RDV-03 DVD-Speler
1. Druk op de toets AUDIO van de afstands-
bediening. Een pop-up-menu verschijnt op
uw beeldscherm met aangegeven welk
geluidsspoor actief is, zijn beschrijving en
hoeveel verschillende sporen beschikbaar
zijn.
���
�������
2. Druk op de navigatietoetsen
haaldelijk op de toets AUDIO van de af-
standsbediening om door de beschikbare
taalopties heen te gaan en de gewenste
taal te kiezen.
3. Druk op de toets ENT om dit pop-up-
menu weer te sluiten. Maakt u binnen
enkele seconden geen keuze terwijl het
pop-up-menu geopend is, dan verdwijnt
dit menu vanzelf.
: Op een SVCD-schijfje heeft
EXTRA OPMERKING
u de volgende opties: Stereo 1, Stereo 2, Left
(links) 1, Right (rechts) 1, Left 2 en Right 2.
Op een video-cd-schijfje heeft u de moge-
lijkheden: Stereo, Left en Right.
Kiezen vanaf de statusbalk:
U kunt ook de geluidssporen kiezen vanaf de
statusbalk. Druk tweemaal op de toets ON
SCREEN om de statusbalk op te roepen. De
balken kunnen bij dvd-schijfjes en SVCD-
schijfjes iets verschillen. Vervolgens gebruikt
u de navigatietoetsen
het veld AUDIO aan te lichten.
Druk vervolgens op de toets ENT om het pop-
up-menu van de geluidssporen op te roepen.
Volg nu vanaf punt 2 de bovenstaande in-
structies om het gewenste geluidsspoor in
te stellen.
Het instellen van de
beeldverfijningen (VFP)
Met de VFP-functie kunt u uit één van de vol-
gende beeldweergavewijzen kiezen: Nor-
mal, Cinema, User (gebruikersvoorkeur) 1 en
User 2. Iedere weergavewijze heeft meerdere
beeldinstellingsmogelijkheden:
• DNR: Dynamische vervormingsonder-
drukking, deze vermindert vervorming
langs scherpe randen bij digitaal gecom-
of her-
primeerde videoprogramma's. Deze optie
kan uit (0) en aan (+1) gezet worden.
• DIGIPURE: Verbetert de levendigheid
en doorzichtigheid van digitale beelden.
Deze optie kan ingesteld worden van 0
(uit) tot +3 (maximaal).
• GAMMA: Het instellen van de helder-
heid van de middentoonkleuren zonder
de heldere en donkere delen aan te tas-
ten. Deze optie kan ingesteld worden van
–4 (donker) tot +4 (helder).
• BRIGHTNESS: Met deze instelmogelijk-
heid regelt u het zwartniveau, de donker-
heidsgraad van de zwarten. Deze optie
kan ingesteld worden van –16 (donker)
tot +16 (helder).
• CONTRAST: Met deze instelmogelijkheid
regelt u het witniveau, de helderheids-
graad van wit en bijna wit. Deze optie
kan ingesteld worden van –16 (donker)
tot +16 (helder).
om met de pijl
• SATURATION: Met deze instelmogelijk-
heid regelt u de kleurverzadiging. Deze
optie kan ingesteld worden van –16 (flet-
se kleuren) tot +16 (zeer levendige kleu-
ren).
• TINT: Met deze instelmogelijkheid regelt
u de kleurbalans. Deze optie kan inge-
steld worden van –16 (donker) tot +16.
• SHARPNESS: Met deze instelmogelijk-
heid kunt u de scherpte van het plaatje
verbeteren, echter ten koste van de kwa-
liteit van het beeld (ruis wordt zichtbaar).
Deze optie kan ingesteld worden van 0
(uit) tot +3 (maximaal).
Stel in op "NORMAL" voor het algemeen
tv-kijken. Stel in op "CINEMA" bij het bekij-
ken van een film. Stel in op USER 1 of 2 als
u eigen instellingen in het geheugen wilt op-
slaan en gebruiken.
78
Het kiezen van de beeldweergave-
wijze:
1. Druk op de toets "VFP" van de afstands-
bediening om de actuele instellingen op
uw beeldscherm te krijgen.
2. Druk herhaaldelijk op de navigatietoetsen
om de gewenste beeldweergave-
wijze te kiezen: "NORMAL", "CINEMA",
"USER 1" of "USER 2".
3. Druk op de toets "VFP" om dit menu weer
te sluiten anders verdwijnt het binnen tien
seconden vanzelf.
Het maken van de beeldinstellin-
gen
1. Herhaal de eerder genoemde stappen en
kies naar gelang voor "USER 1" of "USER
2"
2. Gebruik de navigatietoetsen
gewenste optie te kiezen. Druk vervolgens
op ENT. Er verschijnt nu een pop-up-menu
van de gewenste parameter.
3. Stel nu met de navigatietoetsen
geselecteerde parameter in. De gemaak-
te keuze wordt meteen in het geheugen
geplaatst.
4. Druk op de toets "VFP" om dit menu weer
te sluiten anders verdwijnt het binnen tien
seconden vanzelf.
om de
de