Herunterladen Inhalt Inhalt Diese Seite drucken

Terumo Xcoating CAPIOX RX Serie Bedienungsanleitung Seite 84

Inhaltsverzeichnis
Verfügbare Sprachen
  • DE

Verfügbare Sprachen

  • DEUTSCH, seite 42
3. Bij gebruik van RX25/RX15R40: Klem de circuitslang (1/2" (12.7 mm)) die is aangesloten op de inlaatpoort voor veneus bloed
(1/2" (12.7 mm) (10)) van het reservoir af, knip de slang door en sluit een connector (1/2" (12.7 mm)) aan op een doodlopende slang
(binnendiameter 1/2" (12.7 mm) [c]). Bij gebruik van RX15R30: Klem de circuitslang (3/8" (9.5 mm)) die is aangesloten op de inlaatpoort
voor veneus bloed (3/8" (9.5 mm) (10)) van het reservoir af, knip de slang door en sluit een connector (3/8" (9.5 mm)) aan op een
doodlopende slang (binnendiameter 3/8" (9.5 mm) [c]). Bij gebruik van een 1/4" (6.4 mm) adapter, de 1/4" (6.4 mm) adapter er eerst afhalen.
4. Sluit de thoraxdrainageslangen aan op de Y-connector (0.375 inch (9.5 mm) x 0.375 inch (9.5 mm)) met 96 inch (2438.4 mm) van de 40
Durometer-slang (0.375 inch (9.5 mm); [d]); als er slechts één thoraxslang gebruikt wordt, steekt u een doodlopende slang
(0.375 inch (9.5 mm); [e]) in een van de poorten van 0.375 inch (9.5 mm) op de Y-connector. Sluit het andere uiteinde van de Y-connector
van 0.375 inch (9.5 mm) x 0.375 inch (9.5 mm) via een slang van 96 inch aan op de verticale poort (7). Als u drie of meer thoraxslangen
gebruikt, sluit u een extra Y-connector (0.375 inch (9.5 mm) x 0.375 inch (9.5 mm)) met 96 inch (2438.4 mm) van de 40 Durometer-slang
(0.375 inch (9.5 mm); [d]) aan op een van de afzuiginlaatpoorten (6) die met een doodlopende slang zijn afgesloten.
5. Zet alle gele Luer-lockdoppen op hun plaats vast; dit zijn allemaal doppen zonder ontluchting (4, 8).
6. Koppel het bemonsteringssysteem (3) los van de achterkant van de inlaatpoort voor veneus bloed (10) en breng een Luer-lockdop
zonder ontluchting [k] aan.
7. Sluit een doodlopende slang van 0.25 inch (6.4 mm); [a] aan op de snelprimepoort (9) op het reservoir.
8. Houd het reservoir op het niveau van de uitlaatpoort van veneus bloed omhoog om het morsen van bloed te voorkomen. Klem de
circuitslang op de uitlaatpoort af, knip hem door en sluit vervolgens de adapterleidingen (0.375 inch (9.5 mm) naar
0.125 inch (3.175 mm)) voor bloedinfusie aan. Klem de adapterleiding af en laat de einddop op zijn plaats zitten totdat de voorbereidingen
voor autotransfusie worden verricht.
9. Neem de Luer-lockdop van de ongefilterde Luer-lockpoort (1) en sluit de driewegkraan aan. Bevestig de vacuümontlastklep aan de afsluiter
met behulp van het eraan bevestigde bacteriefilter [g].
10. Plaats het Hardshell Reservoir in de autotransfusiehouder (Artikelnr. : XX*XH032).
OPGELET
Houd het Hardshell Reservoir lager dan de thorax om de thoraxdrainage te vergemakkelijken
11.a. Sluit de ontluchtingspoort (5) op de bovenkant van het Hardshell Reservoir via een slang met binnendiameter van
0.25 inch (6.4 mm) [h] aan op een regelbare vacuümbron met een druk van 15 tot 20 cmH
NB: Het waarschuwingsetiket "NIET BLOKKEREN" bij de ontluchtingspoort geldt niet wanneer het systeem voor postoperatieve
thoraxdrainage of autotransfusie gebruikt wordt.
11.b. Bij thoraxdrainage wordt het gebruik van een watermanometer [i] ten zeerste aanbevolen. Bij gebruik van een watermanometer sluit u
het ene uiteinde van een slang met binnendiameter van 0.25 inch (6.4 mm) [j] aan op de ontluchtingspoort en sluit u het andere uiteinde
aan op de watermanometer.
WAARSCHUWING
Om bloedletsel tot een minimum te beperken, moet de onderdruk zo geregeld worden dat hij onder
