Herunterladen Inhalt Inhalt Diese Seite drucken
Inhaltsverzeichnis

14 Reinigen

► Als de zitmaaier langer dan 3 maanden wordt
opgeborgen, let dan ook op de volgende pun‐
ten:
► Rijd de brandstoftank leeg.
► Smeer en olie bewegende onderdelen.
► Vervang de motorolie zoals in de handlei‐
ding van de motor staat beschreven.
► Neem de instructies voor het opbergen in
de handleiding van de motor in acht.
► Bouw de batterij uit,
► Berg een opgeladen batterij veilig op in een
koele en droge ruimte buiten het bereik van
kinderen.
14 Reinigen
14.1
Zitmaaier reinigen
LET OP
■ Het reinigen met een hogedrukreiniger of
waterstraal kan de zitmaaier beschadigen.
► Reinig de zitmaaier niet met een hogedruk‐
reiniger of waterstraal.
► Zet de motor uit,
► Activeer de parkeerrem,
► Neem de contactsleutel uit het contactslot en
bewaar deze op een veilige plek.
► Laat de zitmaaier afkoelen.
► Demonteer het maaiwerk,
► Maak de aangekoekte resten gras in de behui‐
zing met een houten staaf los.
► Reinig de onderkant van het maaiwerk en de
messen met een houten staaf, een zachte bor‐
stel of een vochtige doek.
► Reinig de bovenkant van het maaiwerk met
een houten staaf, een zachte borstel of een
vochtige doek. Let erop dat het water niet op
de V-riem en tandriem terechtkomt.
► Haak de grasopvangbox los,
► Reinig de grasopvangbox los van de zitmaaier
met stromend water en een zachte borstel.
► Reinig de niveausensor met een droge, zachte
borstel.
► Demonteer het uitwerpkanaal,
► Reinig het uitwerpkanaal los van de zitmaaier
met stromend water en een zachte borstel.
► Open de motorkap,
► Verwijder grasresten uit de motorruimte en
transmissie.
► Reinig de koelribben van de motor en trans‐
missie.
► Laat de zitmaaier, het maaiwerk, de grasop‐
vangbox en het uitwerpkanaal drogen.
► Sluit de motorkap,
► Monteer het uitwerpkanaal,
0478-192-9615-A
15.6.2.2.
9.2.
11.5.1.
6.4.2.
6.2.2.
6.1.2.
15.2.1.
15.2.2.
6.1.1.
► Haak de grasopvangbox vast,
► Monteer het maaiwerk,

15 Onderhoud

15.1
Onderhoudsintervallen
Onderhoudsintervallen zijn afhankelijk van de
omgevings- en werkomstandigheden. STIHL
adviseert de volgende onderhoudsintervallen:
Motor:
► Onderhoud de motor zoals in de handleiding
van de motor beschreven staat.
Voor elk gebruik:
► Banden controleren,
► Controleer de brandstofleidingen op beschadi‐
gingen.
► Controleer het brandstofpeil.
► Controleer het oliepeil.
► Controleer het apparaat, maaiwerk en de
beschermkappen op beschadigingen.
► Controleer de schroefverbindingen.
Na de eerste 10 bedrijfsuren:
► Laat de zitmaaier door een STIHL dealer con‐
troleren.
Na 25 bedrijfsuren:
► Messen controleren,
Na 50 bedrijfsuren:
► Controleer de positie van het maaiwerk,
10.7.
Na 100 bedrijfsuren:
► Vervang de messen,
Om de 12 maanden of na 100 bedrijfsuren:
► Laat de zitmaaier door een STIHL dealer con‐
troleren.
► Laat de V-riem en tandriem door een
STIHL dealer onderhouden.
15.2
Motorkap openen en sluiten
15.2.1
Motorkap openen
► Zet de zitmaaier op een vlakke ondergrond.
► Zet de motor uit,
► Activeer de parkeerrem,
► Neem de contactsleutel uit het contactslot en
bewaar deze op een veilige plek.
► Laat de zitmaaier afkoelen.
Nederlands
6.2.1.
6.4.1.
10.1.
10.5.
19.2.
9.2.
11.5.1.
199
Inhaltsverzeichnis

Fehlerbehebung

loading

Inhaltsverzeichnis