• Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type
en bouwjaar van het product aan.
8
Montage
Benodigd gereedschap:
• Steeksleutel / moersleutel SW 13 mm*
* = niet altijd meegeleverd!
8.1
Rubbervoeten (1b) monteren
(afb. 3)
1. Om schade aan het product te vermijden, legt u tij-
dens de montage een onderlegger op de grond.
2. Steek de vier bouten M6 (1a) door de overeenkomen-
de boorgaten op het frame (1) en borg deze met een
rubbervoet (1b).
9
Voor de ingebruikname
WAARSCHUWING
Gevaar voor de gezondheid!
Bij het inademen van brandstof-/smeeroliedampen en
uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, be-
wusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs
tot de dood leiden.
–
Adem geen brandstof-/smeeroliedampen en uitlaat-
gassen in.
–
Gebruik het product alleen in de open lucht.
* = niet altijd meegeleverd!
Aanwijzing:
Het product beschikt over een centrifugaalkoppeling. Dit
creëert een wrijvingsverbinding naarmate het toerental
toeneemt door de koppelingsvlakken tegen de binnen-
wand van het koppelingshuis te drukken als gevolg van
de centrifugale kracht.
Controle voor gebruik
• Controleer alle zijdes van de motor op olie of brand-
stoflekken.
• Controleer het brandstofpeil – de brandstoftank moet
minstens halfvol zijn.
• Controleer de conditie van het luchtfilter.
• Controleer de conditie van de brandstofleidingen.
• Let op tekenen van schade.
• Controleer of alle veiligheidsafdekkingen zijn aange-
bracht en of alle schroeven, moeren en pennen zijn
aangedraaid.
• Zorg voor voldoende ventilatie van het product.
• Controleer of de bougiestekker aan de bougie is be-
vestigd.
• De aanzuig- en persleidingen moeten dusdanig wor-
den aangebracht dat ze geen mechanische druk op
de pomp uitoefenen.
Benodigd gereedschap:
• Schroevendraaier (22)
• Trechter*
• Lap/doek*
* = niet altijd meegeleverd!
9.1
Motorolie bijvullen (afb. 3)
LET OP
Het product wordt geleverd zonder motorolie. Voor
ingebruikname daarom altijd olie bijvullen. Gebruik
hiertoe multifunctionele olie (SAE 10W-30 of SAE
10W-40).
Controleer regelmatig voor elke ingebruikname het olie-
peil. Een te laag oliepeil kan de motor beschadigen.
1. Schroef de oliepeilstok (10) los.
2. Vul de tank met behulp van een trechter met mo-
torolie.
Let op de max. vulhoeveelheid (zie de technische ge-
gevens).
Vul de olie voorzichtig bij tot aan de onderkant van de
vulpijp.
3. Veeg de oliepeilstok (10) met een schone, pluisvrije
doek schoon.
4. Voer de oliepeilstok (10) weer in, zonder de oliepeil-
stok (10) weer vast te schroeven.
5. Trek de oliepeilstok (10) eruit en lees in horizontale
positie het oliepeil af. Het oliepeil moet zich tussen L
(low) en H (high) van de oliepeilstok (10) bevinden.
6. Als het oliepeil te laag is, voeg dan de aanbevolen
hoeveelheid olie toe (zie technische gegevens).
7. Schroef de oliepeilstok (10) vervolgens weer vast.
9.2
Brandstof bijvullen (afb. 4)
GEVAAR
Brand- en explosiegevaar!
Vul de brandstof alleen bij als de motor is uitgeschakeld
en afgekoeld. Rook niet wanneer u het product tankt.
GEVAAR
Brand- en explosiegevaar!
Brandstof kan zich bij het vullen ontsteken en eventueel
exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs
de dood.
• Schakel de motor uit en laat deze afkoelen.
• Houd uit de buurt van hitte, vlammen en vonken.
• Vul brandstof alleen in de open lucht bij.
• Draag veiligheidshandschoenen.
• Vermijd huid- en oogcontact.
• Start het product met een afstand van min. 3 m tot de
vullocatie van de brandstof.
• Let op voor ondichte plekken. Start de motor niet als
er brandstof uitloopt.
• Gebruik altijd een brandstoffilterelement.
• Gebruik voor het tanken een geschikte trechter of een
invoerbuis, zodat er geen brandstof op de verbran-
dingsmotor en behuizing kan terechtkomen.
Vul de brandstoftank niet te vol!
www.scheppach.com
NL | 59