Herunterladen Inhalt Inhalt Diese Seite drucken

Terumo Xcoating CAPIOX RX Serie Bedienungsanleitung Seite 85

Inhaltsverzeichnis
Verfügbare Sprachen
  • DE

Verfügbare Sprachen

  • DEUTSCH, seite 42
• Ga langzaam te werk bij het terugkeren naar atmosferische druk (tenietdoen van het vacuüm). Een plotselinge drukverandering kan
turbulentie veroorzaken in het bloed in het reservoir.
• De hulppoort op het veneuze reservoir niet openen tijdens VAVD, om luchtbellen te vermijden in de veneuze filter.
• Maak gebruik van de maximale veilige vacuümniveaus zoals aangegeven in het protocol van de instelling.
• BLOKKEER DE POSITIEVE-DRUKONTLASTKLEP NIET. Een te hoge drukopbouw in het veneuze reservoir kan veneuze drainage belemmeren, het
bloedniveau in het veneuze reservoir verlagen en ertoe leiden dat lucht zowel aan de veneuze als arteriële zijde van het circuit binnendringt. Dit kan
ertoe leiden dat in de bloedfase gasembolieën ontstaan.
Als VAVD met een centrifugaalpomp wordt uitgevoerd, moeten de volgende voorzorgen worden genomen.
• De leiding tussen de oxygenator en de centrifugaalpomp moet worden afgeklemd alvorens de pomp te stoppen. Als de arteriële leiding niet
wordt afgeklemd, is het mogelijk dat er vanuit de vezels lucht naar de bloedzijde van de oxygenator wordt getrokken. Er wordt aangeraden
om een eenrichtingsklep te gebruiken tussen de oxygenator en de centrifugaalpomp.
• Ga voorzichtig te werk. De relatie tussen het bloedstroombereik en de pompsnelheid verandert immers naargelang de hoeveelheid
negatieve druk die wordt toegepast.
VOORZORGEN
• Sluit het circuit voor drainage van veneus bloed onder vacuüm alleen aan op de ontluchtingspoort van het reservoir en nooit op een andere poort. Het
vacuümcircuit kan mogelijk bloed terug naar binnen zuigen.
• De poorten die niet in gebruik zijn, niet open laten.
• Een vochtopvangsysteem is noodzakelijk vanwege het volume aan condensatie dat wordt gegenereerd.
• Gebruik een steriel circuit voor drainage van veneus bloed onder vacuüm en gebruik het circuit niet opnieuw.
• Een hulpmiddel dat een waarschuwing geeft voor positieve druk aansluiten op het reservoir.
• De klep dient voorafgaand aan cardiopulmonaire bypassoperaties te worden gecontroleerd om vast te stellen of de klep naar behoren werkt.
• Een instelbare vacuümregelaar is vereist.
• Een positieve overdrukklep is vereist.
• Het wordt aanbevolen een manometer voor negatieve druk op het Hardshell reservoir te gebruiken en een vacuümontlastklep
[startbereik van -20 kPa (-150 mmHg)] wordt aanbevolen.
• Als vacuüm wordt gebruikt, is het mogelijk dat het vloeistofniveau hoger lijkt dan het in werkelijkheid is. Bij gebruik van RX25/RX15R40: Een
vloeistofniveau van 230 mL op de volumeschaal garandeert een minimumniveau van 200 mL bij een negatieve druk van -20 kPa (-150 mmHg).
Bij gebruik van RX15R30: Een vloeistofniveau van 80 mL op de volumeschaal garandeert een minimumniveau van 70 mL bij een negatieve
druk van -20 kPa (-150 mmHg).
GEBRUIKSINSTRUCTIES
VEREISTE APPARATUUR
A RX Veneus Reservoir
B Steriel vochtopvangsysteem
C Klem
D Instelbare vacuürnreqelaar [instelbaar tussen
0 en - 20 kPa (-150 mmHgl)]
INSTELUNGSCONFIGURATIE (voorbeeld)
niet gefilterd
ontluchtingspoort
Nota : De getallen 1 - 8 verwijzen naar de SCHEMATISCHE VOORSTELLING (p. 3) waar de componenten genummerd zijn. De
letters A – I verwijzen naar de VEREISTE APPARATUUR benodigd voor gebruik bij Veneuze Drainage onder vacuüm.
1. Tref de voorbereidingen om het CPB-circuit volgens de procedure op te stellen.
2. Controleer of de blauwe kappen van de afzuigpoorten 6 en de hulppoort 2 van het reservoir goed aangedrukt zijn. Hierdoor wordt een goede
dichting gewaarborgd.
3. Bevestig alle gele luerkappen op de juiste plaats; alle kappen zijn niet-geventileerd 4-8.
4. Installeer de instelbare vacuümregelaar D op de wandgemonteerde zuigbron.
5. Bevestig een driewegkraantje aan de niet-gefilterde luerpoort 1 en sluit de steriele manometerleiding E aan.
6. Verbind de negatieve manometer F met de steriele manometerleiding E.
7. Verbind de gasfilter I met de leiding verbonden met het vochtopvangsysteem B en het "Y-connectiestuk".
8. Bevestig het steriele vochtopvangsysteem B aan de ontluchtingspoort 5 op het hardshellreservoir.
De Bypass Starten
1. Begin met veneuze drainage met behulp van zwaartekracht. Op dit punt is vacuümontlastleiding G niet van een klem voorzien.
2. Drainage van veneus bloed onder vacuüm starten: stel de vacuümregelaar D in en breng een klem aan op de vacuümontlastleiding G.
3. Bewaak de negatieve druk binnenin het hardshellreservoir met de manometer om negatieve druk te meten F.
4. Stel de negatieve druk bij om de veneuze terugstoom te optimaliseren. Stel de vacuümregelaar D in.
Nota: • Het waarschuwingslabel "DO NOT OBSTRUCT" (NIET BLOKKEREN) bij de ontluchtingspoort is niet van toepassing op
veneuze drainage onder vacuüm.
• Gebruik een occlusieve rolkop voor het afzuigen en de LV-ontluchtingsleidingen.
De bypass stoppen
Verwijder de klem van de vacuümaflaatleiding G; de veneuze terugstroom zal snel verminderen. Sluit de bypass af volgens de
standaardprocedure.
E Steriele manometerleiding
F Negatieve manometer
G Steriele vacuümaflaatleiding
H Positieve-drukontlastklep [inbegrepen bij reservoir met een
startbereik van 0 tot 1.1 kPa (8 mmHg)]
I Steriele gasfilIer
vacuümbron
69
Inhaltsverzeichnis
loading

Verwandte Produkte für Terumo Xcoating CAPIOX RX Serie

Inhaltsverzeichnis