Herunterladen Inhalt Inhalt Diese Seite drucken

3M ROLLGLISS R350 Gebrauchsanleitung Seite 313

Rettungs- und fluchtgerät
Inhaltsverzeichnis
Verfügbare Sprachen
  • DE

Verfügbare Sprachen

  • DEUTSCH, seite 73
1.0
TOEPASSING VAN HET PRODUCT
1.1
DOEL: Reddingsapparaten zijn ontworpen voor gebruik als onderdeel van een reddingssysteem. In een reddingssituatie
moet het apparaat worden gebruikt zoals beschreven in deze instructies. Zie het 'Productoverzicht' en Tabel 1 voor meer
informatie over systeemtoepassingen.
1.2
TOEZICHT: Het gebruik van deze apparatuur moet plaatsvinden onder toezicht van een deskundige.
1.3
NORMEN: Uw product voldoet aan de nationale of regionale normen die staan vermeld op de voorzijde van deze
instructies. Als dit product opnieuw verkocht wordt buiten het oorspronkelijke land van bestemming, dient de
wederverkoper deze instructies te leveren in de taal van het land waarin het product gebruikt gaat worden.
;
Raadpleeg voor meer informatie over certificerings- of conformiteitsvereisten de geldende normen en voorschriften
die voor uw product zijn vermeld (bijv. de ANSI/ASSP Z359-valbeveiligingscodes).
1.4
TRAINING: Deze uitrusting moet worden geïnstalleerd en gebruikt door personen die getraind zijn in de juiste toepassing
ervan. Deze instructies moeten worden gebruikt als onderdeel van een trainingsprogramma voor medewerkers zoals dat
vereist wordt door nationale, regionale of lokale normen. Het is de verantwoordelijkheid van de gebruikers en installateurs
van deze uitrusting om zich ervan te verzekeren dat ze deze instructies kennen, getraind zijn in het juiste gebruik en
de verzorging van de apparatuur, en dat ze zich bewust zijn van de gebruikskenmerken, toepassingsbeperkingen en de
gevolgen van enig onjuist gebruik van deze uitrusting.
1.5
REDDINGSPLAN: Wanneer deze uitrusting en verbindende subsystemen worden gebruikt, dient de werkgever te
beschikken over een geschreven reddingsplan. Ook moet hij de middelen hebben om het reddingsplan te implementeren
en te communiceren naar gebruikers, gemachtigde personen en reddingswerkers. Het wordt aanbevolen dat een
getraind reddingsteam ter plekke aanwezig is. Teamleden moeten de uitrusting en technieken krijgen om een succesvolle
reddingsactie te verrichten. Er moet op periodieke basis training worden gegeven om ervoor te zorgen dat de kennis van
de reddingswerkers actueel blijft. Reddingswerkers moeten deze instructies ontvangen. Tijdens het reddingsproces moet
er te allen tijde visueel contact of een andere manier van communicatie zijn met het slachtoffer.
2.0
SYSTEEMVEREISTEN
2.1
VERANKERING: Verankeringsvereisten variëren afhankelijk van de toepassing van de valbeveiliging. De
montageconstructie waarop de apparatuur wordt gemonteerd, moet voldoen aan de verankeringsspecificaties zoals
omschreven in tabel 1.
2.2
CAPACITEIT: De gebruikerscapaciteit van een compleet valbeveiligingssysteem wordt beperkt door de component
met de laagste nominale maximale capaciteit. Als uw aangekoppelde subsysteem bijvoorbeeld een capaciteit heeft die
kleiner is dan uw harnas, moet u voldoen aan de capaciteitsvereisten van uw aangekoppelde subsysteem. Raadpleeg
de instructies van de fabrikant voor elk onderdeel van uw systeem voor capaciteitsvereisten.
2.3
OMGEVINGSGEVAAR: Gebruik van deze uitrusting in gebieden met omgevingsgevaren kan aanvullende
voorzorgsmaatregelen vereisen, om de mogelijkheid van letsel bij de gebruiker of beschadiging aan de uitrusting
te voorkomen. Gevaren kunnen de volgende omvatten, maar zijn niet beperkt tot: extreme hitte, chemicaliën,
corrosieve omgevingen, hoogspanningsleidingen, explosieve of giftige gassen, bewegende machines, scherpe randen
en bovenhoofdse materialen die kunnen vallen en de gebruiker of apparatuur kunnen raken. Neem contact op met 3M
Technical Services voor meer informatie.
2.4
GEVAREN VOOR DE REDDINGSLIJN: Zorg ervoor dat de reddingslijn vrij blijft van alle gevaren, inclusief, maar niet
beperkt tot: verstrengeling met gebruikers, andere medewerkers, bewegende machines, andere objecten in de omgeving
of hoger geplaatste voorwerpen die op de reddingslijn of gebruikers kunnen vallen.
2.5
COMPATIBILITEIT VAN ONDERDELEN: 3M-uitrusting is ontworpen voor gebruik met 3M-apparatuur. Het gebruik
met andere apparatuur dan die van 3M moet worden goedgekeurd door een bevoegd persoon. Vervangingen door niet-
goedgekeurde apparatuur kunnen de compatibiliteit van de apparatuur in gevaar brengen en kunnen de veiligheid en
betrouwbaarheid van uw valbeveiligingssysteem aantasten. Lees en volg alle instructies en waarschuwingen voor alle
apparatuur voor gebruik.
2.6
COMPATIBILITEIT VAN CONNECTOREN: Verbindingen zijn compatibel met verbindingselementen wanneer de grootte
en vorm van een van beide componenten er niet voor zorgt dat de connector onbedoeld opengaat, ongeacht de oriëntatie.
Connectoren moeten voldoen aan de geldende normen. Connectoren moeten tijdens gebruik volledig gesloten en
vergrendeld zijn.
3M-connectoren (veerringhaken en karabijnhaken) zijn ontworpen om alleen gebruikt te worden zoals in iedere
instructiehandleiding vermeld staat. Zorg ervoor dat connectoren compatibel zijn met de systeemcomponenten waarop
ze zijn aangesloten. Gebruik geen apparatuur die niet compatibel is. Het gebruik van niet-compatibele componenten kan
ertoe leiden dat de connector onbedoeld losraakt (zie afbeelding 3). Als het verbindingselement waaraan de connector
bevestigd wordt, te klein of onregelmatig van vorm is, kan er een situatie optreden waarbij het verbindingselement
kracht uitoefent op de sluiting van de connector (A). Door deze kracht zou de sluiting open kunnen gaan (B), waarbij
de connector loskomt van het verbindingselement (C).
313
Inhaltsverzeichnis
loading

Inhaltsverzeichnis