Herunterladen Inhalt Inhalt Diese Seite drucken

Scheppach PCS38 Originalbetriebsanleitung Seite 112

Vorschau ausblenden Andere Handbücher für PCS38:
Inhaltsverzeichnis
11. Het complete onderhoud van de kettingzaag, af-
gezien van de in deze gebruiksaanwijzing en on-
derhoudshandleiding aangegeven punten, mag
uitsluitend door een bevoegde servicedienst wor-
den uitgevoerd.
12. Breng voor transport en opslag van de kettingzaag
de afdekking van het geleideblad aan.
13. Werk met de ketting niet naast of in de nabijheid
van ontvlambare vloeistoffen of gassen, onge-
acht of dit binnenshuis of buitenshuis is. Er be-
staat hierbij gevaar op explosie en/of brand.
14. Vul geen brandstof, olie of smeermiddel bij als de
kettingzaag draait.
15. Gebruik uitsluitend geschikt zaagmateriaal: Zaag
alleen in hout. Gebruik de kettingzaag niet voor
werkzaamheden waarvoor deze niet geschikt is.
Zaag met de kettingzaag bijv. geen plastic, met-
selwerk of niet bij de bouw behorende materialen.
16. Het motorapparaat genereert giftige uitlaatgas-
sen zodra de motor loopt. Werk nooit in afgeslo-
ten of slecht geventileerde ruimtes.
17. Om aanzienlijke schade of defecten te constateren,
is het noodzakelijk om het apparaat voor gebruik
en na vallen aan een inspectie te onderwerpen.
18. Als bij het vullen van de olie- of brandstoftank
vloeistof wordt gemorst, moet het apparaat voor
ingebruikname worden gereinigd.
Als gebruiker van een kettingzaag moet u meer-
dere punten in acht nemen, om uw zaagwerk-
zaamheden vrij van ongevallen en zonder letsels
te kunnen uitvoeren.
1. Een goede basiskennis van terugslagen kan het ver-
rassingsmoment verminderen of uitsluiten. Plotselin-
ge niet-overwogen reacties dragen bij tot ongevallen.
2. Houd de kettingzaag bij een draaiende motor met
beide handen goed vat, waarbij de rechterhand
de achterste handgreep en de linkerhand de
voorste handgreep vasthoudt. Duimen en vingers
moeten de handgrepen van de kettingzaag goed
omsluiten. Een vaste greep helpt u om terugsla-
gen op te vangen en de controle over de ketting-
zaag te behouden. Laat niet los.
3. Controleer of het bereik waarin u werkt, vrij is van
obstakels is. De punten van het geleideblad mag
tijdens het zagen met de kettingzaag geen boom-
stam, tak of dergelijke aanraken.
4. Zaag met een hoge motorsnelheid.
5. Buig niet te ver naar voren of zaag niet boven
schouderhoogte.
6. Slijp en onderhoud de kettingzaag conform de
aanwijzingen van de fabrikant.
7. Als het apparaat tijdens het zagen vastklemt,
moet deze direct worden uitgeschakeld en voor-
zichtig worden losgemaakt. Aansluitend moet het
apparaat op schade (bijv. verbogen geleideblad)
worden gecontroleerd en moet er een testrun
worden uitgevoerd.
112 | NL
8. Voor het vellen of afkorten moet de boomklauw
(de klauwaanslag) op het te zagen hout worden
geplaatst. Het gebruik van de boomklauw ook ge-
adviseerd tijdens het doorzagen van dikke takken.
9. Positioneer de boomklauw goed voor het afkor-
ten en zaag pas in het hout als de kettingzaag
draait. Aansluitend wordt de zaag met de achter-
ste greep opgetild en met de voorste greep ge-
leid. De boomklauw werkt als draaipunt. Voor het
herpositioneren wordt licht druk op de voorste
greep uitgeoefend. Trek de zaag hierbij iets terug.
Plaats de boomklauw dieper en til de zaag met
de achterste greep weer omhoog.
Gebruik uitsluitend toegestane combinaties van
zaagketting en geleideblad
De in de leveringsomvang opgenomen zaagblad en
zaagkettingset zijn optimaal afgestemd op de ket-
tingzaag.
Bij het koppelen van componenten, die niet bij elkaar
horen, kunnen de zaagblad en zaagkettingset reeds
na een korte bedrijfstijd onherstelbaar worden be-
schadigd en letsel veroorzaken.
m Aanwijzing
De volgende bijlage is voornamelijk voor de eind-
gebruiker of de gelegenheidsgebruiker bestemd.
De kettingzaag is voor een incidenteel gebruik door
huiseigenaren, tuinbezitters en kampeerders ontwor-
pen en is geschikt voor alle algemene werkzaamhe-
den, bijv. het kappen van bomen, brandhout zagen
enz. De kettingzaag is niet geschikt voor langdurige
werkzaamheden.
Bij langdurige werkzaamheden kan door trillingen in
de handen van de gebruiker storingen in de doorbloe-
ding (witte vinger syndroom) ontstaan. Het witte vin-
ger syndroom is een vaatziekte waarbij kleine bloedva-
ten in de vingers en tenen acuut verkrampen. De des-
betreffende lichaamsdelen worden dan niet meer vol-
doende van bloed voorzien waardoor ze een bleke
kleur krijgen. Het frequente gebruik van trillende appa-
raten kan zenuwbeschadigingen veroorzaken bij per-
sonen met een verminderde doorbloeding (bijv. rokers,
diabetici).
Als u ongewone beperkingen bespeurt, stopt u direct
de werkzaamheden en raadpleegt u een arts. Neem
de volgende aanwijzingen in acht om de risico's te
beperken:
• Houd uw lichaam en met name uw handen bij koud
weer warm.
• Las regelmatig pauzes in en beweeg hierbij de
handen om de doorbloeding te bevorderen.
www.scheppach.com
Inhaltsverzeichnis

Fehlerbehebung

loading

Diese Anleitung auch für:

5910127903

Inhaltsverzeichnis