Herunterladen Inhalt Inhalt Diese Seite drucken

Masimo RD SET-Serie Gebrauchsanweisung Seite 29

Disposable sensors spo2
Inhaltsverzeichnis
Verfügbare Sprachen
  • DE

Verfügbare Sprachen

  • DEUTSCH, seite 12
• Let op: vervang de sensor als er een bericht Sensor vervangen wordt weergegeven of wanneer een bericht Lage SIQ continu wordt
weergegeven nadat u de stappen voor het oplossen van problemen met lage SIQ hebt doorlopen, die worden beschreven in de
gebruiksaanwijzing van het bewakingsapparaat.
• Opmerking: de sensor is voorzien van X-Cal®-technologie om het risico van onnauwkeurige afleeswaarden en onverwachtse onderbreking
van de bewaking van de patiënt te beperken. De sensor bewaakt de patiënt tot 168 uur, of tot 336 uur voor sensoren met vervangbare tape.
Na gebruik bij één patiënt, moet u de sensor weggooien.
INSTRUCTIES
A) De plaats kiezen
• Kies altijd een goed doorbloede plaats die het detectorvenster van de sensor geheel bedekt.
• De plaats moet gereinigd en droog zijn voordat de sensor wordt geplaatst.
RD SET Adt: sensor voor volwassenen
>30 kg De voorkeurslocatie is de middelvinger of ringvinger van de niet-dominante hand.
RD SET Pdt: sensor voor kinderen
10-50 kg De voorkeurslocatie is de middelvinger of ringvinger van de niet-dominante hand.
RD SET Inf: sensor voor baby's
3-10 kg De voorkeurslocatie is de grote teen. Als alternatief kan de teen naast de grote teen of de duim worden gebruikt.
10-20 kg De voorkeurslocatie is de middelvinger of ringvinger van de niet-dominante hand.
RD SET Neo: sensor voor pasgeborenen en volwassenen
<3 kg De voorkeurslocatie is de grote teen. Als alternatief kan de palm of de rug van de hand worden gebruikt.
>40 kg De voorkeurslocatie is de middelvinger of ringvinger van de niet-dominante hand.
RD SET NeoPt/NeoPt-500: sensoren voor vroeggeborenen
<1 kg De voorkeurslocatie is de grote teen. Als alternatief kan de palm of de rug van de hand worden gebruikt.
B) De sensor aanbrengen op de patiënt
1. Open de verpakking en verwijder de sensor. Verwijder de strip van de sensor, indien aanwezig.
Adt-sensor voor VOLWASSENEN (>30 kg) en Pdt-sensor voor KINDEREN (10-50 kg)
2. Zie afbeelding 1a. Richt de sensor zodanig dat de detector als eerste kan worden aangebracht. Plaats de vingertop zodanig op de stippellijn
dat het vlezige deel van de vinger de omtrek van de vinger en het detectorvenster bedekt.
3. Zie afbeelding 1b. Druk de zelfklevende vleugels één voor één op de vinger. Er worden alleen nauwkeurige gegevens verkregen als het
detectorvenster volledig is bedekt.
4. Zie afbeelding 1c. Vouw de sensor zodanig over de vinger dat het stralervenster (
één voor één rond de vinger.
5. Zie afbeelding 1d. Wanneer de straler en de detector correct zijn aangebracht, zijn ze verticaal uitgelijnd (de zwarte strepen moeten zich
op één lijn bevinden). Verplaats eventueel de straler of de detector.
Inf-sensor voor KINDEREN (3-10 kg)
2. Zie afbeelding 2a. Breng de sensorkabel zo aan dat deze langs de bovenkant van de voet loopt. Breng de detector aan op het vlezige
gedeelte van de grote teen. Als alternatief kan de teen naast de grote teen of de duim worden gebruikt (niet afgebeeld).
3. Zie afbeelding 2b. Plak de kleefstrook zodanig rond de grote teen dat de straler zich op het nagelbed van de teen bevindt. Er worden alleen
