Herunterladen Inhalt Inhalt Diese Seite drucken

3M ROLLGLISS R350 Gebrauchsanleitung Seite 315

Rettungs- und fluchtgerät
Inhaltsverzeichnis
Verfügbare Sprachen
  • DE

Verfügbare Sprachen

  • DEUTSCH, seite 73
3.0
INSTALLATIE
3.1
PLANNING: Plan uw valbeveiligingssysteem voor u begint met werken. Houd rekening met alle factoren die uw veiligheid
voor, tijdens en na een val kunnen beïnvloeden. Houd rekening met alle eisen en beperkingen zoals gedefinieerd in deze
instructies.
A.
SCHERPE RANDEN: Vermijd werken op plaatsen waar systeemcomponenten in contact kunnen komen met of
schuren tegen onbeschermde scherpe randen en schurende oppervlakken. Alle scherpe randen en schurende
oppervlakken moeten worden afgedekt met beschermend materiaal.
3.2
VOORBEREIDINGEN VOOR INSTALLATIE: Sommige procedures moeten mogelijk worden voltooid voordat het product
klaar is om te worden geïnstalleerd.
A.
MONTAGE VAN HET REDDINGSAPPARAAT: Het kan zijn dat aanvullende montagehandelingen nodig zijn voor
gebruik. Zie afbeelding 5A ter referentie. De montage te voltooien:
;
De reddingslijn moet voor levering door de hoofdkatrol in de behuizing worden geleid. De gebruiker zou de
reddingslijn alleen door de extra katrollen hoeven leiden. Verwijder de reddingslijn nooit uit de behuizing.
1.
Leid de reddingslijn door de bovenste module. Voltooi een lus van de reddingslijn over elke katrol in de
bovenste module. De reddingslijnverbinding moet na montage naar beneden worden gericht, in de richting van
de onderste katrol.
;
Bij productmodellen die geen katrol in de bovenste module hebben, moet deze stap worden overgeslagen.
Bevestig de bovenste module aan de behuizing en bevestig vervolgens de reddingslijnverbinding (D) aan het
verankeringsoog (E).
2.
Bevestig de bovenste module aan de behuizing.
a.
Druk op beide knoppen van de borgpen (A) om deze los te maken en schuif deze vervolgens naar de open
positie.
b.
Plaats de bovenste module. Plaats de module op de vaste pen (B) en plaats deze vervolgens in de behuizing
zodat de borgpen in het tegenoverliggende kuiltje valt.
c.
Laat de borgpen los om deze tegen de bovenste module vast te zetten. Controleer of de bovenste module
goed vastzit en binnen de behuizing blijft wanneer deze wordt verschoven.
3.
Zet de onderste katrol vast. Plaats de onderste katrol op de reddingslijn en draai vervolgens de voorplaten
van de katroleenheid om de verbindingsogen met elkaar uit te lijnen. Zet de katroleenheid vast door de
verbinding (C) te bevestigen via de twee verbindingsogen aan de onderkant. Als uw katrol ook verbindingsogen
heeft, maakt u de levenslijnverbinding (D) tevens vast via die bovenste verbindingsogen.
;
Bij productmodellen met twee katrollen aan de onderkant moet u ervoor zorgen dat elke katrol één lus van
de reddingslijn ontvangt.
E
C
B.
DE REMHENDEL VOORBEREIDEN: De remhendel moet worden voorbereid voor gebruik met het systeem voordat
deze kan worden gebruikt. Zie afbeelding 5B ter referentie.
1.
Verbinden met een verankeringspunt. Bevestig een verbindingssubsysteem (A) of een ander
belemmeringsmiddel tussen de remhendel en een verankeringspunt (B). De remhendel moet via het
verbindingsoog (C) aan een verbinding worden bevestigd.
;
Als alternatief kan het verbindingssubsysteem worden gebruikt om de remhendel te bevestigen aan een
goedgekeurd harnasbevestigingselement.
2.
Bevestig de remhendel aan de reddingslijn. Open de remhendel door de vergrendelingsschakelaar (D) en de
remhefboom (E) tegelijkertijd omlaag te trekken. Houd de remhefboom vast om de remhendel open te houden en
steek vervolgens de reddingslijn (F) door de open opening van de remhendel. Laat de remhefboom los zodra de
reddingslijn is ingestoken en zet de vergrendelingsschakelaar terug in de vergrendelde stand om deze vast te zetten.
;
De remhendel moet tijdens gebruik aan de reddingslijn van het product worden bevestigd.
Afbeelding 5A - Montage van het reddingsapparaat
D
D
C
A
D
C
315
B
Inhaltsverzeichnis
loading

Inhaltsverzeichnis