Nederlands
► Pak de motorkap (1) met één hand aan de
greep (2) vast.
► Open de motorkap (1) naar boven toe door
een licht rukje aan de greep (2).
► Klap de motorkap (1) volledig naar voren toe.
15.2.2
Motorkap sluiten
► Klap de motorkap (1) gecontroleerd dicht.
De motorkap klikt hoorbaar vast.
15.3
Motorolie verversen
► Zet de zitmaaier op een vlakke ondergrond.
► Zet de motor uit,
► Activeer de parkeerrem,
► Neem de contactsleutel uit het contactslot en
bewaar deze op een veilige plek.
► Open de motorkap,
► Vervang de motorolie zoals in de handleiding
van de motor staat beschreven.
15.4
Wielen demonteren en monte‐
ren
15.4.1
Wielen ontlasten
Voorwielen ontlasten
► Zet de zitmaaier op een vlakke ondergrond.
► Zet de motor uit,
► Activeer de parkeerrem,
► Neem de contactsleutel uit het contactslot en
bewaar deze op een veilige plek.
► Zitmaaier vastzetten om wegrollen te voorko‐
men.
► Til de zitmaaier met behulp van een geschikte
krik vooraan op. Vraag indien nodig een
tweede persoon om te helpen.
200
9.2.
11.5.1.
15.2.1.
9.2.
11.5.1.
► Schuif een voldoende draagkrachtige, stroeve
ondergrond met een hoogte van minstens
260 mm (1) onder de vooras (2).
► Steun de zitmaaier gecontroleerd op de onder‐
grond.
Achterwielen ontlasten
► Zet de zitmaaier op een vlakke ondergrond.
► Zet de motor uit,
► Activeer de parkeerrem,
► Neem de contactsleutel uit het contactslot en
bewaar deze op een veilige plek.
► Zitmaaier vastzetten om wegrollen te voorko‐
men.
► Til de zitmaaier met behulp van een geschikte
krik achteraan op. Vraag indien nodig een
tweede persoon om te helpen.
► Schuif een voldoende draagkrachtige, stroeve
ondergrond met een hoogte van minstens
120 mm (1) onder de achterwand (2).
► Steun de zitmaaier gecontroleerd op de onder‐
grond.
15.4.2
Voorwielen demonteren en monteren
15.4.2.1 Voorwielen demonteren
► Ontlast de voorwielen,
15 Onderhoud
9.2.
11.5.1.
15.4.1.
0478-192-9615-A