15 Onderhoud
► Neem de afdekkap (6) van de pluspool van de
batterij weg.
► Plaats 2 moersleutels op de moer (7) en
bout (8) op de pluspool van de batterij.
► Draai de moer (7) los en houd deze met de
tweede moersleutel tegen.
► Draai de moer (7) er volledig uit.
► Neem de moer (7), bout (8), ringen (9) en
veerring (10) weg.
► Verwijder de rode kabel (11) van de pluspool
van de batterij.
De pluspool is afgeklemd.
► Trek de batterij eruit.
► Breng de bouten, ringen, veerringen en moe‐
ren aan op de polen van de batterij om ze op
te bergen.
► Berg de aansluitkabel van de batterij op in het
batterijvak.
► Sluit het batterijvak,
15.6.2.3 Batterij inbouwen
LET OP
Als de batterij niet voldoende is opgeladen, kan
de zitmaaier niet worden gestart.
► Controleer het laadniveau van de batterij
met een daarvoor geschikte meter.
► Als de batterijspanning lager is dan 11,5 V:
laad de batterij op met een geschikte accu‐
lader.
► Zet de zitmaaier op een vlakke ondergrond.
► Zet de motor uit,
► Activeer de parkeerrem,
► Neem de contactsleutel uit het contactslot en
bewaar deze op een veilige plek.
► Haak de grasopvangbox los,
► Open het batterijvak,
► Zet de batterij in de montagepositie,
15.6.2.1.
► Als de bouten, ringen, veerringen en moeren
op de polen van de batterij zijn aangebracht
om ze op te bergen: haal de bouten, ringen,
veerringen en moeren van de polen van de
batterij.
0478-192-9615-A
15.6.1.2.
9.2.
11.5.1.
6.2.2.
15.6.1.1.
► Sluit de rode kabel (1) aan op de pluspool van
de batterij.
► Steek de bout (2) door de ring (3).
► Steek de bout (2) en ring (3) door het boorgat
van de aansluitkabel en het boorgat van de
batterijpool.
► Plaats de ring (3) en veerring (4) vanaf de
andere kant op de bout (2).
► Draai de moer (5) op de bout (2).
► Plaats 2 moersleutels op de moer (5) en
bout (2).
► Draai de moer (5) vast met 6–8 Nm en houd
deze met de tweede moersleutel tegen.
► Breng de afdekkap (6) over de volledige
schroefverbinding aan.
De pluspool is aangesloten.
► Sluit de zwarte kabel (7) op de minpool van de
batterij aan.
► Steek de bout (8) door de ring (9), door het
boorgat van de aansluitkabel en door het
boorgat van de batterijpool.
► Plaats de ring (10) en veerring (11) vanaf de
andere kant op de bout (8).
► Draai de moer (12) op de bout (8).
► Plaats 2 moersleutels op de moer (12) en
bout (8).
► Draai de moer (12) vast met 6–8 Nm en houd
deze met de tweede moersleutel tegen.
De minpool is aangesloten.
► Til de batterij op.
► Kantel de batterij iets naar binnen toe.
► Breng de batterij gecontroleerd omlaag.
De aansluitkabels zijn op de juiste manier in
het batterijvak opgeborgen.
► Sluit het batterijvak,
Nederlands
15.6.1.2.
203