Nederlands
► Verlaag de snelheid voordat u van richting
verandert.
► Voer een verandering van richting lang‐
zaam en gelijkmatig uit.
► Voorkom dat u sterk moet remmen.
■ De gebruiker kan in bepaalde omstandighe‐
den niet meer geconcentreerd werken. De
gebruiker kan hierdoor ernstig letsel oplopen.
► Rustig en doordacht werken.
► Maai alleen bij goed zicht. Als de lichtver‐
houdingen en het zicht slecht zijn: werk niet
met de zitmaaier.
► Bedien de zitmaaier alleen.
► Let op obstakels.
► Kantel de zitmaaier niet.
► Als er vermoeidheidsverschijnselen optre‐
den: een pauze inlassen.
► Rijd met een gepaste snelheid.
► Wees extra voorzichtig als u de zitmaaier
gebruikt in de buurt van hellingen, de
randen van een terrein, greppels, afvalho‐
pen en dijken.
► Plan de werktijden zodanig dat hoge belas‐
ting gedurende langere tijd wordt voorko‐
men.
► Controleer of de juiste rijrichting is inge‐
steld, voordat u het gaspedaal indrukt.
■ Als de gebruiker op een helling werkt, kan de
gebruiker de controle over de zitmaaier verlie‐
zen. Dit kan ongevallen veroorzaken. Als de
zitmaaier van de helling glijdt, krijgt de gebrui‐
ker de controle niet terug door de rem in te
drukken. De gebruiker kan ernstig letsel oplo‐
pen en er kan materiële schade ontstaan.
► Als u twijfelt over de veiligheid: rijd de hel‐
ling niet op.
► Controleer de rem vóór werkzaamheden op
de helling.
► Rijd dwars ten opzichte van de helling.
► Voorkom dat u op de helling moet starten
en stoppen.
► Keer niet op de helling. Als niet kan worden
voorkomen dat de richting moet worden
gewijzigd, voer deze wijziging dan met de
grootste voorzichtigheid uit. Rijd langzaam
en in grote bochten naar beneden.
► Bedien de beugel voor de vrijloop van de
transmissie niet.
► Let op een droge en stevige ondergrond.
► Houd rekening met een gewijzigde
gewichtsverdeling door combi-apparaten en
een gevulde grasopvangbox.
► Leeg de grasopvangbox niet en til deze niet
op.
► Als de wielen doordraaien of de zitmaaier
blijft steken: koppel de messen los en ver‐
180
laat de helling door langzaam en recht naar
beneden te rijden.
► Stabiliseer de zitmaaier niet door de voeten
te ondersteunen.
► Werk niet op hellingen van meer dan 10°
(17,6%). Een helling van 10° komt overeen
met een verticale stijging van 17,6 cm bij
een horizontale lengte van 100 cm.
■ Wanneer de motor draait, ontstaan er uitlaat‐
gassen. Ingeademde uitlaatgassen kunnen
personen vergiftigen.
► Adem geen uitlaatgassen in.
► Werk op een goed geventileerde plek met
de zitmaaier.
► Als er misselijkheid, hoofdpijn, blindheids‐
verschijnselen, gehoorverlies of duizelig‐
heid optreedt: beëindig de werkzaamheden
en neem contact op met een arts.
■ Als de gebruiker gehoorbeschermers draagt
en de motor draait, kan de gebruiker geluiden
beperkt waarnemen en inschatten.
► Rustig en doordacht werken.
■ De gebruiker kan zich aan draaiende messen
snijden. De gebruiker kan hierdoor ernstig let‐
sel oplopen.
► Houd afstand tot het maaiwerk.
► Houd handen en voeten uit de buurt
van de messen.
► Als de messen door een voorwerp
worden geblokkeerd: zet de motor
uit en koppel de messen los. De
messen mogen niet draaien. Verwij‐
der pas dan het voorwerp dat de
blokkade veroorzaakt.
■ Als er achteruit wordt gemaaid, is het werkge‐
deelte moeilijk te overzien. Dit vraagt extra
aandacht om de controle over de zitmaaier te
behouden. Personen kunnen ernstig letsel
oplopen en er kan materiële schade ontstaan.
► Maai alleen achteruit als dit absoluut nood‐
zakelijk is.
► Controleer het werkgedeelte voordat u ach‐
teruit gaat maaien.
► Koppel combi-apparaten los voordat u ach‐
teruit gaat maaien.
► Werk gecontroleerd en aandachtig.
■ Bij het ontgrendelen van de grasopvangbox
kunnen de handen van de gebruiker inge‐
klemd raken. De gebruiker kan letsel oplopen.
► Bedien de beugel voor ontgrendeling van
de grasopvangbox zodanig dat alle vingers
zich onder de greep bevinden.
■ Bij het monteren en demonteren van het maai‐
werk kan het maaiwerk vallen. De gebruiker
kan letsel oplopen.
► Let erop dat er zich geen lichaamsdelen
onder het maaiwerk bevinden.
4 Veiligheidsinstructies
0478-192-9615-A