Herunterladen Inhalt Inhalt Diese Seite drucken

Grundfos SP 1A Montage- Und Betriebsanleitung Seite 324

Vorschau ausblenden Andere Handbücher für SP 1A:
Inhaltsverzeichnis

Werbung

Verfügbare Sprachen
  • DE

Verfügbare Sprachen

  • DEUTSCH, seite 68
1. Voedingsspanning
Meet de spanning tussen de fasen met be-
hulp van een voltmeter.
Meet bij eenfasemotoren tussen de fase en
neutraal of tussen twee fasen, afhankelijk van
het type voeding. Sluit de voltmeter aan op de
klemmen in het motorbeveiligingsrelais.
1
2
3
2. Stroomverbruik
Meet de versterkers van elke fase terwijl de
pomp werkt bij een constante opvoerhoogte
(indien mogelijk, bij de capaciteit waarbij de
motor het zwaarst wordt belast). Voor maxi-
male bedrijfsstroom, zie typeplaatje.
Punt 3 en 4: Doormeten is niet nodig als voedingsspanning en stroomverbruik normaal zijn.
3. Weerstand van de
wikkelingen
Koppel de onderwaterkabel los van de motor-
beveiliging. Meet de weerstand van de wikke-
lingen tussen de geleiders van de onderwa-
terkabel.
4. Isolatieweerstand
Koppel de onderwaterkabel los van de motor-
beveiliging. Meet de isolatieweerstand tussen
elke fase en aarde (frame). Zorg dat de aard-
verbinding zorgvuldig gemaakt is.
Gerelateerde informatie
6. Elektrische aansluiting
324
De spanning moet, wanneer de motor belast is, binnen het bereik lig-
gen dat wordt gespecificeerd in paragraaf Elektrische aansluiting.
De motor kan doorbranden als er grotere variaties in de spanning zijn.
Grote variaties in de spanning wijzen op een slechte voedingsspan-
ning en de pomp moet worden uitgeschakeld tot het defect is opge-
lost.
Bij driefasenmotoren mag het verschil tussen de stroomsterkte in de
fase met het hoogste verbruik en de stroomsterkte in de fase met het
laagste verbruik niet meer dan 5% bedragen. Is dat wel het geval, of
is de stroomsterkte groter dan de nominale stroom, dan kan dit aan
de volgende oorzaken liggen:
De contacten van de motorbeveiliging zijn doorgebrand. Vervang
de contacten of de schakelkast voor eenfasebedrijf.
Slechte aansluiting in geleiders, mogelijk in de kabelverbinding.
Zie punt 3.
Te hoge of te lage voedingsspanning. Zie punt 1.
De motorwikkelingen maken kortsluiting of zijn gedeeltelijk van
elkaar geraakt. Zie punt 3.
Een beschadigde pomp veroorzaakt overbelasting van de motor.
De pomp moet worden nagekeken.
De weerstandswaarde van de motorwikkelingen wijkt te veel af
(driefasen). Plaats de fasen in fasevolgorde voor een uniformere
belasting. Zie punt 3 als dit niet helpt.
Voor driefasenmotoren mag de afwijking tussen de hoogste en de
laagste waarde niet meer dan 10% bedragen. Haal de pomp uit het
boorgat als de afwijking groter is. Meet de motor, motorkabel en on-
derwaterkabel apart door, en herstel/vervang defecte onderdelen.
NB: Bij éénfase-driedraads-motoren zal de bedrijfswikkeling de laag-
ste weerstand aangeven.
Als de isolatieweerstand lager is dan 0,5 MΩ, moet de pomp worden
uitgetrokken voor reparatie van motor of kabel.
Het is mogelijk dat de lokale regelgeving andere waarden voor de iso-
latieweerstand voorschrijft.

Werbung

Inhaltsverzeichnis
loading

Inhaltsverzeichnis