VEILIGHEIDSMARGE
Fig. 11
Veiligheidsmarge (RX25/RX15R40 reservoir)
20
18
16
14
12
10
8
6
4
2
0
0
200*
500
Volume in Reservoir (mL)
Veiligheidsmarge (RX25/RX15R40 reservoir)
20
18
16
14
12
10
8
6
4
2
0
0
70*
500
Volume in Reservoir (mL)
PERFORMANTIEGEGEVENS RX15
Fig. 12
O
Transferwaarde (in vitro)
2
400
Omstandigheden
Runderbloed
Hb
: 12+1g/dL
300
Temp : 37+1°C
SvO
: 65%
2
PCO
: 45+5mmHg
2
200
B.E.
: 0+5mEq/L
100
0
0
1
2
3
Bloedflow (L/min)
Fig. 14
Gedragsfactor voor de warmte wisselaar (in vitro)
1.0
0.9
0.8
0.7
0.6
Omstandigheden
0.5
Runderbloed
0.4
Hb
: 12+1g/dL
0.3
Tbi
: 30+1°C
Twi
: 40+1°C
0.2
Water flow rate : 15L/min
0.1
0.0
0
1
2
3
Bloedflow (L/min)
PERFORMANTIEGEGEVENS RX25
Fig. 16
O
Transferwaarde
2
(in vitro)
600
Omstandigheden
Runderbloed
V/Q=1
Hb
= 12+1g/dL
500
SvO
= 65+5%
2
PvCO
= 45+5mmHg
2
B.E.
= 0+5mEq/L
400
Temp
= 37+1°C
300
200
100
0
2
4
6
8
Bloedflow (L/min)
1000
1500
2000
1000
1500
Fig. 13
400
V/Q=1.0
300
200
100
0
0
4
5
Fig. 15
Drukval aan de bloedzijde (in Vitro)
150
100
50
0
4
5
Fig. 17
CO
Transferwaarde
2
(in vitro)
Omstandigheden
V/Q=2
Runderbloed
600
Hb
= 12+1g/dL
SvO
= 65+5%
2
500
PvCO
= 45+5mmHg
2
B.E.
= 0+5mEq/L
V/Q=1
Temp
= 37+1°C
400
300
V/Q=0.5
200
100
0
2
4
6
8
Bloedflow (L/min)
* Minimaal operationeel bloedniveau in CAPIOX
RX25RW, RX25RE, RX15RW40, RX15RE40
De grafiek duidt de tijd aan gedurende de welke
het bloedvolume in het reservoir daalt tot het
minimale operationale volume van 200 mL bij
een verschillende flow. Wanneer het bloedvolume
in het reservoir zakt onder de 200 mL kunnen er
2 L/min
luchtbellen naar de oxygenator module gaan.
3 L/min
4 L/min
5 L/min
6 L/min
7 L/min
2500
* Minimaal operationeel bloedniveau in CAPIOX
RX15RW30, RX15RE30
De grafiek duidt de tijd aan gedurende de welke
het bloedvolume in het reservoir daalt tot het
minimale operationale volume van 70 mL bij
een verschillende flow. Wanneer het bloedvolume
1 L/min
in het reservoir zakt onder de 70 mL kunnen er
2 L/min
luchtbellen naar de oxygenator module gaan.
3 L/min
4 L/min
2000
CO
Transferwaarde (In vitro)
2
Omstandigheden
V/Q=2.0
Runderbloed
Hb
: 12+1g/dL
Temp : 37+1°C
SvO
: 65+5%
V/Q=1.0
2
PCO
: 45+5mmHg
2
B.E.
: 0+5mEq/L
V/Q=0.5
1
2
3
4
5
Bloedflow (L/min)
20
Omstandigheden
Runderbloed
Ht
: 35%
Temp : 37°C
10
0
0.5
1.5
3
5
Bloedflow (L/min)
Fig. 18
Gedragsfactor voor
de warmte wisselaar
(in vitro)
1.0
0.9
0.8
0.7
0.6
0.5
Omstandigheden
Runderbloed
0.4
Hb = 12+1g/dL
Tbi = 30°C
0.3
Twi = 40°C
0.2
Water flow rate = 15L/min
0.1
0
2
4
6
Bloedflow (L/min)
Fig. 19
Drukval aan de
bloedzijde (in vitro)
200
150
Omstandigheden
Runderbloed
100
Hb
= 12+1g/dL
B.E.
= 0+5mEq/L
Temp = 37°C
50
0
2
4
6
8
Bloedflow (L/min)
20
10
8
65