6.4.4
Invloed van de gewenste kamertemperatuur op de efficiën-
tie
De adaptieve stooklijn heeft als doel een op de behoefte aangepaste
warmteregeling. Het systeem probeert altijd aan de wensen van de ge-
bruiker te voldoen. Een hoge gewenste kamertemperatuur vereist na-
tuurlijk ook een overeenkomstig hogere aanvoertemperatuur.
Afhankelijk van het ontwerp van de vloerverwarming of de radiatoren,
resulteert een 1 K hogere ruimtetemperatuur in een stijging van de aan-
voertemperatuur met ong. 1 K tot 4 K of zelfs meer, wat kan leiden tot in-
efficiënt gebruik van de warmtebron.
Omgekeerd zorgt een reducering van de gewenste kamertemperatuur
tot een reducering van de aanvoertemperatuur. De leidt tot een efficiën-
ter gebruik van de warmtebron en daarnaast tot minder warmteverlies.
Voorbeeld: verlagen van de gewenste kamertemperatuur
• Verlaging van 21 °C naar 20 °C
• Daaruit volgt een reducering van de aanvoertemperatuur met ong.
2 K.
• Dat resulteert in een stijging van de efficiëntie met 6 % (aangenomen
een lucht-water-warmtepomp met een efficiëntie-invloed van 2-4 %/
K).
• Bovendien worden de warmteverliezen via de gebouwschil aan de
omgeving gereduceerd.
Het is vooral in ruimten zoals badkamers een voordeel wanneer de ge-
wenste kamertemperatuur niet de hele dag bijv. 21 °C bedraagt, maar
bijv. alleen in de ochtend en de avond. Overdag kan deze tot 20 °C wor-
den verlaagd. Dit kan eenvoudig worden gedaan met het klokprogramma
dat in de app Bosch HomeCom Easy voor elke kamerthermostaat indivi-
dueel kan worden ingesteld.
6.4.5
Invloed van de dimensionering van de warmtewisselaar op
de efficiëntie
Een maatgevende factor voor de efficiëntie is naast de gewenste kamer-
temperatuur de dimensionering van radiatoren of vloerverwarming.
Groot gedimensioneerde radiatoren en vloerverwarmingen met een
groot oppervlak en een nauwe legafstand van de vloerverwarmingsslan-
gen in de vloer, leiden eerder tot lage aanvoer- en retourtemperaturen
en dus tot een hogere efficiëntie van de warmtebron. Klein gedimensio-
neerde warmteoverdrachtoppervlakken leiden tot hogere aanvoer- en
retourtemperaturen en dus tot een lagere efficiëntie.
Het is daarom voordelig wanneer alle ruimten een zo groot mogelijk ge-
dimensioneerd warmteoverdrachtoppervlak hebben (met betrekking
tot het vereiste verwarmingsvermogen). Hierbij moet bijzondere aan-
dacht aan de badkamers worden gegeven, omdat deze ruimten vaak een
relatief klein oppervlak hebben voor de installatie van de vloerverwar-
ming of radiatoren. Bovendien zijn dit meestal de ruimten met de hoog-
ste gewenste kamertemperaturen.
6.4.6
Invloed van de warmteoverdracht naar buiten of in de
naastgelegen ruimten
Het zoneregelingsysteem streeft ernaar de gewenste kamertemperatuur
te regelen. Een overmatige ongecontroleerde warmteoverdracht kan
een negatieve invloed hebben op het comfort en de efficiëntie.
Het eenvoudigste voorbeeld is een raam dat gedurende langere tijd
(meerdere uren) open staat. Door dit open raam gaat warmte verloren
(warmteoverdracht naar buiten) en de kamertemperatuur daalt. Het sys-
teem probeert dit warmteverlies en de te lage gewenste kamertempera-
tuur te compenseren. Daarom wordt de volumestroom warm water naar
de betreffende ruimte verhoogd en evt. ook de aanvoertemperatuur, wat
ook weer negatief uitwerkt op de efficiëntie van de warmtebron.
SRC 100 RF – 6721856014 (2024/11)
.
Q
= 20 °C
ϑ
RS
ϑ
= 5 °C
A
Afb. 22 Voorbeeld warmteoverdracht naar buiten en naastgelegen
ruimten
Buitentemperatuur
ϑ
A
Gewenste ruimtetemperatuur
ϑ
RS
Warmteoverdracht
Een ander voorbeeld is de open deur tussen badkamer en overloop of
gang. Door de open deur stroom warmte van de badkamer (21 °C) naar
de overloop of gang (17 °C). Daardoor daalt de kamertemperatuur in de
badkamer. Het systeem probeert dit warmteverlies en de te lage ge-
wenste kamertemperatuur te compenseren, met de beschreven nega-
tieve gevolgen voor de efficiëntie. In dit geval zou het beter zin om de
deur gesloten te houden of de gewenste kamertemperaturen op elkaar
af te stemmen.
6.5
Temperatuurbewaking
Deze functie bewaakt of één of meerdere ruimten gedurende een lange-
re periode de ingestelde gewenste kamertemperatuur niet bereiken.
Dit kan bijv. het geval zijn wanneer een ventiel of de stelaandrijving van
de vloerverwarming defect is en er geen cv-water naar de betreffende
ruimte stroomt. Daardoor wordt de ruimte niet meer voldoende van
warmte voorzien en wordt dus ook niet goed warm.
Deze controlefunctie is in combinatie met warmtepompen en bij het ge-
selecteerde regelingstype "Zoneregeling geregeld" voorzien. Daarvoor
zijn er twee redenen:
• Het systeem past de aanvoertemperatuur aan, wanneer de actuele
aanvoertemperatuur niet voldoende is om de gewenste kamertem-
peratuur te bereiken. Bij een defect ventiel of defecte stelaandrijving
zou het systeem de aanvoertemperatuur stapsgewijs verhogen.
• De aanvoertemperatuur heeft bij warmtepompen een grote invloed
op de efficiëntie.
Wanneer het systeem deze toestand (gewenste kamertemperatuur
wordt gedurende een langere periode niet bereikt) heeft herkend, wordt
een foutmelding weergegeven. De ruimte wordt (kamerthermostaat)
vooralsnog niet meer bij het bepalen van de aanvoertemperatuur (adap-
tieve stooklijn) meegenomen. Wanneer de storing is verholpen, kan op de
UI 800 een reset (reset kamertemperatuurcontrole) worden uitgevoerd.
Vervolgens wordt de ruimte bij het bepalen van de aanvoertemperatuur
weer in aanmerking genomen. Wanneer het systeem waarneemt dat de
ruimtetemperatuur weer wordt bereikt, om bijv. een vastzittend ventiel
vanzelf weer is losgegaan, voert het systeem zelfstandig een reset van de
kamertemperatuurcontrole uit voor de betreffende ruimte.
Gedetailleerde functiebeschrijving
ϑ
= 21 °C
RS
.
Q
ϑ
= 17 °C
RS
0010047188-001
185