige ongelukken leiden! Controleer
voordat u met het werk begint of het geplaatste inzetge-
reedschap goed vastzit.
Aanwijzingen:
• Let er voor het inschakelen op dat het product geen
voorwerpen aanraakt.
• Met de gashendel kunt u het toerental traploos rege-
len. Hoe dieper u de gashendel indrukt, hoe hoger het
toerental.
• Bij het loslaten van de gashendel gaat de motor weer
stationair lopen en stopt het inzetgereedschap. Het in-
zetgereedschap mag bij stationair lopen niet mee-
draaien of bewegen!
• Houd het product tijdens het werken stevig met beide
handen vast. Pak beide handgrepen vast.
• Controleer het brandstofpeil.
www.scheppach.com
NL | 77