Herunterladen Inhalt Inhalt Diese Seite drucken
Inhaltsverzeichnis
Verfügbare Sprachen
  • DE

Verfügbare Sprachen

  • DEUTSCH, seite 42
5. Start de CO
flush.
2
• Minimale flow:
• duurtijd van de flush bij minimale flow:
OPGELET
De ontluchtingspoort van het CAPIOX RX Hardshell Reservoir is verbonden met de atmosfeer ook wanneer het
afsluitdopje aanwezig is. Een CO
6. Stop de CO
toevoer, sluit het CO
2
7. Start zoals gewoonlijk de priming procedure.
PRIMEPROCEDURE
OPGELET
De CAPIOX RX Oxygenator moet bevochtigd worden met een kristalloïde oplossing (deze oplossing mag bloed,
plasma, noch bloedderivaten bevatten).
CAPIOX RX kan geprimed worden zonder voorafgaandelijke CO
OPMERKING:
van CO
zorgt voor een snellere ontluchting.
2
1. Klem de arteriële en veneuze lijnen af vóór de recirculatie lijn, wanneer een recirculatie lijn wordt gebruikt, en zorg ervoor dat de
recirculatie lijn zelf niet wordt afgeklemd.
2. Voer de kristalloïde primingvloeistof in via de quick prime poort of via één van de andere luer poorten die naar de cardiotomie-filter leiden.
3. Controleer of het recirculatie circuit en de purgeerlijn nergens zijn afgeklemd, start pas dan de pomp bij lage snelheid. Na controle op
lekken of andere problemen, kan de flow gradueel opgedreven worden tot de gewenste flow bereikt wordt. Zorg ervoor dat de flow nooit
hoger wordt dan 4 L/min bij gebruik van een RX15R30, 5 L/min bij gebruik van een RX15R40 of 7 L/min bij gebruik van een RX25. Laat
de primingvloeistof krachtig recirculeren doorheen het ganse circuit tot alle luchtbellen verwijderd zijn. Controleer oxygenator en leidingen
op mogelijke lekken of andere problemen.
WAARSCHUWING
• Gebruik nooit een oxygenator die lekt. Vervang hem in dit geval door een andere CAPIOX RX.
• Gebruik geen slang met een interne diameter kleiner dan 3/16" (4.8 mm) als recirculatielijn. Gebruik ook geen
staalnamelijn of purgeerlijn voor recirculatie. Wanneer dergelijke lijnen gebruikt worden kan de oxygenator
beschadigd worden door het opbouwen van een overmatige positieve interne druk.
OPGELET
• Geen gas toevoeren tijdens het primen.
• De primingvloeistof hercirculeren aan een snelheid van 4 L/min of hoger om lucht gemakkelijker te verwijderen.
• Behoud altijd een minimaal werkingsniveau van 200 mL in het RX25/RX15R40 reservoir.
• Behoud altijd een minimaal werkingsniveau van 70 mL in het RX15R30 reservoir.
• Het terugbrengen van primingvloeistof in de Cardiotomie filter wanneer het reservoir onvoldoende vloeistof
bevat, kan gasembolen genereren. Behoud een voldoende niveau aan vloeistof in het reservoir.
4. Wanneer het systeem voldoende werd ontlucht, kan men bloed of bloedcomponenten invoeren via de quick prime poort of via een andere
luer poort die naar de cardiotomie-filter leidt.
5. Zet de kraantjes volgens de stand aangegeven in Fig. 7, sluit de lijn voor staalname af aan de hand van het kraantje bevestigd op de
arteriële zijde om arterio-veneuze shunts te voorkomen gedurende de extracorporele circulatie. Sluit de purgeerlijn, bouw dan de
bloedflow langzaam af tot nul en sluit dan de recirculatielijn af.
WAARSCHUWING
Maak geen gebruik van een pulsatiele flow of laat nooit de pomp plots stoppen gedurende recirculatie.
Dit kan de vorming van gasembolies (vanuit de gasfase) in de bloedfase veroorzaken door inertie.
OPGELET
Sluit de purgeerlijn af vooraleer de extracorporele circulatie op te starten.
OPSTARTEN VAN DE EXTRACORPORELE CIRCULATIE
Controleer het volgende vooraleer de extracorporele circulatie te starten.
OPGELET
Zorg er voor dat het ontluchtingsproces gefinaliseerd is, vooraleer de extracorporele circulatie op te starten.
Herhaal punt "Primeprocedure" om lucht te verwijderen.
Start de extracorporele circulatie volgens de normale procedure en neem volgende waarschuwingen in acht.
WAARSCHUWING
• Controleer of de gasuitgang niet is afgesloten vooraleer met de gastoevoer te starten. Een dergelijke
obstructie zou leiden tot de opbouw van druk in de gasfase wat aanleiding kan geven tot het vormen van
gasembolies in de bloedfase.
• Start met de toevoer van gas nadat de bloedcirculatie is opgestart.
• Voor het opstarten van de extracorporele circulatie moet men er zeker van zijn dat de recirculatielijn en
de purgeerlijn gesloten zijn en dat de staalnamelijn met het kraantje van de arteriële kant afgesloten is.
Indien dit niet het geval is, zal de opening van de arteriële lijn een terugvloeiing van het bloed veroorzaken
naar het reservoir via de staalnamelijn omwille van de hoogte van de bloeddruk en de positie van het hoofd
van de patiënt.
• Start de gas toevoer met V/Q = 1 en FiO
resultaten van de bloedgasanalyse.

TIJDENS DE PERFUSIE

1. Om een representatief bloedstaal te nemen laat men minstens 10 mL bloed weglopen vooraleer het bloedstaal via de staalnamelijn
op te vangen. Een staal van het arteriële bloed wordt genomen na openen van het kraantje voor arterio-veneuze shunt.
WAARSCHUWING
Een bloedstaal mag enkel genomen worden terwijl de pomp loopt, anders zal de druk aan de bloedzijde
dalen en kunnen luchtbellen ontstaan.
NOTA : Voor gebruik van een staalname systeem gescheiden van het Hardshell Reservoir kan een "Sampling Manifold" gebruikt worden met
volgend Artikelnr. : XX*XH051.
2. Na een bloedgasanalyse kunnen de nodige correcties als volgt doorgevoerd worden :
a. Corrigeer PaO
door de concentratie van zuurstof te veranderen in de gasmenger.
2
- om PaO
te verlagen, verminder FiO
2
- om PaO
te verhogen, verhoog FiO
2
b. Corrigeer PaCO
door de totale gasflow te veranderen.
2
- om PaCO
te verlagen, verminder de totaal gasflow
2
- om PaCO
te verhogen, vermeerder de totaal gasflow
2
62
5 L/min
5 min
flow kleiner dan 5 L/min kan geen goede CO
2
ventiel op de Arteriële Filter of Bubble Trap, en verwijder de CO
2
= 100 %; achteraf deze waarden aanpassen aan de hand van de
2
2
2
flush van de oxygenator verzekeren.
2
toevoerslang.
2
flush wanneer een kristalloïde oplossing gebruikt wordt. Gebruik
2
Inhaltsverzeichnis
loading

Verwandte Produkte für Terumo Xcoating CAPIOX RX Serie

Inhaltsverzeichnis