Harnasgordel
modelnummers
Omschrijving
RH2-Onderdeelnr:
Tweepuntse valdempingsharnasgordel
68002-00
met snel ontgrendelende gespen,
schouderbanden van instelbare lengte,
beenbanden van instelbare lengte
NL
(zie Afb. 17, pagina 52).
RH3-Onderdeelnr:
Vierpuntse valdempingsharnasgordel
68003-00
met snel ontgrendelende gespen,
schouderbanden van instelbare lengte,
beenbanden van instelbare lengte,
gordelband van instelbare lengte met
werkpositionerings bevestigingspunten.
Beperkingen
De MSA PRD mag niet worden gebruikt buiten de beperkingen om, of voor een ander doel dan
waarvoor het is ontworpen. Alle inspecties dienen te worden uitgevoerd door een competente
persoon. De uitrusting niet proberen te wijzigen of repareren. Het is van kritiek belang voor uw
veiligheid dat deze instructies worden opgevolgd en dat de apparatuur niet verkeerd wordt gebruikt.
Harnasgordels dienen te worden vervangen door technici volgens instructies van MSA.
•
Totaalgewicht gebruiker (inclusief gereedschap) min. 59 kg max. 140 kg.
•
De MSA PRD is voor slechts één gebruiker bestemd, en alleen voor reddingsdoeleinden.
•
Bedrijfstemperatuur -20°C tot +60°C.
•
Uitgebreide bedrijfstemperatuur -40°C tot + 60°C Als de unit wordt gebruikt bij -40°C tot -20° C,
moet de unit droog zijn voordat hij wordt gebruikt.
• De afdalingssnelheid ligt tussen de 0,5 - 2 m per seconde.
•
Na een eenmalige afdaling wordt het afdaalapparaat uit dienst genomen, de details worden
opgenomen in het periodieke inspectielogboek en aan MSA doorgegeven.
•
Als er een val plaatsvindt en de valdempingsharnasgordel is aan valbelasting blootgesteld
geweest, dan moet hij uit dienst worden genomen, de gegevens moeten worden opgetekend in
het periodieke inspectielog en aan MSA worden doorgegeven.
•
De levensduur van het product kan worden beïnvloed door omstandigheden in de omgeving.
46
Materialen
Polyester band
met aluminium
koppelingen met
poedercoating en
stalen D-borstring.
Polyester band
met aluminium
koppelingen met
poedercoating, stalen
D-borstring en
stalen D-zijringen.
Controles en vereisten vóór gebruik
Risicobeoordeling en planning van de redding
De MSA PRD maakt deel uit van een valbeveiligingssysteem en het
wordt daarom aanbevolen dat er voorafgaand aan het uitvoeren van
werk op hoogte en op gezette tijden tijdens het uitvoeren van het
werk een risicobeoordeling wordt uitgevoerd. De risicobeoordeling
moet onder andere rekening houden met de volgende aspecten:
afdaalhoogte, afdaalroute, geschiktheid van landingsplaatsen,
onbeschermde randen en redding.
Naast de risicobeoordeling moet er ook een reddingsplan worden opgesteld
voor een eventuele noodsituatie, en u dient geheel bekend te zijn met de
reddingsprocedure voordat u het werk op hoogte gaat uitvoeren. Dit omvat
een reddingsplan en de beschikbare middelen om het uit te voeren bij
gebruik van de apparatuur.
De MSA PRD is voornamelijk als zelfreddingssysteem bedoeld en helpt
bij het plannen van een redding. Als de gebruiker echter niet in staat is
om de zelfredding te starten, is er een secundair ontgrendelingssysteem
bij de rechterschouder aangebracht. Dit bestaat uit een rode en zwarte
met rubber bedekte lus (zie afb. 3a) waaraan een reddingswerker
(handmatig) kan trekken met behulp van de MSA PRD reddingsstok (zie
afb. 3b) of andere middelen, om de afdaling te activeren. Voor dit doel
is een telescopische reddingsstok leverbaar (MSA onderdeelnummer
68099-00). Secundaire ontgrendeling door een reddingswerker moet
deel uitmaken van de risicobeoordeling. Indien van toepassing moeten de geselecteerde apparatuur
en de reddingsplannen voldoen aan de eisen van ANSI Z359.1-2007.
Ankersterkte
EN
De verankeringsconstructie moet een minimumbelasting van 12 kN kunnen
weerstaan. Raadpleeg EN 795:2012 of CEN/TS 16415:2013.
ANSI
De verankeringsconstructie moet een gecertificeerde minimumbelasting van 16 kN
kunnen weerstaan, of 22,2 kN indien niet gecertificeerd. Raadpleeg ANSI Z359.14-
2012 CLASS B.
CSA
De verankeringsconstructie moet een minimumbelasting van 22,2 kN kunnen
weerstaan. Raadpleeg CSA Z259.15
Opmerking: indien meer dan één persoonlijk valbeveiligingssysteem wordt verbonden met
dezelfde ondersteunende constructie moet de eerdere treksterkte worden vermenigvuldigd met
het aantal persoonlijke valbeschermingssystemen dat aan de draagconstructie wordt bevestigd.
Vanglijn
EN
EN 358
ANSI
ANSI Z359.1 or ANSI Z359.13
CSA
CSA Z259.2.2, CSA Z259.11
Gebruik altijd een schokabsorberende vanglijn of valstopper die voldoet aan de geldende normen
in het land van gebruik. In sommige harnasvarianten zijn bevestigingspunten aan de zijkant
opgenomen. Gebruik deze bevestigingen uitsluitend voor een geschikt werkpositioneringslijn.
Afb. 3a
NL
Afb. 3a
47