Gedetailleerde functiebeschrijving
6.3
App Bosch HomeCom Easy
Om de app te kunnen gebruiken moet K 30 RF/K 40 RF met het internet
zijn verbonden.
Met de app Bosch HomeCom Easy heeft u zicht op de gehele zonerege-
ling en kunt u instellingen handig vanaf de bank uitvoeren.
De app kan uit de betreffende appstore worden gedownload (zoek naar-
Bosch HomeCom Easy).
Het gebruik van de app Bosch HomeCom Easy is optioneel maar biedt
wel meerdere functies en mogelijkheden.
• Kamerthermostaten met het systeem verbinden en beheren
• Kamerthermostaten in een ruimte groeperen
• Ruimtenaam en ruimtetoewijzing van de kamterthermostaten wijzi-
gen
• Gewenste kamertemperaturen wijzigen
• Klokprogramma (weekprofiel) wijzigen
• Gemeten kamertemperaturen weergeven
• Gemeten luchtvochtigheden weergeven (bij zoneregeling vloerver-
warming)
• Toetsenvergrendeling (kinderslot) activeren
• Bedrijfsmodus (automatisch bedrijf/handmatig/uit) omschakelen
• Bij zoneregeling vloerverwarming: ruimten uitsluiten van de koelmo-
dus, bijv. badkamer
• ...
Apps worden voortdurend aangepast. Daarom zijn wijzigingen en uit-
breidingen altijd mogelijk.
6.4
Adaptieve stooklijn
Wanneer het regelingstype Kamergestuurd is geselecteerd, is de func-
tie Adaptieve stooklijn aktief. De bepaling van de aanvoertemperatuur
vindt geautomatiseerd en naar behoefte plaats.
• Automatisch
Klassieke stooklijnparameters zaols bijv. voet- en eindpunt, hoeven
niet te worden ingevoerd.
• Naar behoefte
Het systeem bepaalt zelflerend en voortdurend de benodigde stook-
lijn, om de gewenste kamertemperaturen te waarborgen en de warm-
tebron zo efficiënt mogelijk aan te sturen. Wanneer de
randvoorwaarden veranderen, past het systeem zich altijd aan de
nieuwe omstandigheden aan.
Een maatgevende rol bij de efficiëntie van de warmtebronnen spelen de
toevoer- en retourtemperatuur. Afhankelijk van het type warmtebron,
warmtepomp of cv-toestel, hebben de toevoer- en retourtemperaturen
hierbij een verschillend gewicht.
• De aanvoertemperatuur heeft bij warmtepompen een grote invloed
op de efficiëntie.
– De reducering van de aanvoertemperatuur met slechts 1 K resul-
teert bij bijv. een lucht-water-warmtepomp in een stijging van de
efficiëntie van ong. 2 – 4 % (toestelafhankelijk).
– De reducering van de retourtemperatuur met 1 K resulteert in een
toename van de efficiëntie met slechts 1 % (afhankelijk van het
toestel).
• Cv-toestellen zijn zeer efficiënt wanneer ze in het condenserende be-
reik werken en zo gebruikmaken van het effect van de verbrandings-
waarde (condensatie). Daarvoor moet de retourtemperatuur zo laag
mogelijk zijn. Een reducering van de retourtemperatuur met 5 K re-
sulteert bij een cv-toestel in een toename van de efficiëntie van onge-
veer 2 % (afhankelijk van het toestel). Daarom heeft de
retourtemperatuur veel gewicht.
182
Daaruit kan als doel van de regeling voor efficiëntie en comfort het vol-
gende worden afgeleid:
• Efficiëntie warmtepomp: houd de aanvoertemperatuur zo laag moge-
lijk
• Effcientie cv-toestel: werk zoveel mogelijk in het condenserende be-
reik
• Comfort: de aanvoertemperatuur zo hoog als nodig is om het comfort
te waarborgen.
De door de gebruiker ingestelde gewenste in de betreffende ruimten
worden bereikt omdat het systeem de aanvoertemperatuur daarop aan-
past. Verhoogt de gebruiker de gewenste kamertemperatuur bijv. van
20 °C naar 21 °C, dan is daarvoor een iets hogere aanvoertemperatuur
nodig. De aanvoertemperatuur verandert op dat moment bijv. van 30 °C
naar 32 °C. Bij een reducering van de gewenste kamertemperatuur van
bijv. 20 °C naar 19 °C wordt omgekeerd een reducering van de aanvoer-
temperatuur van bijv. 30 °C naar 28 °C gerealiseerd.
Na de start leert het systeem voor elke ruimte (kamerthermostaat) indi-
vidueel de optimale stooklijn. Het startpunt (stooklijn voor de adaptatie)
is daarbij altijd hetzelfde:
• Voetpunt: T
= 20 °C bij T
= 20 °C
VL
A
• Eindpunt: maximale cv-groep-temperatuur bij T
45 °C, instelbaar in systeemregelaar UI 800)
• Ontwerp-ruimtetemperatuur: 20 °C
Aan de hand van de gegevens van de warmtebron (zoals bijv. actuele
aanvoertemperatuur) en de gegevens van de kamerthermostaat (zoals
bijv. gewenste kamertemperatuur en gemeten kamertemperatuur)
wordt voor elke ruimte de warmtevraag en dus de benodigde aanvoer-
temperatuur geleerd. In het normale geval is het eerste leerproces reeds
na enkele dagen afgesloten.
ϑ
/ °C
VL
50
45
40
35
30
25
20
+20
+10
0010047182-001
Afb. 18 Stooklijn voor en na de adaptatie (vereenvoudigd)
Aanvoertemperatuur
ϑ
VL
Buitentemperatuur
ϑ
A
[1]
Stooklijn voor de adaptatie
[2]
Voorbeeld stooklijn na de adaptatie
= -15 °C (bijv.
A
0
–20
–10
ϑ
A
SRC 100 RF – 6721856014 (2024/11)
1
2
/ °C