11 Met de zitmaaier werken
11.4.3
Rijrichting instellen
LET OP
Als het gaspedaal wordt ingedrukt, is de hendel
voor de rijrichting om veiligheidsredenen geblok‐
keerd.
► Laat het gaspedaal los.
► Start de motor,
9.1.
Stel de rijrichting vooruit in:
► Zet de hendel (1) naar voren in de stand
"Vooruit" (2).
Stel de rijrichting achteruit in:
► Zet de hendel (1) naar achteren in de stand
"Achteruit" (3).
11.4.4
Rijsnelheid instellen
LET OP
■ Als de zitmaaier op een helling rijdt, kan het
zijn dat motor niet voldoende wordt gesmeerd
door de hellinghoek.
Er kan materiële schade ontstaan.
► Neem de handleidingen van de motor in
acht.
LET OP
■ Als de motor niet met het maximale toerental
draait, is de optimale koeling van de motor niet
gewaarborgd.
Er kan materiële schade ontstaan.
► Regel de rijsnelheid alleen met het gaspe‐
daal en niet met de hendel voor het gas.
De rijsnelheid wordt met het gaspedaal traploos
geregeld.
► Koppel de transmissie aan,
► Als het maaiwerk is gedemonteerd: druk de
hendel voor de V-riemspanner naar voren en
zet deze vast.
► Start de motor,
9.1.
► Stel de gewenste rijrichting in,
► Als de parkeerrem is geactiveerd: deactiveer
de parkeerrem,
0478-192-9615-A
11.2.2.
11.4.3.
11.5.2.
► Als het rempedaal wordt ingedrukt: laat het
rempedaal los.
Rijsnelheid verlagen:
► Verlaag de druk op het gaspedaal (1).
Rijsnelheid verhogen:
► Verhoog de druk op het gaspedaal (1).
Stoppen:
► Laat het gaspedaal (1) los.
11.5
Parkeerrem activeren en deac‐
tiveren
11.5.1
Parkeerrem activeren
De parkeerrem blokkeert de achterwielen van de
zitmaaier. De zitmaaier kan zich niet zelfstandig
in beweging zetten.
► Controleer de rem,
► Druk het rempedaal (1) helemaal in en houd
het ingedrukt.
► Trek de hendel voor de parkeerrem (2) omh‐
oog en houd deze daar vast.
► Laat het rempedaal (1) los.
Het rempedaal blijft in de gebruikte stand
staan.
► Laat de hendel voor de parkeerrem (2) los.
De hendel voor de parkeerrem klapt terug. De
achterwielen zijn geblokkeerd.
Nederlands
10.3.
195