Herunterladen Inhalt Inhalt Diese Seite drucken

Überprüfen Der Reichweite Des Fernsteuersenders - Reely Rex-X Promo Rtr Bedienungsanleitung

4wd buggy 1:8
Inhaltsverzeichnis
5
T
UNING
6
W
5.2
W
ARTUNG
IELVLUCHT INSTELLEN
De wielvlucht kenmerkt de hoek van de wielen t.o.v. de verticale as.
Negatieve wielvlucht (de bovenkanten van de wielen wijzen naar binnen) aan de voorwielen
verhoogt de dwarsstabiliteit van de wielen in bochten, de besturing reageert directer, de
stuurkrachten worden kleiner. Tegelijkertijd wordt het wiel in de asrichting op de fusee gedrukt.
Negatieve wielvlucht
Daarmee wordt de axiale lagerspeling uitgeschakeld, het rijgedrag wordt rustiger.
Negatieve wielvlucht aan de achterwielen vermindert de neiging van de achterkant van het voertuig
om in bochten te oversturen. De instelling van een negatieve wielvlucht verhoogt de slijtage aan de
�������������
binnenkanten van de wielen. Dit effect kan echter gecompenseerd worden door de instelling van een
toespoor.
Positieve wielvlucht
Het wijzigen van de wielvlucht in een positieve richting naar een positieve wielvlucht (de bovenkan-
ten van de wielen wijzen naar buiten) vermindert de dwarsstabiliteit van de banden.
���������������
Instellen van de wielvlucht aan de voor- en achterwielen
De wielvlucht kan door het verzetten van de bovenste wieldraag-
armen in telkens twee (vooraan) of telkens vijf bevestigingspun-
ten (achterste wieldraagarmen) aan de demperbruggen aange-
���������������
past worden.
Er zijn daarenboven telkens rechtse en linkse draadstangen met
sleutelvlak (5 mm) in de bovenste wieldraagarmen voor de fijne
afstelling van de wielvlucht.
Fijne afstelling van de wielvlucht aan de voor- en
achterwielen
-
Draai de spanschroef van de bovenste wieldraagarm
met de klok mee:
De bovenkant van het wiel wordt naar binnen getrokken in de
richting van "negatieve wielvlucht".
-
Draai de spanschroef van de bovenste wieldraagarm
tegen de klok in:
De bovenkant van het wiel wordt naar buiten gedrukt in de richting van "positieve wielvlucht".
Let op een evenwichtige instelling van de dwarsstabiliteit van de voor- en achteras omdat verschillen een
over- of onderstuurd rijgedrag tot gevolg kunnen
hebben.
5.3
D
EMPING INSTELLEN
De vier veerelementen van de vierwielvering van het chassis bestaan telkens uit een schroefveer waarin zich in het
centrum een hydraulische schokdemper bevindt. De vier hydraulische schokdempers zijn aan de onderste wieldraagarmen
en aan de "demperbrug" op de differentieelhuizen bevestigd.
De schroefveren steunen boven tegen een afstandsring op de buitenstang van de schokdemper en op een schotel aan het
onderste einde van de zuigerstang.
De voorspanning van de veren kan via afstandsringen met verschillende hoogtes hoger of lager gezet worden. Door de
combinatie van meerdere afstandsringen kan de voorspanning op fijne wijze ingesteld worden in overeenstemming met de
ondergrond en de rijstijl.
Met de instelling van de demping wordt niet alleen de capaciteit van het modelvoertuig beïnvloed om bodemoneffenheden
op te vangen, maar wordt ook het bochtgedrag beïnvloed.
Dat noemen we „overstuurd" en „onderstuurd" rijgedrag.
Explosietekening
118
achter
Sleutelvlak
Gebruiksaanwijzing 4WD Buggy Chassis Bestel No. 23 30 00
3
V
ORBEREITUNGEN
- Öffnen Sie die Empfänger-Box
- Verbinden Sie die beiden roten
und nehmen sie den Empfänger
Stecker sorgfältig.
vorsichtig heraus.
- Legen Sie den Batteriehalter mit
- Wickeln Sie die Antennenlitze
den Kabeln und dem Stecker wie-
ab und führen sie sie durch die
der in die Batterie-Box ein.
Öffnung im Deckel der Empfänger-
- Schließen Sie die Batterie-Box,
Box nach außen.
ohne die Kabel einzuklemmen.
- Stecken Sie das untere Ende des
- Schalten Sie den Sender ein.
Antennenführungsrohres in die
Die grüne LED sollte hell leuchten.
Aussparung auf der Empfänger-
Box.
Sollte die LED nicht leuchten, über-
- Sichern Sie die Antennenlitze oben
prüfen Sie die Batterien / Akkus
am Führungsrohr, durch Umwickeln
und ersetzen Sie sie, falls nötig.
mit Klebeband oder mit einer
Gummikappe.
Antenne nicht kürzen!
3.6
Ü
R
BERPRÜFEN DER
EICHWEITE DES
Damit Sie nicht die Kontrolle über das Modell verlieren, sollten Sie vor jedem ersten Start oder nach einem Crash die
Funktion und Reichweite der RC-Anlage überprüfen.
Für den Reichweitentest genügt es, die Funktion des Lenkservos zu testen.
Stützen Sie das Modell an der Vorderachse so ab, dass die Räder frei in der Luft hängen.
-
Ziehen Sie die Senderantenne ganz heraus und schalten Sie den Sender, dann den Empfänger ein.
-
Entfernen Sie sich etwa 50 m von dem Modell (Motor läuft nicht).
-
Stellen Sie den rechten Fernsteuerhebel und den entsprechenden Trim-Hebel in Neutralstellung
-
Bewegen Sie das Steuerrad(Kanal 1) nach rechts.
Die Räder müssen jetzt nach rechts einschlagen!
-
Bewegen Sie jetzt das Steuerrad nach links.
Die Räder müssen jetzt nach links einschlagen!
-
Lassen Sie den Fernsteuerhebel los;
die Räder müssen jetzt in die Geradeausstellung zurückdrehen.
Fahren Sie das Modell niemals mit fehlerhaft arbeitender Fernsteuerung!
Im günstigsten Fall erleidet "nur" das Modell einen Schaden.
Wenn die Fernsteuerung nicht einwandfrei funktioniert, prüfen Sie als erstes den Ladezustand der Sender- und
Empfängerakkus und vergewissern Sie sich, dass niemand anderes auf Ihrer Frequenz sendet.
Sollte das Problem weiterhin bestehen, gehen Sie nach der Fehlersuchtabelle vor.
© REELY 09/06
- Führen Sie die Empfängerantenne
in das Antennenführungsrohr
- und am anderen Ende wieder
heraus.
- Schalten Sie den Empfänger mit
dem Schalter auf dem Chassis
ein.
Die Servos sollen jetzt in
Neutralstellung fahren.
Schalten Sie immer erst den
Sender, dann den Empfänger EIN.
Schalten Sie erst den Empfänger,
dann den Sender AUS.
F
ERNSTEUERSENDERS
15

Kapitel

Inhaltsverzeichnis
loading

Inhaltsverzeichnis