Lees aandachtig alle waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en instructies vooraleer de CAPIOX RX te gebruiken.
BESCHRIJVING
De CAPIOX RX is een membraan oxygenator met microporeuze, holle polypropyleen vezels. Deze oxygenator wordt gebruikt als een
extracorporeel perfusie systeem, waarbij het bloed aan de buitenkant van de vezels stroomt en de zuurstof door de vezels.
De CAPIOX RX bestaat uit een module voor gasuitwisseling met een geïntegreerde warmtewisselaar. Er bestaat een CAPIOX RX met of
zonder Hardshell Reservoir voorzien van een geïntegreerde cardiotomie-filter, zodat een eenvoudige constructie gemakkelijk gebruik verzekert.
Er is een ultratoon alarmsysteem (Artikelnr. : ME*CE601) beschikbaar om gebruikt te worden in combinatie met de CAPIOX RX.
De RX15 oxygenator is beschikbaar met een 3000 mL of een 4000 mL Hardshell reservoir. Artikelnummers die eindigen op 40 hebben het
4000 mL Hardshell reservoir. Artikelnummers die eindigen op 30 hebben het 3000 mL Hardshell reservoir.
Het oppervlak van de oxygenator dat in contact komt met bloed is bedekt met Xcoating. Xcoating is een biocompatibel materiaal dat wordt
aangebracht op het oppervlak van de oxygenator dat met bloed in contact komt om de adhesie van bloedplaatjes te verminderen.
INDICATIE VOOR GEBRUIK
De CAPIOX RX kan gebruikt worden bij open hartchirurgie met cardiopulmonaire omleiding gedurende een periode van 6 uur.
De Capiox RX25 oxygenator is bestemd voor gebruik in procedures met een maximaal debiet van 7 L/min. De Capiox RX15 oxygenator
is bestemd voor gebruik in procedures met een maximaal debiet van 5 L/min (4 L/min voor productcodes 3CX*RX15RW30 of 3CX*RX15RE30).
Het Hardshell Reservoir kan tevens gebruikt worden bij de procedure voor drainage van veneus bloed onder vacuüm tijdens een
cardiopulmonale omleiding. Het Hardshell Reservoir kan tevens gebruikt worden bij postoperatieve thoraxdrainage en
autotransfusieprocedures om bloed aseptisch naar de patiënt terug te leiden voor verversing van het bloedvolume.
RICHTING VAN DE BLOEDUITGANGSPOORT
De oxygenator is beschikbaar in 2 configuraties voor wat betreft de bloeduitgangspoort: linkerzijde (W) en rechterzijde (E). Zie
onderstaande afbeeldingen om te bepalen welke configuratie nodig is voor uw circuit.
TYPE
Oxygenator met Hardshell Reservoir
Oriënteer de waterpoorten zuidwaarts,
zoals geïllustreerd op de afbeeldingen.
De richting die de bloeduitgangspoort
aanwijst is (W) Westen - LlNKS of (E)
Oosten - RECHTS.
Nota: De iIIustratie geeft de bovenzijde
van de oxygenator weer.
WAARSCHUWINGEN
Waarschuwingen beschrijven ernstige tegengestelde reacties en mogelijke veiligheidsproblemen, beperkingen in het gebruik die
hiervan het gevolg zijn en de stappen die dienen ondernomen te worden wanneer zij zich voordoen.
WAARSCHUWINGEN
• De CAPIOX RX25 is ontwikkeld om gebruikt te worden met een bloedflow tussen 0.5 en 7.0 L/min. De CAPIOX RX15R40 is ontwikkeld
om gebruikt te worden met een bloedflow tussen 0.5 en 5.0 L/min. Bij gebruik van een RX15R30 is het bereik tussen 0.5 en 4.0 L/min.
Gebruik nooit een hogere of lagere bloedflow.
• Gebruik geen oplosmiddelen zoals alcohol, ether, aceton, enz. Dergelijke oplosmiddelen kunnen de oxygenator beschadigen.
• BLOKKEER DE GASUITGANG NIET. Vermijd het opbouwen van extreem hoge drukken in de gasfase om vorming van gasembolies in de
bloedfase te voorkomen.
• De druk in de bloedfase moet altijd hoger zijn dan de druk in de gasfase om het ontstaan van gasembolies in de bloedfase te vermijden.
• De gasflow mag niet hoger zijn dan 15 L/min bij gebruik van een RX15 en niet hoger dan 20 L/min bij gebruik van een RX25. Een te
hoge gasflow zal de druk in de gasfase doen stijgen wat aanleiding kan geven tot het vormen van gasembolies in de bloedfase.
• Voorkom tijdens de recirculatie een pulsatiele flow en stop de bloedpomp niet te plotseling, want dit kan door inertie leiden tot de vorming
van gasembolies in de bloedfase.
• Wanneer een CAPIOX RX Oxygenator wordt gebruikt losgekoppeld van zijn Hardshell Reservoir, plaats de module dan zodanig dat het
bovenste gedeelte van de vezels zich lager bevindt dan het bloedniveau in het veneus reservoir om gasembolies in de bloedfase te
voorkomen.
• Om gasembolies in de bloedfase te voorkomen, zorg ervoor dat de flow in de arteriële pomp altijd hoger is dan deze in de cardioplegia-lijn.
De bloedflow in de cardioplegia-lijn mag nooit hoger zijn dan 1 L/min.
• De druk bij de bloedingang van de oxygenator mag niet hoger zijn dan 133 kPa (1000 mmHg). Hogere drukken kunnen lekkage of
beschadiging van de oxygenator veroorzaken.
• De druk van het water bij de ingang van de warmtewisselaar mag niet hoger zijn dan 28 PSI (2 kgf/cm
28 PSI (2 kgf/cm
) (196 kPa) kan lekkage of beschadiging van de oxygenator veroorzaken.
2
• Een nauwkeurige heparinizatie van het bloed is noodzakelijk om stolling in het systeem te voorkomen.
• Wanneer een centrifugale pomp gebruikt wordt op de arteriële bloedlijn, moet deze arteriële bloedlijn afgeklemd worden distaal t.o.v. de
oxygenator (patiëntzijde) vooraleer de pomp te stoppen. Het onjuiste afklemmen kan terugvloei van bloed of migratie van gasembolen
naar de bloedzijde veroorzaken.
Gebruiksaanwijzing
P.59––P.69
LlNKS
W
Artikelnr: 3CX*RX15R
/ 3CX*RX25R
Bloedingangspoort
Bloeduitgangspoort
(LlNKS)
Waterpoorten
W
Artikelnr: 3CX*RX15R
Bloedingangspoort
Gasuitlaat
Waterpoorten
) (196 kPa). Een druk hoger dan
2
RECHTS
E
E
/ 3CX*RX25R
Gasuitlaat
Bloeduitgangspoort
(RECHTS)
59