nauwkeurige gegevens verkregen als het detectorvenster volledig is bedekt.
4. Zie afbeelding 2c. Zorg ervoor dat het stralervenster (
correct is geplaatst en verplaats deze eventueel.
Neo-sensor voor PASGEBORENEN (<3 kg) en NeoPt/NeoPt-500-sensor voor VROEGGEBORENEN (<1 kg)
2. Zie afbeelding 3a. Bij gevoelige huidtypen kan de kleefkracht worden verminderd of opgeheven door de kleefvlakken vochtig te maken
met een wattenstaafje of met gaas.
3. Zie afbeelding 3b. Leg de sensorkabel in de richting van de enkel (of de pols). Plaats de sensor rond het laterale gedeelte van de voet (of
hand) en lijn het geheel uit met de vierde teen (of vinger). Er worden alleen nauwkeurige gegevens verkregen als het detectorvenster
volledig is bedekt.
4. Zie afbeelding 3c. Wikkel de kleefstrook/schuimwrap rond het laterale deel van de voet (of hand) en controleer of het stralervenster (
zich recht tegenover de detector bevindt. Zorg ervoor dat de detector goed uitgelijnd blijft met het zendervenster tijdens het vastmaken
van de kleefstrook/schuimwrap om de sensor vast te zetten.
5. Zie afbeelding 3d. Controleer of de sensor correct is geplaatst en verplaats deze eventueel.
Neo-sensor voor VOLWASSENEN (>40 kg) en Inf-sensor voor KINDEREN (10-20 kg)
2. Zie afbeelding 4a. Breng de sensorkabel zo aan dat deze langs de bovenkant van de hand loopt. Plaats de detector op het vlezige gedeelte
van de vinger. De sensor kan eventueel ook op de teen worden aangebracht (niet afgebeeld).
3. Zie afbeelding 4b. Wikkel de kleefstrook rond de vinger zodat het zendervenster (
Er worden alleen nauwkeurige gegevens verkregen als het detectorvenster volledig is bedekt.
4. Zie afbeelding 4c. Controleer de sensor om er zeker van te zijn dat deze correct is geplaatst en plaats de sensor indien nodig opnieuw.
C) De sensor op de patiëntenkabel aansluiten
1. Zie afbeelding 5a. Richt het connectorlipje zodanig dat de kant met de "glimmende" contactpunten naar boven is gericht. Richt de
patiëntenkabel zodanig dat de kleurenbalk en de vingergrepen naar boven zijn gericht.
2. Zie afbeelding 5b. Steek het sensorlipje in de patiëntenkabel, totdat u kunt horen of voelen dat de verbinding is gemaakt. Trek voorzichtig
aan de connectors om de verbinding te controleren. Er kan tape worden gebruikt om de kabel aan de patiënt vast te zetten, wat de
bewegingsvrijheid ten goede komt.
D) Opnieuw aansluiten
• U kunt de sensor nogmaals bij dezelfde patiënt aanbrengen als het straler- en detectorvenster schoon zijn en de kleeflaag nog op de huid
blijft plakken.
• Als de kleeflaag niet meer op de huid blijft plakken, moet u een nieuwe sensor gebruiken.
OPMERKING: koppel de sensor eerst los van de patiëntenkabel alvorens de toepassingslocatie te veranderen of de sensor opnieuw aan
te brengen.
E) De sensor van de patiëntenkabel loskoppelen
1. Zie afbeelding 6. Trek flink aan de sensorconnector om deze uit de patiëntenkabel te verwijderen.
OPMERKING: om beschadiging te voorkomen, moet u aan de sensorconnector trekken en niet aan de kabel.
) is uitgelijnd met de top van de teen tegenover de detector. Controleer of de sensor
29
) zich op de vingernagel bevindt. Wikkel de vleugels
) is uitgelijnd met de vingertop tegenover de detector.
)
10131B-eIFU-0219
Inhaltsverzeichnis
loading

Inhaltsverzeichnis