100–150 mmHg (136–204 cmH
12. Noteer het tijdstip waarop de drainage naar het reservoir begint.
WAARSCHUWING
Voortzetting van autotransfusie tot meer dan 18 uur na de operatie wordt afgeraden.
13. Blijf de drainage en de verstreken tijd bewaken. Bepaal hoeveel vloeistof er per uur wordt afgevoerd.
WAARSCHUWING
Herinfusie van opgevangen bloed/vloeistof moet elk uur geschieden tenzij er minder dan 50 mL per
uur wordt verzameld.
14. Nadat er 50 mL bloed is opgevangen, neemt u de einddop van de adapterleiding voor bloedinfusie en sluit u de bloedinfusieadapter
aan op een toestel/pomp voor infusie.
NB: Het verdient aanbeveling de infusiepomp voor alle herinfusieprocedures te gebruiken met een luchtdetectiesensor.
15. Neem de klem van de bloedinfusieleiding en begin met autotransfusie.
WAARSCHUWING
• Om het risico van luchtembolie te verminderen, moet u alle lucht geheel uit de infusieleiding verwijderen
voordat u met autotransfusie begint.
• Om bloedletsel tot een minimum te beperken, mag de druk voor herinfusie van bloed niet meer dan
100–150 mmHg (136–204 cmH
• De arts is verantwoordelijk voor het bepalen van de optimale duur, snelheid en hoeveelheid voor
autotransfusie naar de patiënt.
• De clinicus moet zich bewust zijn van de mogelijke complicaties, zoals luchtembolie, die samenhangen met
gebruik van de infuusset en infuuspomp. Lees de gebruikershandleiding, van de fabrikant, bij de infuusset en
infuuspomp.
VENEUZE DRAINAGE ONDER VACUÜM
VOOROPGESTELD GEBRUIK
Het RX Hardshell Reservoir is ook bedoeld voor gebruik bij veneuze drainageprocedures onder vacuüm. Door een gecontroleerd vacuüm
op het hardshellreservoir te gebruiken, verbetert de veneuze drainage tijdens kleinere heelkundige ingrepen of gewone bypassoperaties.
WAARSCHUWINGEN
• Bij het toedienen van medicatie in het hardshellreservoir mag u niet vergeten dat de negatieve druk in deze leiding meer medicatie kan
aanzuigen dan voorzien.
• Zorg steeds voor een ontluchtingsreservoir als het vacuüm niet wordt toegepast. Door de klemmen van de vacuümontlastleiding te halen,
wordt er gelucht.
• Vermijd verstopping of occlusie van de vacuümleiding om te voorkomen dat de lucht terug naar de patiënt wordt geleid. Er kan mogelijk
een blokkering in het drainagecircuit voor veneus bloed ontstaan door een knik in of klem op de vacuümleiding, een overvolle vochtopvanger
of ophoping van condens in het gasfilter.
• Het gasfilter moet boven de vochtopvanger worden geplaatst.
• Overschrijd de -20 kPa (-150 mmHg) niet bij het gebruik van een vacuümbron bij veneuze drainage onder vacuüm, om hemolyse te
voorkomen.
• Open eender welke poort op de bovenzijde van het reservoir om negatieve druk te compenseren vooraleer de pomp te stoppen. Anders
zou bloed hevig van de patiënt kunnen wegvloeien.
• Als de pomp wordt gestopt of als het bloedstroombereik laag is tijdens VAVD (veneuze drainage onder vacuüm), moeten alle A-V
shuntleidingen (bijv. monsterleiding, aftapleiding, enz.) gesloten worden om te voorkomen dat langs de bloedzijde van de oxygenator
vanuit de vezels lucht wordt aangezogen en dat de bloedstroom wordt omgekeerd naar het reservoir van de arteriële zijde van de patiënt.
• De rolpomp moet correct worden afgesloten, omdat bij de toepassing van VAVD eerder vanuit de vezels lucht zal worden getrokken
naar de bloedzijde van de oxygenator.
• Tijdens VAVD moet een arteriële filter worden gebruikt.
68
OF
O) blijft.
2
O) bedragen.
2
O (11–15 mmHg).
2
Inhaltsverzeichnis
loading

Verwandte Produkte für Terumo Xcoating CAPIOX RX Serie

Inhaltsverzeichnis