7 Zitmaaier voltanken
7
Zitmaaier voltanken
7.1
Zitmaaier voltanken
LET OP
■ Als niet de juiste soort brandstof voor de zit‐
maaier wordt getankt, kan de zitmaaier
beschadigd raken.
► Neem de handleiding van de motor in acht.
► Zet de zitmaaier op een vlakke ondergrond.
► Zet de motor uit,
► Activeer de parkeerrem,
► Neem de contactsleutel uit het contactslot en
bewaar deze op een veilige plek.
► Maak het gebied rondom de brandstoftankdop
schoon met een vochtige doek.
► Draai de brandstoftankdop zo lang linksom tot‐
dat de brandstoftankdop kan worden wegge‐
nomen.
De luchtdruk tussen de tank en omgeving
wordt gelijk.
► Verwijder de brandstoftankdop.
► Vul de brandstof bij met een geschikt hulpmid‐
del, zodat de brandstof niet over de onderkant
van de vulopening loopt.
► Plaats de brandstoftankdop op de brandstof‐
tank.
► Draai de brandstoftankdop rechtsom handvast
aan.
De brandstoftank is gesloten.
► Wrijf gemorste brandstof uit en laat het ver‐
dampen.
8
Zitmaaier instellen voor de
gebruiker
8.1
Bestuurdersstoel instellen
De bestuurdersstoel kan in 7 standen worden
ingesteld.
► Zet de zitmaaier op een vlakke ondergrond.
► Zet de motor uit,
► Ga op de bestuurdersstoel zitten.
► Leg uw rechterhand op het stuur.
0478-192-9615-A
9.2.
11.5.1.
9.2.
► Til met de linkerhand de hendel voor het ver‐
stellen van de bestuurdersstoel (1) op en houd
deze vast.
► Zet de bestuurdersstoel (2) in de gewenste
stand.
► Laat de hendel voor het verstellen van de
bestuurdersstoel (1) los.
De bestuurdersstoel klikt vast.
9
Motor starten en afzetten
9.1
Motor starten
LET OP
Om schade aan de zitmaaier te voorkomen:
► Als de motor niet start: las pauzes in tussen
de startpogingen.
► Draai de contactsleutel niet langer dan
10 seconden naar de stand "Motor starten".
► Zet de zitmaaier op een vlakke ondergrond.
► Open de brandstofkraan (1).
► Ga op de bestuurdersstoel zitten.
► Steek de contactsleutel in het contactslot.
► Draai de contactsleutel naar de stand "Ontste‐
king aan".
► Druk het rempedaal helemaal in en houd het
vast of activeer de parkeerrem.
► Als de motor koud is: zet de hendel voor gas
in de stand "Choke".
► Als de motor warm is: zet de hendel voor gas
op de stand "MAX".
► Draai de contactsleutel naar de stand "Motor
starten" en houd deze vast.
De motor start.
► Laat de contactsleutel los.
De contactsleutel gaat terug naar de stand
"Contact aan".
► Als de motor met choke wordt gestart: hendel
voor gas bij draaiende motor in de stand
"MAX" zetten.
9.2
Motor uitschakelen
► Rem de zitmaaier af totdat deze stilstaat.
► Zet de zitmaaier op een vlakke ondergrond.
► Koppel de messen los,
De messen blijven na 5 seconden stilstaan.
Nederlands
11.7.2.2.
189