ACHTERWIEL - VERWIJDEREN EN WEER BEVESTIGEN
Schakel bij het monteren of verwijderen van het achterwiel de versnelling over naar het kleine tandwiel
op de cassette
De kettingspanner moet van de ketting worden losgekoppeld voordat het wiel wordt verwijderd
Wanneer gemonteerd, zorg ervoor dat het wiel correct in de uitsparingen zit, anders werken de
versnellingen mogelijk niet goed
Het is van vitaal belang dat u de juiste montageprocedure volgt en alle bevestigingen aandraait
Afb. 21
DEMONTAGE
Zet de fiets op een standaard om het achterwiel te verwijderen. Ter voorbereiding moet de spanning
van de ketting worden gehaald. Bereik dit door de kettingspanner KS los te maken. Zodra de ketting
slap hangt, kan deze van de cassette C worden verwijderd en weggehaald worden om het wiel te
verwijderen. Gebruik een 5 mm inbussleutel om de wielas WA los te draaien. Houdt aan de andere kant
de asmoer AM vast, om te voorkomen dat deze blijft ronddraaien. Verwijder vervolgens de WA volledig.
Laat de band leeglopen, zodat het wiel langs de remklauw kan. Het wiel kan er nu met enige druk worden
uitgeschoven.
MONTAGE
Zet de fiets op een standaard om het achterwiel te plaatsen. Zorg voor de juiste rijrichting door te
controleren of de pijl op de bandwang een voorwaartse rijrichting aangeeft. Leid het wiel op zijn plaats
en zorg ervoor dat de ketting later correct op de cassette C kan worden geplaatst. Zodra het wiel is
geplaatst, breng wielas WA aan (Afb. 21). Draai asmoer aan tot
KS weer worden aangebracht.
AM
KS
C
7 Nm.
Vervolgens kan de kettingspanner
219
D
WA