ErP- klasse
6.9
Koelbedrijf geregeld volgens vraag en luchtvochtig-
heid
Als het cv-/koelcircuit in het koelbedrijf staat, wordt de gewenste aan-
voertemperatuur bepaald, rekening houdend met de huidige luchtvoch-
tigheid en bepaalde instelparameters in de UI 800. Het doel is om het
koelbedrijf zo efficiënt mogelijk en condensvrij te laten werken.
Volgens behoefte
Als geen enkele kamer (zoneregeling) om koelvermogen vraagt, wordt er
geen verzoek naar de warmtepomp gestuurd en blijft de warmtepomp
dus uitgeschakeld.
Bij in het netwerk niet opneembare systemen produceert de warmte-
pomp koud water, ongeacht of er koelvermogen nodig is in de kamers,
en verbruikt dus elektriciteit.
Condensatiebescherming
Elke vloerverwarming met zoneregeling heeft een luchtvochtigheidssen-
sor. Als deze sensor een relatieve luchtvochtigheid van meer dan ong.
70 % meet, stopt de vloerverwarming met zoneregeling de koeling in de
betreffende kamer (sluit het betreffende ventiel van de vloerverwar-
ming).
Om de aanvoertemperatuur te bepalen, wordt rekening gehouden met
de relatieve luchtvochtigheid en de gemeten kamertemperaturen van
alle zoneregelingen met een actieve koelbehoefte. De dauwpunttempe-
ratuur wordt berekend aan de hand van de gemeten relatieve luchtvoch-
tigheid en de kamertemperatuur. De kamer (zoneregeling) met de
hoogste dauwpunttemperatuur is doorslaggevend voor het bepalen van
de aanvoertemperatuur. Reden daarvoor is dat de kans op condensatie
in deze kamer het grootst is in vergelijking met de andere kamers.
Er wordt een veiligheidsmarge toegevoegd aan de dauwpunttempera-
tuur. Als deze som hoger is dan de minimale aanvoerstreeftemperatuur,
wordt deze gebruikt als de aanvoerstreeftemperatuur.
7
ErP- klasse
De klasse van de temperatuurregelaar is voor de berekening van de energie-efficiëntie van de kamerverwarming in een combi-installatie nodig en daar-
voor in het systeemspecificatieblad opgenomen.
Zoneregelingsfuncties
UI 800 Type regeling = op basis van zoneregeling
op basis van buitentemperatuur geregeld met invloed op kamertemperatuur, modulerende
warmteproducent
UI 800 Type regeling = op basis van buitentemperatuur
op basis van buitentemperatuur geregeld, modulerende warmteproducent
1) radiatoren of vloerverwarming
Tabel 2 Indeling van de regeling volgens ErP (EU 811/2013; (EU) 2017/1369)
164
Voorbeeld:
• Dauwpunttemperatuur 16 °C
• Veiligheidsmarge 5 K
• Minimale aanvoerstreeftemperatuur = 20 °C
De som van de dauwpunttemperatuur en de veiligheidsmarge is 16 °C +
5 K = 21 °C. Deze temperatuur ligt boven de minimale aanvoerstreef-
temperatuur en is daarom de aanvoerstreeftemperatuur.
De veiligheidsmarge en de minimale aanvoerstreeftemperatuur kunnen
via UI 800 worden ingesteld.
Afb. 23 Bijvoorbeeld, UI 800
Vergeleken met systemen met slechts één vochtsensor, vindt dauwpunt-
bewaking plaats in alle kamers met in het netwerk opneembare zonere-
gelingen en biedt daarom aanzienlijk meer zekerheid tegen condensatie.
UI 800, buitentemperatuursensor, K 30 RF/K 40 RF
tot 2 zoneregelingen
VI / 4,0
V / 3,0
0010047326-001
ErP-klasse / %
en
1)
vanaf 3 zoneregelingen
VIII / 5,0
V / 3,0
SRC 100 RF – 6721856014 (2024/11)
1)